75 jaar geleden: concentratiekamp Sachsenhausen overleven of de triomf van de wil

75 jaar geleden bevrijdt het Rode Leger het concentratie­kamp van Sachsenhausen, maar veel gevangenen zijn er niet meer. 33.000 zijn kort voor de bevrijding vertrokken op dodenmarsen. Een van die gevangenen, de Vlaming Flor Peeters, zette kort na de bevrijding al zijn ervaring in het kamp en op de mars op papier.

Dit is een bijdrage van Lukas De Vos, publicist en jarenlang journalist bij VRT. Onlangs hertaalde  en herschreef hij het gereconstrueerde dagboek van Florent Peeters uit 1946 , "40 maanden Oraniënburg" onder de titel "Mijn triomf van de Wil".

Het is een zaterdag, 21 april 1945. Er is iets op til in het concentratiekamp van Sachsenhausen-Oranienburg, zowat 30 kilometer ten noorden van Berlijn. Het gonst van geruchten onder 36.000 vooral politieke gevangenen. Over ontruiming. Over uitmoording ook, want dat bevel heeft rijksminister Heinrich Himmler gegeven. “Geen getuigen”. De Sovjets staan op een tiental kilometer. De weken ervoor zijn al heel wat zieken en arbeidsongeschikten doorgestuurd naar Bergen-Belsen. Het zal de dood van velen versnellen, want in dat kamp breekt vlektyfus uit. Onder meer liberaal minister Arthur Vanderpoorten zal er bezwijken. 

Het appel in het concentratiekamp van Sachsenhausen (collectie Beit Lohamei Hagetaot-Israël ).

Fel anti-nazi

“Ik sta op. Ik kleed me aan. Ik was me niet. Er is geen eten. Buiten valt er echte motregen”, noteert kampgevangene 40981, Florent Peeters. De Vlaming verblijft hier al 40 maanden, sinds januari 1942. 

Na de Duitse inval is hij naar Frankrijk gevlucht, maar een goed jaar later teruggekeerd omdat zijn schoonbroer thuis, in Antwerpen, wou sterven. Hij dook onder, maar werd verklikt en op transport gezet. Peeters had zich onmogelijk gemaakt bij de bezetter door scherpe stellingnames tegen autoritaire regimes, van links en van rechts. In München en Wenen had hij gezien hoe de democratie in ijltempo plaatsmaakte voor een autoritair eenpartijsysteem. Hij publiceerde Het Bruine Bolsjevisme in 1938, begin 1940 zelfs nog Verzamelde Opstellen over het Nationaal Socialisme 1938-1940. 

Het gezin Peeters (Waasmunster, eind 1945). Zoontjes Leopold (naast vader Flor Peeters) en Bruno (naast moeder Helena Luyten) dragen mutsen van de Engelse soldaten die achter het huis hun kamp hadden opgeslagen (privécollectie familie Peeters) .

Het einde

Florent Peeters beseft die zaterdagochtend in april 1945 nog niet dat hij op Dodenmars moet vertrekken. Tijd om iedereen terecht te stellen is er niet, flink wat Duitse misdadigers van gemeen recht moeten het SS-uniform aantrekken als bewakers van een voettocht die naar de noordelijke stad Schwerin moet leiden.

In het kamp zelf blijven drieduizend opgegeven geraamten achter. Op 22 en 23 april vinden de Russen er ijselijke taferelen. Ondanks alle hulp sterft vrijwel onmiddellijk nog een tiende van die levende lijken.

Bedoeling van de dodenmars is door de smalle corridor te raken tussen Britten en Amerikanen in het westen, Russen en Polen in het oosten. “We zouden op schepen gezet worden, richting Denemarken. In volle zee gingen ze die opblazen, iedereen moest verdrinken.” Gevangene 73386 , nog een Vlaming, schudt vandaag nog altijd onbegrijpend het hoofd. “Ik zou hier niet gezeten hebben”, herhaalt Oscar Cazaerck, vandaag 95 jaar oud.

Gevangenen keren terug van hun werk langs de hoofdpoort van KZ Sachsenhausen (collectie Beit Lohamei Hagetaot-Israël ).

Van de 33.000 uitgehongerde kampbewoners die worden voortgedreven in groepen van 500, met elk twintig bewakers, sterven er op twaalf dagen 6.000. Neergeknald, zelfmoord, volledig uitgeput. In het Belower Wald, ongeveer halfweg, wordt enkele dagen halt gehouden, in ijsregen en vorst. Ze eten schors, drinken gesmolten sneeuw of beekwater – hopend om een ploeg van het Zweedse Rode Kruis tegen te komen dat her en der voedselpakketten aan het uitdelen is (het neutrale Zweden kan en mag dat). 

