Menno Huizinga

75 jaar geleden: het begin van de "Hongerwinter" in Nederland

De geallieerde Operatie Market Garden, van 17  tot 25 september 1944, loopt vast op de "brug te ver" in Arnhem. Nederland zal in 1944 niet meer helemaal bevrijd worden. Het is het begin van een kettingreactie die leidt tot hongersnood in West-Nederland, de "Hongerwinter". 

Dit is een bijdrage van Ingrid de Zwarte, docent aan Wageningen Universiteit. Zij is specialist op het gebied van de Hongerwinter en moderne hongersnoden in brede zin. In haar boek De Hongerwinter  (2019) analyseert zij de oorzaken en gevolgen van de hongersnood in West-Nederland tijdens de laatste maanden van de Tweede Wereldoorlog. Eindredactie en illustratie Jan Ouvry.

Hoewel de rantsoenen in de loop van de Duitse bezetting steeds magerder worden, slagen de ambtenaren van het Nederlandse Rijksbureau voor de Voedselvoorziening in Oorlogstijd en Economische Zaken tot aan de herfst van 1944  erin ernstige voedseltekorten te voorkomen.

Dankzij goede vooroorlogse voorbereidingen en relatief goede contacten met de Duitse verantwoordelijken kunnen zij de rantsoenen op peil houden, zwarthandel beperken en ervoor zorgen dat relatief weinig voedsel naar Duitsland geëxporteerd wordt.

De veranderende oorlogsomstandigheden krijgen in de loop van 1944 echter steeds meer impact. Zo zetten de Duitsers uit angst voor een geallieerde invasie grote stukken landbouwgrond onderwater. Ze nemen ook steeds meer voedsel, transportmiddelen en materialen voor de naderende eindstrijd in beslag. 

Typisch beeld in Nederland eind 1944-begin 1945: een onder water gelopen boerderij in Noord-Holland  (Wikimedia Commons)
Bij de bevrijding in mei 1945 stonden in Nederland 250.000 hectare (op de kaart in zwart) onder water. Alleen de 16.000 hectare in Walcheren (links onderaan) waren het werk van de geallieerden, de rest hadden de Duitsers onder water gezet.

Deze dreigingen voor de voedselvoorziening escaleren na de geallieerde Operatie Market Garden (17-25 september). Doel van deze immense luchtlandingsoperatie is om het industriële hart van Duitsland, het Ruhrgebied te omsingelen. Tegelijkertijd willen de geallieerden in een snelle beweging Nederland bevrijden.

Aanvankelijk verloopt alles volgens plan en al snel weten geallieerde troepen bruggen over de Waal in Nijmegen en de Maas bij Grave in te nemen. Maar het offensief over de Rijn in Arnhem blijkt ‘een brug te ver’. De Duitsers voeren een geslaagde tegenaanval uit en op 25 september moeten de laatste geallieerden troepen zich uit Arnhem terugtrekken.

Net op de grond gekomen Amerikaanse parachutisten verzamelen zich aan de rand van de droppingszone, een nieuwsgierig Nederlands jongetje kijkt toe (bron NARA).

Ter ondersteuning van Market Garden kondigt de Nederlandse regering in Londen op 17 september een nationale spoorwegstaking af. Dit doet zij op direct verzoek van het geallieerd opperbevel. Eigenlijk is het de bedoeling dat de regering de aankondiging via Radio Oranje op de BBC doet vóór de geallieerde operatie begint, zoals de Franse spoorwegsabotage voor D-Day.

Helaas is zowel de Nederlandse minister-president Pieter S. Gerbrandy en minister van Oorlog Otto van Lidth de Jeude onbereikbaar als het beslissende telefoontje komt. Hierdoor moet de afkondiging worden uitgesteld tot de avonduitzending van het Nederlandse nieuws van de BBC, ná de start van Operatie Market Garden. 

In "De Vliegende Hollander", een krantje dat door geallieerde vliegtuigen over Nederland werd uitgestrooid, roept begin oktober de Nederlandse premier Gerbrandy op om vol te houden met de spoorwegstaking( via Delpher).

