75 jaar geleden: Brutale oorlogsmisdaden tijdens de Slag om de Ardennen

75 jaar geleden begint de Slag om de Ardennen. Hitler probeert het oorlogstij te keren en laat het Duitse leger de tegenaanval inzetten. Tijdens de zeer brutale slag worden meerdere oorlogsmisdaden gepleegd, vooral door Duitsers, maar ook door Amerikanen.

Dit is een bijdrage van Peter Schrijvers. Hij doceerde aan universiteiten in Australië, de VS en Zwitserland. Hij is momenteel historisch adviseur voor Liberation Garden, het nieuwe bevrijdingsmuseum dat zijn deuren opent in Leopoldsburg in 2021. Hij is auteur van zes boeken over de Tweede Wereldoorlog, waaronder Bastogne: De grootste slag om de Ardennen. Eindredactie en illustratie: Jan Ouvry.

Op zondag, 17 december 1944, strompelen elf Afrikaans-Amerikaanse soldaten het in de Belgische Oostkantons gelegen gehucht Wereth binnen. Ze zijn doodop en verkleumd. Ze maken deel uit van het 333ste Bataljon Veldartillerie. De eenheid heeft met de moed der wanhoop tevergeefs geprobeerd bij Schönberg, een dorp met een belangrijke brug over de Our rivier, Duitse troepen tegen te houden. Die troepen maken deel uit van het grootschalige verrassingsoffensief dat Hitler een dag eerder heeft ontketend in de Ardennen, met als einddoel de haven van Antwerpen.

Verkenners van de SS-Kampfgruppe Knittel aan het kruispunt van de Kaiserbaracken, niet ver van Wereth, een dag na de feiten. Beginfoto, de lichamen van enkele van de Amerikaanse slachtoffers van de moordpartij in Baugnez-Malmedy (NARA).

Een boer uit het Duitstalige dorp heeft medelijden met de zwarte GI’s. Hij heeft tijdens de bezetting verscheidene jongens uit de omgeving verborgen om ze te doen ontsnappen aan dienstplicht in het leger van nazi-Duitsland. Hij besluit nu ook de Amerikaanse soldaten onderdak en voedsel te geven. Maar wanneer de avond valt jagen soldaten van Kampfgruppe Knittel, een onderdeel van de beruchte 1ste SS Pantserdivisie Leibstandarte Adolf Hitler, de nauwelijks bewapende GI’s brutaal uit hun schuilplaats.

Ze zijn niet aan hun proefstuk toe en hebben al oorlogsmisdaden begaan tegen burgers en krijgsgevangenen in Polen, Rusland, Italië en Frankrijk. De zwarte krijgsgevangenen worden hard aangepakt en meegenomen naar een afgelegen plek in het dorp. Niet lang daarna horen inwoners van Wereth schoten. Ze hebben te veel angst om vragen te stellen en de sneeuw bedekt al vlug wat er zich heeft afgespeeld in een naburige weide. 

De lichamen van enkelen van de Elf van Wereth.

Het duurt nog tot januari 1945 vooraleer Amerikaanse troepen de lijken ontdekken van de elf zwarte GI’s die, tegen het oorlogsrecht in, als krijgsgevangenen eerst zwaar werden mishandeld en dan neergekogeld. Eén van de ongelukkigen is James ‘Aubrey’ Stewart, een 38-jarige sergeant die zijn job in een papierfabriek in West-Virginia heeft opgegeven om vrijwillig dienst te nemen in het bevrijdingsleger. De populaire baseballspeler uit het slaperige stadje Piedmont vindt, samen met zes andere Wereth-slachtoffers, zijn laatste rustplaats op de Amerikaanse begraafplaats in Henri-Chapelle.

Een eenheid van het 333de Amerikaanse bataljon veldartillerie in actie in West-Europa na D-day. Afro-Amerikaanse soldaten werden vooral ingezet in ondersteunende, dienende functies, ze waren zelden actief in de voorste linies.

De slachtpartij van Baugnez-Malmedy

Het duurt nog veel langer, tot 2004, vooraleer er in Wereth, op inititatief van Belgen en Amerikanen, een monument wordt opgericht om het drama te herdenken. Nochtans is een andere Duitse oorlogsmisdaad in de Ardennen, het neerschieten van meer dan tachtig blanke Amerikaanse krijgsgevangenen in Baugnez, al groot nieuws in de geallieerde media terwijl het Ardennenoffensief nog volop aan de gang is. In dat Franstalige gehucht, nabij Malmedy, zijn het opnieuw troepen van de 1ste SS-Pantserdivisie die laten zien hoezeer vooral de ervaring aan het Oostfront hen heeft gebarbariseerd. 

