75 jaar geleden: het verzet betaalt een zware prijs bij de bevrijding van België

Bij de bevrijding van België speelt het verzet een niet onbelangrijke rol en ondersteunt op allerlei manieren de oprukkende geallieerden. Maar de prijs die daarvoor betaald wordt, is hoog.

Dit is een bijdrage van Fabrice Maerten, wetenschappelijk medewerker bij CEGESOMA/ARA en specialist van de geschiedenis van het verzet in België tijdens de Tweede Wereldoorlog. Vertaling en eindredactie Jan Ouvry. Meer over het verzet en België tijdens de Tweede Wereldoorlog vindt u hier.

5 september 1944 in Wodecq, een dorpje vlakbij Ronse, net over de taalgrens. Vijf jonge verzetslui liggen voor dood op de grond, gefusilleerd door Duitse troepen, na een gevecht waarbij al 16 verzetslui zijn omgekomen. Een van de gefusilleerden ontsnapt aan de dood, naast de twintig verzetsstrijders komen ook nog twee burgers om. De Duitsers hebben amper verliezen en geven zich diezelfde namiddag over aan de Britten.

Wodecq is een van de vele grotere en kleinere verzetsdrama’s die zich afspelen tijdens de bevrijding van België.

De begrafenis in Ellezelles van de slachtoffers die uit het dorp afkomstig waren op 9 september 1944. De meeste andere omgekomen verzetslui kwamen uit Ronse. Beginfoto: enkele van de slachtofffers in Wodecq. Collectie Maurice De Wilde VRT/SOMA.

De geallieerden veroveren tussen 2 en 14 september 1944 het grootste deel van België. Hun snelle vooruitgang danken ze vooral aan het feit dat het ontredderde Duitse leger zich vrijwillig terugtrekt achter de Siegfried-linie net over de grens in Duitsland, en, aan de Nederlandse grens, achter het Albertkanaal en langs de Scheldemonding. Maar ook het verzet draagt bij aan de bevrijding, in het hele land, vaak ten koste van zware verliezen, zowel voor, tijdens als na de geallieerde doorbraak.

Leden van het Geheim Leger maken zich klaar om in actie te treden in de buurt van Fosses-la-Ville (CEGESOMA).

Vanaf 29 augustus komen kleine eenheden van het Geheim Leger, gesteund door parachutisten van de Belgische compagnie van de Britse Special Air Service, in actie. In de Ardennen vallen ze geïsoleerde elementen van het Duitse leger aan. Vanaf 2 september wordt die guerrilla intenser in de bosrijke gebieden van het zuiden van België en breidt zich uit naar de rest van het land.

Ten noorden van Samber en Maas is dat wel veel moeilijker, want er zijn meer Duitse troepen en het verzet heeft er minder wapens. Vooral het Geheim Leger, ontstaan in militaire kringen in de herfst van 1940, voert die guerrilla. Die groep heeft de meeste manschappen, is het best verspreid in heel het land en heeft meer wapens dan het tiental andere verzetsbewegingen dat actief is in september 1944.

Een door het Geheim Leger uitgeschakelde Duitse vrachtwagen bij een gevecht op 1 september in het bos in het Ardeense dorpje Louet (CEGESOMA).

De tol die betaald wordt hangt af van het terrein en van hoe lang de bevrijding op zich laat wachten. Vlakbij de Franse grens tussen Doornik en Chimay  en naar Brussel en Antwerpen gaat het zeer snel, terwijl in de Ardennen, het Waasland, de Kempen en Limburg  het nog veel langer duurt. Vooral in het oosten en het noorden van het land zijn de verliezen daarom hoog.

In het algemeen zijn de verzetsstrijders voorzichtig, want ze beseffen dat de vijand beter bewapend is en dat er represailles tegen burgers kunnen volgen. Maar het loopt af en toe ook mis, zeker als het Geheim Leger grotere groepen strijders bij elkaar brengt in zijn schuilplaatsen op het platteland.