De staking toch een groot succes: bijna alle 30.000 spoorwegmedewerkers leggen de volgende dag hun werk neer en duiken onder. Tot de bevrijding in mei 1945 zal in bezet gebied geen Nederlandse trein meer rijden.

De Duitse bezetter reageert op de spoorwegstaking met dreiging en geweld. Nadat de Nederlandse autoriteiten weigeren de staking af te blazen, slaat rijkscommissaris Arthur Seyss-Inquart op 27 september terug door alle voedseltransporten per schip van het agrarische noordoosten naar de westelijke provincies te blokkeren, waar 4,3 miljoen mensen wonen, waarvan 2,6 miljoen in de grote steden. Dit embargo op scheepsvervoer gaat gepaard met de inbeslagname van transportmiddelen, brandstof en voedsel op grote schaal.

Op de tekstaffiche links waarschuwt rijkscommissaris Arthur Seyss-Inquart dat sabotage van het spoor, telefoonleidingen of postkantoren zwaar, collectief bestraft zal worden (foto Menno Huizinga). Links, met deze poster waarschuwt de Duitse bezetter dat de gevolgen van de spoorstaking ernstig kunnen zijn (Stadsarchief Amsterdam).

De beperkingen op zowel spoor- als scheepvaartverkeer zijn desastreus voor de voedselvoorziening. De situatie verergert als de groeiende brandstoftekorten ertoe leiden dat in oktober en november elektriciteit en gas voor privégebruik worden afgesneden.

Het besef dat het niet lenigen van alle basisbehoeften tot chaos zal leiden, zorgt ervoor dat de Duitse bezetter de extreme vergeldingsmaatregelen halverwege oktober deels herroept. Wijdverspreide honger in de grote steden in het westen zou tot onrust, rellen en ziektes kunnen leiden – omstandigheden die het belegerde Duitse leger vreest. Als de rijkscommissaris zijn embargo na drie weken gedeeltelijk en na zes weken (op 8 november) geheel opheft is de voedselsituatie al ernstig verslechterd, maar van een hongersnood in volle omvang is nog geen sprake.

Een tekening uit een bevrijdingskalender en een herdenkingsposter, allebei uit 1945, prijzen de stakers "die Hitler de das hebben omgedaan" ( Niod en Atlas van Stolk).

Bijkomende factoren bemoeilijken echter het herstel van de gecentraliseerde voedselvoorziening. Boeren hebben het vertrouwen in het distributiesysteem grotendeels verloren en houden hun producten liever achter voor de zwarte markt. Veel vervoerders duiken met hun transportmiddelen onder uit angst voor razzia’s, Duitse confiscaties en geallieerde beschietingen.

Net als de voedseltransporten per schip eind december weer op gang komen, begint het vanaf 23 december tot eind januari te vriezen. Aangezien de Duitse Wehrmacht en Kriegsmarine grote aantallen schepen en sleepboten in beslag hebben genomen, is er maar minimale capaciteit beschikbaar om de vaarwegen open te houden. De meeste vaarroutes vriezen dicht en slechts enkele IJsselmeerhavens blijven open.  

Vrouwen rapen brokstukken asfalt op om ze te gebruiken als brandstof, in een straat ergens in Den Haag, winter 1944-45. © Menno Huizinga / Nederlands Fotomuseum, all rights reserved. Volledige naamsvermelding is verplicht. Complete credit line obligatory.

Brandstofschaarste speelt de laatste bezettingsmaanden eveneens een cruciale rol bij het escaleren van de crisis, want zonder brandstof immers geen mogelijkheid om te koken en geen transport.

Ten slotte is naast deze binnenlandse factoren het langdurig uitblijven van internationale noodhulp een bepalende factor. Voor de geallieerden heeft de eindoverwinning op Nazi-Duitsland prioriteit boven alles, inclusief voedselhulp. Zo is de hongersnood in stedelijk West-Nederland uiteindelijk het gevolg van een noodlottige opeenstapeling van een aantal uiteenlopende factoren en beslissingen. 