De snelle opmars van de geallieerden steekt een stokje voor de uitroeiing: vlak voor Schwerin, in Crivitz, ontmoeten Britten en Amerikanen en Russen elkaar, de weg naar de zee is afgesneden. De SS’ers laten het konvooi in de steek. “Bij het ochtendgloren waren ze allemaal verdwenen.  Vrijdag 4 mei: de Vrijheid!”, juicht Peeters, “Te Deum laudamus”. Zijn groep komt aanvankelijk terecht bij het Rode Leger, maar als hij hoort dat die hem via Odessa terug naar huis willen brengen, kan hij naar de Amerikaanse kant oversteken.

Gedenkteken voor de slachtoffers van de dodenmars in het Belower Wald.
"De bevrijding". Tekening van Jan Budding, een Nederlands kunstenaar die net als Flor Peeters tot het einde opgesloten zat in Sachsenhausen als politiek gevangene. Hij heeft mee de Dodenmars gedaan naar Schwerin (collectie Beit Lohamei Hagetaot-Israël ).

Uithongeringskamp Sachsenhausen

Himmler had er belang bij alle sporen te laten wissen. Want Sachsenhausen was een bijzonder kamp, hét opleidingskamp voor kampbewakers, en vooral voor de ideologische vorming van de SS. Een modelkamp, uitgetekend als een gelijkzijdige driehoek door staatsarchitect Bernhard Kuiper.

Binnen twee omwallingen werden gevangenen, Kommandantur en een SS-afdeling ondergebracht. De tweede kon je alleen binnen door de hoofdingang, elektrische prikkeldraad verhinderde elke uitbraakpoging (zoals de zoon van Stalin ondervond, die er zelfmoord pleegde). Vanuit de wachttoren konden machinegeweren alle blokken bestrijken. 

Een zicht op het kamp, op de barakken stonden leuzen geschreven (Collectie USHMM).

Behalve als opleidingscentrum had Sachsenhausen nog twee andere kernopdrachten. In 1938 werd de inspectie van de concentratiekampen van Berlijn overgeheveld naar Sachsenhausen. En in opdracht van Albert Speer, de staatsbouwmeester en later (1942) minister van bewapening, keek het kernkamp ook toe op zowat 100 nevenkampen of buitenkampen.

Hoewel zowat alle experimenten (rijdende gaswagens, vliegtuigtechnologie, slijtage van schoenen, medische proeven op onverdoofde patiënten en dies meer) eerst in Sachsenhausen werden uitgetest, hoewel er een klein crematorium was, hoewel er soms massamoorden plaatsvonden zoals op 12.000 Russische krijgsgevangenen in 1941, was Sachsenhausen toch geen uitroeiingskamp zoals Auschwitz. Integendeel, gevangenen werden als arbeidsslaven uitgeperst tot ze onbruikbaar werden geacht. En stierven.

"Wat wil jij dan nog meer ?" Tekening van Jan Budding (collectie Beit Lohamei Hagetaot-Israël ).

Een zeldzaam getuigenis

Bijna onmiddellijk na zijn thuiskomst zette Flor Peeters zich aan het schrijven, hij reconstrueerde een dagboek van zijn tijd in Sachsenhausen. Het verscheen eerst in afleveringen in de krant Het Volk en in 1946 in boekvorm. 

Het bijzondere van Peeters’ relaas over ruim drie jaar in een SS-kamp is, om te beginnen, dat er amper Nederlandstalige teksten over Sachsenhausen en de Dodenmars zijn overgeleverd. Hij beschrijft de barre omstandigheden waarin de gevangenen moesten proberen te overleven. Het waren bijzonder koude winters, warme kleding, schoeisel, eten ontbraken al te vaak. En verder de slavernij, de mishandelingen en moorddadige willekeur van de SS, de mentale én lichamelijke foltering. Ze vergen het uiterste van christelijke naastenliefde en vergeving.

Flor Peeters en de cover van het boek zoals het verscheen in 1946. Sachsenhausen is een deelgemeente van Oranienburg en wordt daarom soms zo genoemd (privé-collectie familie Peeters).