Zes van de zeven in Rollegem omgekomen leden van het Geheim Leger van Moeskroen. Dit soort prentkaarten werd na de oorlog vaak verkocht om herdenkingsmonumenten voor de omgekomen patriotten te financieren (bron: bel-memorial.be).

Zo spelen zich meerdere drama’s af, waarbij verzetsstrijders en ook burgers, die verzetslui huisvesten, omkomen. In Rollegem bij Kortrijk is in de nacht van 3 op 4 september een groep van zo’n 30 mannen van het Geheim Leger uit Moeskroen op weg. Ze willen wapens en munitie, die in de buurt geparachuteerd gaan worden, ophalen. De groep stuit op een Duitse patrouille en bij het gevecht komen zeven verzetsstrijders om.

Raam met versieringen ter ere van Josephina en Huberta Vliexs uit Maaseik. Ze waren in het kamp van het Geheim Leger in Rotem aan het werk als verpleegsters. Met nog een andere vrouw en zeven mannen, die uit Rotem waren weggevlucht  werden de zussen op 11 september in Opglabbeek door Duitse militairen standrechtelijk  neergeschoten.

In de bossen van Rotem bij Dilsen-Stokkem  roept al op 5 september het Geheim Leger zijn manschappen bijeen in het schuiloord daar. Er dagen zo’n 1.500 man op, maar door het gure en natte weer  druipen velen al snel af. Op 10 september omsingelt het Duitse leger de circa 200 blijvers. Verschillende groepjes worden tijdens hun vlucht opgepakt en op verschillende plaatsen neergeschoten. Alles samen komen 40 mensen om, ook enkele burgers die de verzetslui hadden geherbergd.

Elf van de weerstanders die in het kamp in Rotem zaten werden in het Nederlandse Heer "vermoord". Nog een andere groep van zeven mannen werd net over de grens in het Duitse Mindergangelt om het leven gebracht.

Het drama van Forêt-Trooz

De moordpartij in Forêt-Trooz bij Luik is een tragische illustratie van de risico’s. Op 5 september komen in het dorp zo’n 500 verzetsstrijders samen, vaak zeer jong en zonder militaire ervaring. Enkelen vallen, onvoorzichtig, geïsoleerde Duitse eenheden aan, om hun voertuig of wapens in handen te krijgen. De vijand slaat terug en bestormt een hoeve waar zich een honderdtal mannen met te weinig wapens bevindt. De krachtmeting kost 5 verzetsstrijders en enkele Duitsers het leven. 

Een aantal van de slachtoffers in de tuin van de hoeve van Forêt-Trooz. De Duitsers hadden geprobeerd de lijken van hun slachtoffers te verbranden en een deel was onherkenbaar (collectie maisondusouvenir.be).

In plaats van weg te gaan zoals bevolen, keren een honderdtal niet bewapende mannen terug naar de hoeve waar nog enkele bewapende mannen zijn achtergebleven. Bij zonsopgang op 6 september worden ze verrast door een 300 man sterke Duitse eenheid. Na een ongelijke strijd steken de Duitsers de hoeve in brand, 36 lijken van verzetsstrijders, die zijn omgekomen bij het gevecht of nadien zijn neergeschoten, blijven achter. Andere verzetslui worden naar de citadel van Luik gebracht : 22 of 23 van hen worden die avond nog terechtgesteld. In totaal kost de tragedie het leven aan 63 of 64 patriotten.

Elders wreken de Duitse troepen op de terugtocht zich op burgers nadat ze zijn aangevallen door het verzet. Dat is onder andere zo in Anhée en Sovet in de streek van Dinant op 4 september ( 13 en 16 burgers gedood) en in Marcourt nabij La Roche op 9 september (9 doden).

De slachtoffers van Forët-Trooz. Helemaal rechts foto's van een groep mannen die verdwenen en nooit meer zijn teruggevonden; vermoedelijk zijn ze in Duitsland omgebracht (collectie maisondusouvenir.e).

