Video player inladen...

75 jaar geleden: het drama van Oradour-sur-Glane

Op 10 juni 1944 verwoest de Duitse 2e divisie Panzer SS een volledig Frans dorp en vermoordt 642 mensen. Oradour-sur-Glane werd nooit heropgebouwd en de ruïnes werden een symbool van de nazi-barbarij.

Op 10 juni 1944, rond halftwee, omsingelen zo’n 200 soldaten van de 2e SS Panzerdivision “Das Reich” het Franse dorp Oradour-sur-Glane, zo’n 20 kilometer van Limoges. De dorpsomroeper krijgt de opdracht om alle dorpsbewoners samen te roepen op de “Champs de Foire”, het grote dorpsplein.

De meesten komen spontaan, meer nieuwsgierig dan angstig, ze hebben de voorbije jaren amper een Duitser gezien. SS’ers doorzoeken de huizen in het dorp en omgeving, dwingen wie nog thuis is naar het dorpsplein te gaan. Enkele oudere mensen die slecht te been zijn worden ter plekke afgemaakt.

Ook alle schoolkinderen van de vier scholen van Oradour en hun leraars komen om. Al was het een vrije zaterdagnamiddag, waren ze allen uitzonderlijk op school voor een medisch onderzoek.

Klasfoto van kinderen uit Oradour-sur-Glane gemaakt in 1943

Tegen kwart voor drie is zowat iedereen verzameld. Sturmbannführer Adolf Diekmann, de bevelhebber van de SS-troepen, vraagt “waar de schuilplaats van wapens en munitie, waarover ze informatie hebben gekregen, zich ergens in het dorp bevindt?”. De mannen die iets weten moeten een stap vooruit zetten. Een Duitse soldaat uit de Elzas vertaalt.

De burgemeester probeert Diekmann te overtuigen dat er geen schuilplaats is. Hij weigert gijzelaars aan te duiden als de SS’er dat vraagt. Uiteindelijk biedt hij zichzelf en enkele familieleden aan, maar dat wordt afgewezen.

Francois DUCASSE/GAMMA-RAPHO

Vrouwen en kinderen in de kerk, mannen in schuren opgesloten

Tegen drie uur worden alle vrouwen en kinderen in de kerk opgesloten. Er spelen zich verscheurende afscheidstaferelen af.

De mannen krijgen steeds weer dezelfde vraag te horen: “waar zijn de verborgen munitie en de wapens”. Ze worden in groepen van 30 naar zes verschillende schuren of opslagplaatsen gebracht.

Voor elke schuur speelt zich hetzelfde tafereel af. De mannen moeten het lokaal leegmaken, terwijl een SS’er aan de ingang een stukje grond schoonmaakt en een mitrailleur installeert. Nog zijn er velen die niet doorhebben wat er te gebeuren staat en denken dat het nog goed zal komen, ze weten wel zeker dat er in het dorp geen wapens of munitie verborgen liggen.

Om twintig voor vier komt de tram uit Limoges aan. Een conducteur, die uitstapt, wordt neergeschoten. Zijn twee collega’s krijgen het bevel naar Limoges te rijden.

Luchtfoto van Oradour, gemaakt kort na het drama, de kerk ligt vooraan in het midden.

De mannen

Om 4 uur beginnen de mitrailleurs de mannen in de schuren te beschieten, wie het overleeft krijgt een genadeschot. De lijken worden bedekt met stro, hooi en sprokkelhout, de SS’ers steken het in brand. Maar 5 mannen slagen erin te ontsnappen en overleven.

De Duitsers die niet deelnemen aan de moordpartij trekken intussen door het dorp en plunderen. Ze nemen geld en juwelen mee, textiel en voedingswaren, muziekinstrumenten en fietsen, en ook kippen, varkens, schapen en runderen. Eens doorzocht worden de huizen in brand gestoken.

Tijdens de plundertocht stuiten de SS’ers op mensen die aan de razzia waren ontsnapt of die uit hun brandende huizen moeten vluchten. Zij worden in kleine groepjes her en der omgebracht. Ook mensen uit de omgeving die, bezorgd omdat hun kinderen nog niet thuis zijn gekomen, naar Oradour gaan, worden neergeschoten.

Video player inladen...

Dit zijn filmbeelden van Oradour, gemaakt kort na het drama, dat nog overal in de straten zichtbaar was. Ze werden volop uitgespeeld in de geallieerde propaganda, die de gruwelen van nazi- Duitsland wou onthullen. Deze zijn afkomstig uit de Brits-Amerikaanse film  "True Glory "   (bron: NARA, de Amerikaanse National Archives and Records Administration). 