Uit een vernield huis in Den Haag wordt illegaal hout weggesleept tijden de Hongerwinter. Menno Huizinga

Nederlandse voedselambtenaren proberen het centrale voedselsysteem te herstellen, maar kunnen niet voorkomen dat de rantsoenen in snel tempo dalen. Na 26 november 1944 zakken de rantsoenen onder een magere 750 kcal per dag voor volwassenen en kinderen boven de 4 jaar.

De vorstperiode vormt een eerste dieptepunt van 500 kcal in januari 1945. In de laatste week voor de bevrijding bestaan de officiële rantsoenen uit maar 364 kcal per dag, met niets meer om naar uit te kijken als de Duitse overgave nog langer duurt.

Een dagrantsoen voor een volwassen persoon, april 1945 (Wikimedia Commons).

Door de dalende overheidsrantsoenen en het uitblijven van significante voedselhulp zijn de stedelingen in West-Nederland voor een belangrijk deel op zichzelf aangewezen. De prijzen op de zwarte markt stijgen tot astronomische niveaus, die alleen de rijksten zich kunnen veroorloven. Voedzame levensmiddelen zoals brood, graan en aardappelen worden op de zwarte markt verkocht aan wel 200 maal de winkelprijs. Ook brandstof, textiel en fietsbanden zijn vrijwel niet meer te betalen.

© Menno Huizinga / Nederlands Fotomuseum, all rights reserved. Volledige naamsvermelding is verplicht. Complete credit line obligatory.

Aangezien de meeste gezinnen niet de middelen hebben om regelmatig op de zwarte markt te kopen of te ruilen, trekt iedereen die hiertoe in staat is naar het platteland op zoek naar voedsel voor lagere prijzen. Meer dan de helft van de huishoudens doet mee aan deze ‘hongertochten’, met name mannen en vrouwen uit de arbeiders- en lagere middenklasse. 

Maar kwetsbare groepen blijven achter: mensen die niet in staat zijn op hongertocht te gaan of om regelmatig zwarte aankopen te doen, zoals armen, zieken en ouderen, onderduikers en aan huis gebonden alleenstaande ouders met jonge kinderen.

Vrouwen keren terug van een hongertocht op het platteland met zwaar bepakte fietsen (Collectie NIOD).

De crisissituatie brengt gelukkig niet alleen maar egoïstisch gedrag voort. Vanaf de herfst van 1944 ontstaan overal in het bezette westen particuliere zelfhulp- en hulpverleningsorganisaties. Deze netwerken bestaan doorgaans uit mensen die in dezelfde buurt of straat wonen, of tot de dezelfde geloofsgemeenschap behoren.

Dit onderlinge hulpbetoon is groter in arbeiderswijken dan in de meer begoede buurten, aangezien daar meer zwarthandelaren wonen, men er meer weet over  de gezinstoestand van buren en de bereidheid groter is om soort- en lotgenoten te helpen.

Aanschuiven voor een voedseluitdeling van het Interkerkelijk Bureau Noodvoedselvoorziening in Den Haag. © Menno Huizinga / Nederlands Fotomuseum, all rights reserved. Volledige naamsvermelding is verplicht. Complete credit line obligatory.

Terwijl individuele strategieën alleen diegenen met de beste ‘overlevingsmiddelen’ kunnen redden, richten de hulpcomités zich op de meest kwetsbaren in de samenleving, in het bijzonder kinderen.

De collectieve beslissing om schoolgaande kinderen te redden van de honger wordt ondersteund door zowel Nederlandse als Duitse autoriteiten, en resulteert in de grootschalige bijvoeding van maar liefst een derde tot de helft van de meest ondervoede kinderen in het hongergebied.

© Menno Huizinga / Nederlands Fotomuseum, all rights reserved. Volledige naamsvermelding is verplicht. Complete credit line obligatory.

Hiernaast evacueren hulporganisaties nog eens zo’n 40.000 stadskinderen (circa 9 procent van de schoolgaande jeugd) naar de noordoostelijke provincies die er beter aan toe zijn.  Zij verblijven er tot ruim na de bevrijding. Dankzij de gezamenlijke inspanningen om de kinderen bij te voeden en uit te zenden, blijft de kindersterfte tijdens de Hongerwinter relatief laag.