Op een kruispunt in Baugnez botsen troepen van Kampfgruppe Peiper, de speerpunt van de Waffen SS-divisie, op enkele kolonnes nietsvermoedende Amerikaanse artilleristen en verplegers. Terwijl de zwaar bewapende Duitse eenheid razendsnel verder stoot richting westen, omringd door vijandige troepen, blijven een aantal manschappen achter met zo’n 130 Amerikaanse krijgsgevangenen. 

Tekening van de Amerikaanse legerkunstenaar Howard Brodie van de moordpartij in Baugnez-Malmedy gebaseerd op verklaringen van overlevenden.

Er zal veel inkt vloeien over wat er vervolgens exact gebeurt en wie daar precies verantwoordelijk voor is. En er ontstaat enkele jaren na de oorlog een grote controverse wanneer bekendraakt dat het Amerikaans proces tegen de vermeende daders van de slachtpartij niet volgens het boekje is verlopen.

Ondanks dit alles toont het bewijsmateriaal echter onomstotelijk aan dat de Amerikaanse krijgsgevangenen vooral een blok aan het been zijn van de Waffen SS: het blijkt uiteindelijk gemakkelijker ze in koelen bloede neer te maaien, om vervolgens het wanhoopsoffensief richting Maas en Antwerpen onmiddellijk voort te zetten. Er is dan ook geen medelijden die namiddag.

Eén Amerikaan wordt afgemaakt met een hoofdschot terwijl hij op zijn knieën smeekt om genade. Een andere GI moet eerst zijn horloge van zijn pols halen; het is maar wanneer hij dat heeft afgegeven dat hij wordt geëxecuteerd. Sommige Waffen SS’ers zoeken rustig tussen de lijken naar overlevenden; ze geven ze vervolgens een fataal schot terwijl ze lachend de GI’s naäpen die om hun moeder roepen. 

Een van de 84 slachtoffers van de moordpartij wordt half januari 1945 naar Malmedy gebracht voor identificatie en onderzoek (NARA).

Verscheidene Amerikaanse soldaten slagen erin, al dan niet gewond, te ontsnappen, en sommigen bereiken Malmedy. Daar krijgen geallieerde oorlogscorrespondenten al snel lucht van wat er zich iets verder weg heeft afgespeeld. Binnen enkele dagen is ‘the Malmedy massacre’ een begrip voor een verontwaardigd Amerikaans thuisfront. Ook de Amerikaanse troepen in Europa reageren woedend en weigeren voortaan in heel wat omstandigheden nog Waffen SS’ers krijgsgevangen te nemen.

Al op 19 december, amper 2 dagen na de feiten verschijnt een verslag van de moordpartij op de voorpagina van "The Stars and Stripes", het dagblad dat onder alle Amerikaanse soldaten werd verspreid. " Wij die deden alsof we dood waren en konden ontsnappen, maar we moesten wel eerst blijven liggen en aanhoren hoe de Duitsers alle gewonden die bewogen of kreunden met een pistool vermoordden," getuigt William Summers, " Ik wil terug gaan en ze allemaal vermoorden".

HET LOT VAN DE BURGERS

Net zoals het verhaal van de zwarte krijgsgevangenen die worden neergekogeld door de 1ste SS-Pantserdivisie, blijft ook dat van de vele Belgische burgers die er het slachtoffer van worden lange tijd onderbelicht in de media.

Wanneer troepen van de divisie de Amblève oversteken in Stavelot om vervolgens te moeten vaststellen dat Amerikaanse troepen datzelfde stadje weer heroveren, groeit het besef dat ze afgesneden zijn van elke verdere versterking en dat hun toestand uitzichtloos is. De frustratie neemt snel toe en de Waffen SS’ers zien nu, onterecht, Belgische franc-tireurs en ‘partizanen’ achter elke hoek en steen.

Oorlogscorrespondent Jean Marin bekijkt de lichamen van enkele burgerslachtoffers in de buurt van Stavelot (NARA).

De Duitsers laten al vlug een spoor van dood en vernieling achter tussen Stavelot en Trois-Ponts, vooral in plattelandsgemeenschappen zoals Ster, Parfondruy en Renardmont, waar de meeste daders tussen 16 en 19 jaar oud zijn. Wanneer een vrouw in een bijeengedreven groep de Waffen SS’ers toeroept dat ze helemaal niets hebben misdaan, snauwt één van hen haar toe: “Dan moeten de onschuldigen maar boeten voor de schuldigen.”