Een fragment

“Ik krijg een hemdje dat tot net onder de navel reikt, en een onderbroek die tot aan de knieën doorgescheurd is. Er zit geen knoop meer aan vast. Nog een broek en een vestje hopeloos dunne zebrastof, twee vodden om rond de voeten te draaien, een mutsje dat veel te klein is, een paar pantoffels met houten zolen. De afschuwelijke karikatuur is er een schoonheid tegen.

Ge moet uzelf goed in de ogen kijken om tot het besef te komen dat gij het zijt, want al het persoonlijke is verdwenen onder het groteske van deze duivelse poging om van een mens iets minderwaardigers te maken dan een aangeklede aap.”

Een man van principes

Nog belangrijker is de aanpak van Peeters. Hij beperkt zich niet tot het noteren van die schandelijke behandeling en zijn persoonlijk lijden, hij maakt ook een scherpe analyse van het kampsysteem.

Net zoals in zijn geschriften van voor de oorlog tegen de fascisten (en communisten) laat hij zich hier leiden door zijn radicaal christelijke overtuiging. Peeters kwam uit een diepgelovig gezin, en dacht er zelfs aan het voorbeeld van een broer te volgen om missionaris te worden. Hij stond onvoorwaardelijk achter het pauselijk gezag en de “Katholieke Aktie” die was opgestart in 1925. Zijn geloofsbeleving was ultramontaans.

En even hardnekkig was hij een verdediger van de terugkeer van koning Leopold III. Flamingant, maar allesbehalve separatist. Na de oorlog zal hij zich al vroeg, samen met Louis Kiebooms, de hoofdredacteur van Gazet van Antwerpen die uit hetzelfde KZ bevrijd werd, inzetten voor amnestie en de verdediging van de “idealistische” Oostfronters (die in de eerste plaats, zoals het goede katholieken betaamt, anti-bolsjevisten waren).

Hij gaat hier zeer ver in en ziet vaak zelf niet meer hoe eng en uitsluitend zijn hyperkatholiek denken wel is, wat in zijn geschriften soms ergerlijk blijkt.

Gevangenen moeten een zware kar verslepen; tekening van de Noorse politieke gevangene Odd Nansen.

De kracht van Peeters’ memoires ligt, ondanks zijn soms irriterende vooringenomenheid, in de ontrafeling van politieke verantwoordelijkheid en de ontwikkelingen die de Koude Oorlog aankondigen. Door zijn scherpe observatie van de wrijvingen tussen Sovjets en Amerikanen/Britten toont hij wat er komen gaat.

Hij is de allereerste die de mateloze, gevoelloze ambitie van Albert Speer veroordeelt, die zelfs nu nog vaak als “de gematigde nazi” wordt voorgesteld. “Gij zijt een massamoordenaar”, schrijft hij tot tweemaal toe. Denkende aan de echte uitmoordingszone van de ‘Klinkerwerke’, de steenfabriek, waar vooral asocialen (gewetensbezwaarden, getuigen van Jehova, Poolse krijgsgevangenen, homoseksuelen) het moesten ontgelden. De steenblokken die zij maakten, moesten dienen voor Speers grootse gebouwen en, ooit, voor de nieuwe hoofdstad Germania waarvan de man droomde. Velen verdronken of bevroren of werden als schietschijf gebruikt door de SS.

Maar ook de houtontginning, de elektrische industrie, de schoenmakerij, de vliegtuigbouw eisten talloze slachtoffers. Vermoedelijk is van de 200.000 gevangenen die in Sachsenhausen passeerden, een kwart omgekomen.

De steenfabriek in KZ Sachsenhausen (collectie USHMM).

Peeters rekent ook af met de “goddeloze communisten”, zijn medegevangenen. Zij waren het best georganiseerd in het kamp, gehard als ze waren na de verloren burgeroorlog tijdens en na de Weimarrepubliek. Ze beschermden elkaar, vaak met instemming van de SS, die haar eigen onderdrukking delegeerde aan Duitse politieke gevangenen en zo verdeeldheid zaaide tussen de zowat 40 nationaliteiten die Sachsenhausen telde. Peeters heeft voor hen en voor de Russen in het kamp geen goed woord over; voor hem zijn ze niet te onderscheiden van de nazi’s.

Inwoners van Oranienburg worden na de bevrijding verplicht om de doden in het kamp te komen bekijken.
Het gedenkveld voor de omgekomen Russische krijgsgevangenen in Sachsenhausen.

Meest gelezen