Een groep kinderen gaat in Den Haag aan boord van een binnenschip om voor een langere tijd naar Friesland te vertrekken.

De voornaamste slachtoffers van de hongersnood zijn diegenen die buiten de hulpverleningsnetwerken vallen en voor overleving uitsluitend van de officiële rantsoenen afhankelijk zijn, zoals armlastigen, mensen in gevangenissen en psychiatrische inrichtingen en ouderen zonder sociaal vangnet. 

Een alleenstaande vrouw en haar twee dochters, in huis is het koud. © Menno Huizinga / Nederlands Fotomuseum, all rights reserved. Volledige naamsvermelding is verplicht. Complete credit line obligatory.

In totaal komen ruim 20.000 mensen om. In absolute aantallen zijn baby’s en mensen boven de 55 jaar de belangrijkste slachtoffers, vooral mannen van boven de 70 jaar. In deze laatste groep is tijdens het dieptepunt in maart 1945 de sterfte 300 procent hoger dan in normale tijden.

Procentueel gezien stijgt ook de sterfte onder baby’s en volwassen mannen in de leeftijd 25-54 jaar tot dezelfde hoogtes. In alle leeftijdsgroepen zijn mannen zwaarder getroffen; de sterfte onder mannen is in totaal ongeveer twee keer zo groot als onder vrouwen. Dit komt grotendeels overeen met sterftepatronen tijdens andere moderne hongersnoden, en heeft zowel biologische als sociaal-culturele oorzaken.

© Menno Huizinga / Nederlands Fotomuseum, all rights reserved. Volledige naamsvermelding is verplicht. Complete credit line obligatory.

De ernst van de situatie komt ook duidelijk naar voren uit het aantal geregistreerde gevallen van hongeroedeem. In de meeste grote steden wordt hongeroedeem voor het eerst vastgesteld in januari 1945. Daarna verspreidt het zich snel onder de bevolking. Na de bevrijding lijden naar schatting maar liefst 200.000 tot 250.000 mensen in West-Nederland aan hongeroedeem. 

Een bejaarde man met op zijn benen de duidelijke sporen van hongeroedeem. Bij kinderen manifesteert zich dat vooral door een opgeblazen"Biafra"- buik. © Menno Huizinga / Nederlands Fotomuseum, all rights reserved. Volledige naamsvermelding is verplicht. Complete credit line obligatory.

In de zomer van 1945 bereikt de sterfte in West-Nederland weer normale niveaus, maar andere effecten zijn hardnekkiger en sommige zijn zelfs tot op vandaag merkbaar. Wereldwijd is de Hongerwinter nog altijd de belangrijkste casus voor onderzoek naar de relatie tussen blootstelling aan ondervoeding voor de geboorte en gezondheid in het latere leven.

Onderzoekers hebben aangetoond dat mensen die geboren of verwekt zijn tijdens de Hongerwinter onder meer een verhoogde kans hebben op schizofrenie, diabetes type 2 en obesitas. De meest recente onderzoeken wijzen erop dat deze verbanden mogelijk overdraagbaar zijn naar de volgende generatie. Voor sommige slachtoffers zijn de gevolgen van de Hongerwinter dus nog altijd aanwezig.

© Menno Huizinga / Nederlands Fotomuseum, all rights reserved. Volledige naamsvermelding is verplicht. Complete credit line obligatory.

Tenzij anders vermeld, zijn alle foto's bij dit artikel gemaakt door de Nederlandse fotograaf Menno Huizinga. Hij  was lid van de verzetsgroep "Ondergedoken Camera". In het geheim legde Huizinga - met zijn Leica verborgen in een kaaskistje - het leven in vooral Den Haag in oorlogstijd vast. Een fotoserie die hij maakte over de hongerwinter werd naar Engeland gesmokkeld en in april 1945 gepubliceerd in de Londense editie van Vrij Nederland. Daarmee leverde Huizinga een bijdrage aan de bewustwording en verspreiding van kennis over de grootte van de problemen tijdens de hongerwinter.

© Menno Huizinga / Nederlands Fotomuseum, all rights reserved. Volledige naamsvermelding is verplicht. Complete credit line obligatory.