Deze foto van slachtoffers van de moordpartij werd al snel uit bezet Frankrijk gesmokkeld en verscheen al half juli in de Britse en Amerikaanse pers. Keystone-France/Gamma-Rapho

De vrouwen en kinderen

In de kerk zijn intussen explosieven geplaatst. Als die tot ontploffing worden gebracht, ontstaat een zwarte verstikkende rook. De overlevende vrouwen en kinderen vluchten in alle richtingen.

De explosie is niet krachtig genoeg om de kerk te doen instorten, zoals de bedoeling was. Er begint een helse moordpartij, sommige SS’ers schieten de overlevenden neer met mitrailleurs, anderen gooien granaten tussen hen in.

Marguerite Rouffanche, de enige vrouw die het bloedbad in de kerk zal overleven, vlucht met een groep in de sacristie: ‘Mijn dochter werd naast mij door een geweerschot van buiten gedood. Ik bleef leven omdat ik mijn ogen sloot en deed alsof ik dood was. In de kerk brak een fusillade los. En daarna werden er stro, takkenbossen en kerkstoelen op de lijken gegooid”.

Marguerite kan uit een glasraam springen en ontsnappen, een vrouw geeft haar haar baby door en springt haar na: “Gealarmeerd door het huilende kind, beschoten de Duitsers ons. De vrouw en haar kindje werden gedood”. Ook Marguerite raakt gewond, maar kan zich in een tuin verschuilen.

Ook de kerk wordt in brand gestoken, het gehuil van overlevenden is nog een tijd te horen. Bij hen nog een andere dochter en een kleinkind van Marguerite.

Marguerite Rouffanche (links vooraan) begin 1953 in Bordeaux als ze zich naar de rechtszaal begeeft waar het proces begint tegen militairen die betrokken waren bij het bloedbad. Keystone-France/Gamma-Rapho

Hierboven getuigt Marguerite Rouffanche over wat ze meemaakte op 10 juni 1944 bij FR 3 Limousin.

642 doden

Op enkele schildwachten na verlaten de meeste SS’ers het dorp tegen halfelf. Groepjes keren de twee dagen nadien terug naar Oradour om lijken te begraven of onherkenbaar te maken.

Jean Pallier is een van de eerste getuigen van de gruwel. Pallier is een ingenieur van de Franse spoorwegen en zijn vrouw en kinderen zijn in Oradour op vakantie. Als hij hen wil bezoeken op 10 juni sturen Duitse schildwachten aan de rand van  het dorp hem terug. Een dag later raakt hij toch in het dorp en ziet de gruwel, onder andere in de kerk:

“De meeste lichamen waren verkoold. Maar, zelfs al waren ze bijna tot as herleid, behielden ze iets menselijks. In de sacristie hielden twee jongentjes van 12 of 13 elkaar vast in een omhelzing, als in een laatste opstoot van verschrikking. In de biechtstoel zat een knaapje, het hoofd naar voren gebogen. In een kinderwagen lagen de resten van een baby van 8 of 10 maanden. Ik kon het niet meer aanzien en wandelend als een dronkenman ging ik weg”. 

De getuigenis van Jean Pallier verscheen begin augustus 1944 anoniem in het tijdschrift Lettres Françaises, met als titel "Op de ruïnes van de moraal".  Het was de laatste ondergrondse editie van het tijdschrift, dat voor de gelegenheid op een extra hoog aantal exemplaren, 20.000, werd verspreid (bron: BnF Gallica).

De Franse justitie telde uiteindelijk 642 doden in Oradour, maar 52 konden individueel geïdentificeerd worden.

25 van de slachtoffers waren jonger dan vijf, 145 tussen de vijf en veertien jaar. Bij de slachtoffers boven veertien waren meer vrouwen dan mannen.

Keystone-France/Gamma-Rapho

Waarom Oradour-sur-Glane?

Er is nooit een goede reden gevonden waarom de SS’ers op 10 juni precies in Oradour toesloegen. Het was net algemeen geweten dat het een “braaf dorp” was, waar het verzet niet actief was. Het Duitse verhaal van “een schuilplaats van wapens en munitie in Oradour” was een voorwendsel; alle bronnen zijn het er over eens dat er geen schuilplaats in het dorp was.