Het verzet en de burgers krijgen zware slagen te verwerken net voor of bij de aankomst van de geallieerden, maar ook het terugtrekkende Duitse leger krijgt klappen. De weerstanders stellen honderden, zelfs duizenden Duitse soldaten buiten gevecht en vernietigen heel wat materiaal. Ze verhinderen dat een twintigtal strategische bruggen worden verwoest, onder andere in Aalst, Charleroi, Hoei, Kampenhout, Namen, Nieuwpoort en Dendermonde. Het verzet zorgt er mee voor dat de  havens van Antwerpen, Zeebrugge, Gent en Nieuwpoort bijna ongeschonden in geallieerde handen vallen. En tenslotte bevrijdt het heel wat dorpen en stadjes, die weliswaar al zo goed als helemaal door de bezetter waren verlaten.  Het optreden van het verzet spoorde de troepen van het Reich zeker aan om niet langer dan nodig in een zo duidelijk vijandige omgeving te blijven.

Een verzetsman in actie bij de bevrijding in de haven van Oostende, die wel zwaar beschadigd was (collectie Erwin Mahieu).

De verzetsstrijders zijn ook zeer waardevol bij de geallieerde doorbraak. Ze informeren en gidsen de pantsertroepen, en laten hen tijd winnen door hen de weg te wijzen langs niet vernielde bruggen en door hen rond Duitse posities te loodsen. Meestal duurt dat niet lang, want meestal gaan de geallieerden snel vooruit.

Behalve bij de bevrijding van Antwerpen, de Scheldemonding en de Kempen zijn er maar twee streken in het  land waar de gevechten tussen geallieerden en Duitsers meerdere dagen duren, en het verzet een grotere bijdrage kan leveren. 

Enkele verzetsstrijders begeleiden een groep Duitse krijgsgevangenen in Chapelle-à-Wattines bij Leuze op 3 september 1944. Vijf verzetslui waren kort voordien door Duitsers zonder enige vorm van proces neergekogeld, en in het gevecht met de groep Duitsers voor ze zich overgaven waren nog eens drie verzetslui omgekomen. Hun makkers zonnen op wraak maar de Britten kwamen tussen en voerden de krijgsgevangenen af (collectie IWM).

De eerste streek is het gebied ten zuiden en westen van Bergen. De Amerikaanse 3e pantserdivisie en 1e infanteriedivisie hebben er van 2 tot 5 september het  Duitse 7de leger en het 5de pantserleger omsingeld. 30 à 40.000 Duitsers ontsnappen,  maar zo’n 30.000 anderen worden uitgeschakeld (25.500 krijgsgevangenen en 3.500 doden). Het is het op een na zwaarste verlies voor de Duitsers tussen D-day en de Ardennenslag.

Het verzet, vooral het Geheim Leger, speelt hier een hoofdrol, maar ook de Patriottische Milities en de Gewapende Partizanen, allebei verbonden met het door de communisten in 1941 opgerichte Onafhankelijkheidsfront. 

Kijklustigen rond een door het verzet vernietigde Duitse vrachtwagen in Quaregnon in de Borinage (CEGESOMA).

Ze bestoken en plagen de Duitse troepen in de wirwar van straten in de gemeenten van de Borinage. Tussen 1.200 en 1.400 weerstanders nemen deel, vooral Belgen, maar ook Fransen. Daarvan sneuvelen 70 Belgen en 20 Fransen. Deze cijfers zijn hoog maar niet overdreven. Ze tonen dat de verzetsgroepen omzichtig optreden, op enkele impulsieve acties na, en profiteren van hun goede kennis van het terrein en de bevolking. Pas naarmate ze meer wapens buit maken en de vechtlust van de vijand vermindert, worden ze stoutmoediger.

De Amerikanen, zoals de andere geallieerde legers in het land, profiteren hier niet ten volle van door hun acties niet te coördineren met die van het verzet. Dat het gewapend verzet geen eenheidscommando had, en geen gevechtservaring, maakt zo al een goede samenwerking moeilijk.

Verzetslui in gesprek met twee Amerikaanse soldaten bij de bevrijding van Fosses-la-Ville (CEGESOMA).