Zo’n 130 Belgische burgers worden uit huizen, boerderijen en schuren gehaald en meedogenloos neergemaaid. Meer dan de helft van de slachtoffers zijn vrouwen en kinderen. Op het terrein van de abdij van Stavelot moet een massagraf worden gegraven waar tijdelijk alle slachtoffers onder de aarde verdwijnen.

Burgerslachtoffers in Stavelot wachten op identificatie voor ze naar het massagraf  worden gebracht ( bron NARA).

Op andere plaatsen in de Ardennen gaan de Duitsers uiterst koelbloedig en gepland te werk. Zo bijvoorbeeld in Bande, een klein dorp ten zuidoosten van Marche-en-Famenne, gelegen aan de N4. Daar strijken op 24 december 1944, in het zog van Duitse pantsertroepen, een paar dozijn agenten van de Sicherheitsdienst neer. 

Pater T.B. Musty probeert enkele leerlingen van het college van Bastogne te identificeren die bij de slachtoffers waren in Bande. Bij het begin van het Duitse offensief waren ze vertrokken uit Bastogne naar huis, maar ze raakten niet verder dan Bande (bron NARA).

Ze bezitten informatie over de verzetsdaden die in september 1944 in Bande gepleegd werden tegen terugtrekkende Duitse troepen. Ze nemen meteen alle jonge mannen gevangen voor een brutale ondervraging. Diezelfde kerstavond nog brengen de Duitse agenten 32 van hen ongenadig om met een nekschot. Ze dumpen de lichamen in de kelder van een afgebrand huis. Een 21-jarige man weet te ontsnappen om het verhaal te vertellen.

Het verslag van de onderzoekscommissie die de moordpartij in Bande, en andere oorlogsmisdaden, onderzocht, rechtsboven een foto van Léon Praile, de enige die aan het bloedbad ontsnapte (bron NARA).

Chenogne

De geschiedenis wordt geschreven door de overwinnaars. Het is daarom misschien niet helemaal verwonderlijk dat het een hele tijd duurt vooraleer duidelijk wordt dat ook Amerikaanse troepen tijdens het brutale Ardennenoffensief een oorlogsmisdaad hebben begaan. Begin januari 1945 stuurt Generaal Patton de nog grotendeels onervaren 11de Pantserdivisie de strijd in ten westen van Bastogne.

Ze botsen er in Chenogne op Duitse pantsergrenadiers die vastberaden zijn om de corridor die Patton een week eerder heeft weten te slaan naar het belegerde Bastogne te doorbreken. De gevechten in het dorp zijn hevig en niet aflatend. De Amerikaanse pantsertroepen zitten op hun tandvlees en reageren almaar brutaler. Eerst schieten ze, in het heetst van de strijd, een twintigtal Duitse soldaten neer die zich in een boerderij proberen over te geven nadat hun munitie is opgeraakt. 

Een G.I. bewaakt Duitse krijgsgevangenen. Voor alle duidelijkheid: waar precies deze, of ook de volgende foto, zijn gemaakt is onduidelijk. Zeker tijdens de Ardennenslag, maar zo goed als zeker niet in Chenogne (bron NARA).

Wat volgt heeft nog meer de kenmerken van een oorlogsmisdaad: ‘s namiddags, wanneer Chenogne eindelijk in Amerikaanse handen is, drijven GI’s een zestigtal Duitse krijgsgevangenen een weide in om ze vervolgens in koelen bloede neer te schieten. Dat maakt het totale aantal neergeschoten Duitse krijgsgevangenen in Chenogne ironisch genoeg vergelijkbaar met dat van de Amerikaanse slachtoffers in Baugnez.

Amerikaanse soldaat bij de lichamen van twee Duitse militairen in sneeuwcamouflage-kledij(NARA).

Het nieuws lekt uit en bereikt uiteindelijk zelfs generaal Patton, bevelhebber van het 3de Amerikaanse Leger. Die maakt er effectief melding van in zijn dagboek. Hij noemt het voorval ‘spijtig’ en verwijt zijn onervaren troepen van de 11de Pantserdivise ‘domheid’, maar hij voegt er meteen ook aan toe dat hij hoopt dat het allemaal netjes in de doofpot zal blijven. Dat gebeurt uiteindelijk niet, vooral dankzij het onderzoek van Amerikaanse historici. Anderzijds wordt er door het Amerikaanse leger zelf nooit een formeel onderzoek ingesteld naar de gebeurtenissen in Chenogne.

Generaal George Patton verlaat een kerk na een misdienst, met naast hem zijn vrouw en zus.