In de ruime regio rond Oradour waren in de weken voordien de acties van het verzet wel sterk toegenomen, van bijna 600 in maart, naar bijna 1.100 in mei. Zeker na de succesvolle landing van de geallieerden in Normandië, moest een sterk voorbeeld worden gesteld, met een maximaal terreureffect. De bevolking moest afgeschrikt worden om het verzet te steunen, het verzet moest zien welke vergaande represailles zijn acties konden uitlokken.

In de ochtend van 10 juni beslist generaal Heinz Lammerding, de bevelhebber van de 2e SS Panzerdivision “Das Reich”, in overleg met de lokale Gestapo en mensen van de collaborerende paramilitaire organisatie Milice française, dat in Oradour-sur-Glane het voorbeeld gesteld zal worden. Misschien net omdat in het dorp weinig verzet te verwachten was. Kort nadien vertrekken de troepen van Adolf Diekmann, zijn mannen hadden ervaring.

Het geweld van het Oostfront overgebracht naar het Westen

De 2e SS Panzerdivision “Das Reich” was in april aangekomen in Zuid-West-Frankrijk om uit te rusten, na zware nederlagen aan het Oostfront. Het ongeremde geweld waarmee ze in Oradour, en elders in de regio in de dagen voordien, tekeer gingen, was in het oosten van Europa al jaren de regel.

Honderden dorpen werden in het huidige Wit-Rusland uitgeroeid en soms zelfs helemaal van de kaart geveegd door “Das Reich” en andere SS-divisies. Van de meeste van die dorpen is de naam intussen helemaal vergeten.

“Das Reich” en andere SS-eenheden brachten de praktijken van ongeremd geweld en blinde terreur van het Oostfront mee naar West-Europa in de zomer van 1944. De manschappen waren daar als het ware mee “opgegroeid”.  Oradour was zeker niet hun proefstuk, er zouden nog vele andere volgen.

Nog op 10 juni 1944 vermoordde een SS-eenheid 214 mensen in het Griekse Distomo, een dorpje in de buurt van Delphi.

Begin 1945 al besliste de Franse overheid om Oradour te behouden zoals het was en klasseerde de ruïnes en de kerk als monument.

Alles ligt er vandaag nog zoals het was op die 10e juni 1944, een wandeling door het dorp is een indrukwekkende ervaring. Dat heeft er voor gezorgd dat Oradour een van de bekendste getuigen van de gruwel van de Tweede Wereldoorlog werd.

Maar zoals Oradour-sur-Glane waren er vele, voordien en nadien.

Naschrift

Sturmbannführer Adolf Diekmann, de Duitse bevelhebber in Oradour, sneuvelt eind juni 1944 in Normandië. De bevelhebber van 2e SS Panzerdivision “Das Reich”, Heinz Lammerding, wordt door een Franse militaire rechtbank in juli 1951 ter dood veroordeeld. Maar de Britten, die de zone waar hij woont in Duitsland controleren, weigeren hem uit te leveren.

Begin 1953 begint in Bordeaux nog een proces tegen 21 militairen die betrokken waren bij de moordpartij. 14 van hen komen uit de Elzas, die streek die, na de Eerste Wereldoorlog, door Frankrijk was ingelijfd. Bij het begin van de Tweede Wereldoorlog verwelkomen velen er het Duitse leger met open armen. Hoe dan ook moeten alle mannen, die ervoor in aanmerking komen, er dienst nemen in het Duitse leger.

Als op het proces de 14 uit de Elzas tot vrij zware straffen worden veroordeeld, is de verontwaardiging in hun geboortestreek groot. De 14 zijn slachtoffers van de Franse weigering om te begrijpen dat zij onder dwang dienst hadden moeten nemen in het Duitse leger. Er breekt bijna een revolte uit.

De beklaagden tijdens het proces in Bordeaux begin 1953. Keystone-France/Gamma-Rapho

Uiteindelijk beslist een meerderheid in het Franse parlement om de 14 amnestie toe te kennen.  Tussen de twee wereldoorlogen was de integratie van de Elzas in Frankrijk mislukt, men wil niet dat dat opnieuw gebeurt.

Omgekeerd barst nu een golf van protest los in Oradour en de Limousin. Verzetslui en gemeenten geven er al hun eretekens terug die ze hebben gekregen van de Franse overheid, de families in Oradour willen geen vertegenwoordigers meer van de Franse staat op hun plechtigheden. Na hun grote verdriet, voelen zij zich nu door Frankrijk in de steek gelaten.

De namen van de slachtoffers op het monument in Oradour-sur-Glane. John Elk III
1944 Keystone-France

Herbekijk hieronder de reportage in "Het Journaal":

Video player inladen...