Na Bergen ondervinden de Amerikanen een week later nauwelijks nog tegenstand als ze oprukken naar het oosten en zuiden van het land. De Canadese, Poolse en Britse troepen die het westen van het land moeten bevrijden, botsen daarentegen tijdens hun opmars op sterke vijandelijke troepen. De 80.000 manschappen van het Duitse 15de Leger, gesteund door vier infanteriedivisies, trekken zich vanuit Frankrijk terug naar Zeeland door de corridor tussen de Noordzee en het gebied tussen Brussel en Antwerpen, dat al in Britse handen is.

Van Moeskroen op 4 september tot Beveren op 14 september verloopt de vooruitgang moeizaam. Het verzet levert kostbare steun bij de bevrijding van Menen, Kortrijk, Ieper, Ronse, Oudenaarde, Izegem, Tielt, Nieuwpoort en Gent.

Leden van de afdeling "De Reiger" van het Gentse geheime leger poseren op 8 september 1944.

Gent wordt bijna zonder strijd bevrijd op 6 september na een akkoord tussen de Britten en de Duitsers. Maar die laatsten trekken zich terug over het water net ten noorden van het centrum en bombarderen de stad ; meer dan 100 burgers komen om het leven. Een groep wellicht overmoedige verzetsstrijders, die de Duitsers wil verjagen, stuit op goed georganiseerde weerstand en verliest 11 manschappen. Een dag later, op 7 september, moet een Britse tank de overlevenden bevrijden uit hun hachelijke positie. 

De officieren van de Duitse eenheid die zich in Sint-Martens-Latem overgaf op een Britse tank. Links op de tank de bevelhebber van de eenheid van het Geheime Leger (foto J. De Bie via Peter Taghon).

Een eenheid van het Geheim Leger, die al op 5 september in Sint-Martens-Latem 380 Duitsers krijgsgevangen had genomen, neemt nog op 7 september deel aan de schoonmaak van de stad en pakt nog eens een honderdtal Duitsers op. Van 7 tot 10 september leveren de Britten, gesteund door het verzet, hevige strijd met de Duitsers in het noorden van de stad. De Polen lossen de Britten op 11 september af en slagen er de 13e in, met de hulp van 200 leden van het Geheim Leger, de Duitsers terug te drijven. Die trekken zich terug naar Breskens en Terneuzen in de nacht van 14 op 15 september.

Rijkswachters en leden van het Geheim Leger voeren op 10 september Duitse krijgsgevangenen af die ze bij de gevechten ten noorden van de stad hebben genomen (collectie Valentin Jamart).

Na de geallieerde doorbraak maakt het verzet zich zo mogelijk nog nuttiger. Samen met de geallieerden kammen ze het bevrijd gebied uit. Er lopen nog kleine groepen Duitsers rond, die proberen hun eenheden aan de andere kant van de frontlijn te vervoegen. Die taak verloopt meestal zonder problemen en leidt tot de arrestatie van duizenden vaak uitgeputte en gedemoraliseerde soldaten.

Maar soms loopt het ook mis. Sommige nog goed bewapende groepen Duitsers verzetten zich fel tegen de weerstanders, die ze beschouwen als terroristen, en ze richten bloedbaden aan, zoals in Wodecq. Waregem lijkt op 5 september ’s morgens al bevrijd en op de markt wordt het Geheim Leger luid toegejuicht. Maar lang niet alle Duitsers zijn al weg en ze schieten in de uren nadien nog zeven verzetsstrijders neer. Vijf van hen komen om op 6 september in het naburige Anzegem, net op het moment dat ze contact leggen met een Britse patrouille. Ook twee Britten komen om.

Op de markt van Waregem op 5 september 1944 worden de leden van  het Geheim Leger toegejuicht  (Stadsarchief Waregem).
Leden van het geheim Leger lopen voorop bij de plechtige herdenking van de Waregemse oorlogsslachtoffers op 18 september 1944. Bij de bevrijding zijn niet alleen verzetslui en militairen omgekomen, maar ook nog heel wat burgers (Stadsarchief Waregem).

Het noodlot slaat toe in Herne

Zeer tragisch zijn de gebeurtenissen in het Vlaams-Brabantse Herne op 3 september. Als een kolonne met gewonde Duitse militairen met Rode Kruis-symbool op hun wagens vanuit Edingen langskomt, kan een verzetsman zich niet houden en schiet, tegen alle regels in. Een Duitse kolonel raakt gewond, een vrouw uit het dorp verzorgt hem.

Britse troepen, onderweg naar Brussel, komen net daarna langs. Ze helpen de Duitsers gevangen te nemen en rijden dan verder, het verzet moet de krijgsgevangenen bewaken. Even later verschijnt opnieuw een grote groep gewapende Duitsers. Als ze begrijpen wat er gebeurd is beginnen ze willekeurig te schieten, op verzetslui en burgers. Ook met de bajonet worden mensen afgemaakt. Iedereen vlucht in alle richtingen weg en zoekt dekking. De gewonde Duitse kolonel komt tussen en kan zijn landgenoten tot bedaren brengen. 

Begrafenisplechtigheid voor de slachtoffers die uit Herne zelf afkomstig waren. Veel slachtoffers waren afkomstig uit buurgemeenten die naar de kermis in het dorp waren gekomen.

Maar dan slaat het noodlot helemaal toe. In de lucht duiken twee Britse vliegtuigen op en beschieten de Duitse kolonne, ook burgers worden geraakt. Herne telt die dag 29 doden, 4 verzetslui en 25 burgers. Hoeveel zijn omgekomen door Duitse of Britse kogels is niet duidelijk.

Gelijkaardige, tragische schermutselingen na de komst van de Geallieerden vinden nog plaats in Fontaine-l’Évêque (15 doden), Geluwe (8 doden), Morlanwelz (12 doden) et Ohain (11 of 12 doden).

Voor de vier omgekomen verzetslui, allen afkomstig van net over de taalgrens, werd al in 1945 een monument onthuld in Herne. De burgerslachtoffers kregen pas in 2012 een naam en een eigen monument. Beide monumenten staan naast elkaar aan het kruispunt de Patriot in deelgemeente Sint-Pieters-Kapelle, waar het drama zich afspeelde. De naam de Patriot is afkomstig van een oud-strijder uit 1830 die er een café had (collectie Frank Nevens).

Tegen half september voert het verzet in de meeste streken geen strikt militaire taken meer uit, behalve de bewaking van krijgsgevangenen en de bewaking van bruggen. Sinds eind augustus heeft het verzet zo’n 20.000 Duitse soldaten gevangen genomen en meerdere duizenden anderen gedood of gewond. Niet zonder moeite, zo’n duizend verzetsstrijders zijn om het leven gekomen. Minder, maar niet veel minder dan de 2.000 à 3.000 doden bij de geallieerde troepen . Die laatsten speelden de hoofdrol bij de bevrijding van België, maar de rol en vooral de offers van de verzetsstrijders mogen niet onderschat worden.

Op 8 september worden in Oostduinkerke acht verzetsstrijders door Duitse troepen omgebracht. Het verzet hield in Oostduinkerke dorp, dat de bezetter had opgegeven, enkele Duitsers en lokale collaborateurs gevangen. Soldaten van een Duitse kustbatterij, die de strijd nog niet hadden opgegeven, kwamen de gevangenen bevrijden en schoten de 8 verzetslui neer. De zaak zinderde in Vlaanderen jarenlang na als de zaak Irma Laplace. Irma Laplace's zoon was een van de "zwarten" die het verzet had opgepakt en zij riep de hulp in van de soldaten van de Duitse kustbatterij. Zij werd daarvoor na de oorlog, als een van de enige vier vrouwen in België ter dood veroordeeld, een vonnis dat ook is uitgevoerd en zeer omstreden was. In 1996 besliste een rechtbank, na een herziening van het proces, dat de vrouw terecht ter dood veroordeeld was.

In het Bezoekerscentrum Hippo.War in Waregem loopt van 13 september tot 15 december een tentoonstelling over het Geheim Leger.