75 jaar geleden: Duits propagandakanaal Zender Brussel blijft optimistisch

"Zender Brussel" was tijdens de oorlogsjaren de speerpunt van de Duitse propaganda in België en was tot net voor de bevrijding van Brussel op 3 september zeer actief. Van de uitzendingen is veel klank bewaard, hieronder kunt u enkele fragmenten beluisteren.

Tien dagen na de bezetting van Brussel nemen de Duitsers op 31 juli 1940 de studio’s van het NIR-INR in het Flageygebouw volledig over. Dat betekent het einde van het "Nationaal Instituut voor de Radio-Omroep" en het begin van Zender Brussel-Radio Bruxelles. 

De programma's raken snel aangevreten door de propaganda. Al vanaf december 1940 is geen muziek van Joodse componisten meer te horen. De nieuwsbulletins raken doortrokken van het nationaalsocialistisch gedachtegoed, met berichten tegen zowel de Joden, als tegen de bolsjewieken en de geallieerden. Vooraanstaande collaborateurs zijn regelmatig op de zender te horen, zoals Staf De Clercq, August Borms, Cyriel Verschaeve, Jef Van de Wiele, Hendrik Elias en zelfs nazi-propagandachef Joseph Goebbels.

Het Vlaams Nationaal Zangfeest op de Grote Markt in Brussel in augustus 1941. Op de voorste rij heel wat collaborateurs die bij Zender Brussel te horen waren. Derde van rechts DeVlag-leider Jef Van de Wiele, naast hem met bril Cyriel Verschaeve, wat verder met hoed August Borms en naast hem Hendrik Elias, die eind 1942 Staf De Clercq als leider van het VNV zal opvolgen (privé-collectie). Beginfoto: het koor van de Dietsche Militie Vlaamse Wacht in de studio van Zender Brussel, 1943 (archief Maurice De Wilde, VRT/Soma).

Directeur-generaal Wies Moens houdt zijn pro-Duitse overtuiging niet verborgen. In zijn  programma's legt hij telkens getuigenis af van zijn vertrouwen in het Groot-Germaanse Rijk en zijn afkeer voor de vooroorlogse democratie. In reportages looft hij de Vlaamse Wacht en andere collaboratie-groepen als "die kerels" en het gezond gebleven gedeelte van ‘ons volk’...

Beluister en bekijk hier onder een fragment uit een reportage over de Vlaamse Wacht.

Video player inladen...

De propaganda zit in haast alle uitzendigen, zelfs in luisterspelen en programma's over volksdans en muziek. Vooral de rubriek ‘Politiek en Gemeenschap’  bevat erg giftige stukken.

Het spreekt vanzelf dat veel aandacht uitgaat naar de Duitse Cultuur en de verwezenlijkingen van het regime.  De strijd aan het Oostfront wordt met enthousiasme begroet. Er zijn rechtstreekse reportages van plechtigheden van de Algemene SS-Vlaanderen, het Vlaams Legioen, de NSKK, het VNV,  de DeVlag, ....

Beluister en bekijk hier onder een fragment uit een reportage over het vertrek van Vlaamse SS'ers naar het Oostfront vanuit Leuven.

Video player inladen...

Tot de laatste dag voor de bevrijding in september 1944 doet Zender Brussel "voorbeeldig" zijn werk als het Nederlandstalige propagandakanaal van de bezetter. Als op 6 juni de geallieerde troepen op de stranden van Normandië landen brengt Zender Brussel twee dagen later een kort verslag van de feiten.

Volgens de reporter hebben de  geallieerden slechts enkele kleine eilandstellingen in het Normandische gebied veroverd en dat ten koste van grote verliezen. Die stellingen behouden of eventueel uitbreiden zal opnieuw grote verliezen met zich meebrengen. De Duitsers daarentegen houden goed stand en verhinderen de opmars van de vijand, klinkt het. 

De opname van een luisterspel in de studio's van Zender Brussel ( archief VRT ).

De opmars van de geallieerden gaat inderdaad niet zonder slag of stoot maar ze winnen terrein. Bij Zender Brussel draait de propagandamachine nu op volle toeren. Er wordt geen moeite gespaard om de “bevrijders” in een slecht daglicht te stellen. Terwijl de eerste berichten na de landing de successen van de geallieerden minimaliseerden wordt nu de klemtoon gelegd op de vernielingen van de dorpen en steden.

Zender Brussel waarschuwt voor de komende aanvallen van de “terreurvliegers” op de verkeerscentra. Maar die zullen het militaire verkeer niet tegenhouden. Volgens de reporter zal enkel de burgerbevolking hiervan het slachtoffer zijn. Dat weten de Belgische regeerders in Londen ook, maar ze doen of hun neus bloedt, voegt hij er nog aan toe. “Die leiders zijn te laf om te vechten voor wat ze hun land noemen”.

De opname van "Groeten vanuit het Oostfront" door de "SS-kriegsberichten" voor zender Brussel, 29 mei 1943 (archief VRT).

Ondertussen brommen de eerste vliegende bommen, de V1’s over het Kanaal richting  Engeland. Zender Brussel-reporter Lode Haesaert beschrijft het nieuwe wapen vol enthousiasme als de vergelding voor een barbaarse moord op duizenden en duizenden Europese vrouwen en kinderen door de geallieerde bombardementen. “De bommen dragen dood en vernieling naar Londen en het gebied van Zuid-Engeland.”

Opname van het kinderprogramma van Zender Brussel onder leiding van Jan Stalmans (archief VRT).

Ook in een uitzending van 22 juni 1944 doet Zender Brussel-reporter Mertens zijn best om de inzet van de V1’s als vergeldingswapen te rechtvaardigen. Hij besluit: “Het Engelse volk zal nog eens het uur vervloeken waarop Churchill en Roosevelt besloten hebben Europese steden te vernielen en Europese vrouwen en kinderen te vermoorden.”

Het programma van Zender Brussel in de week van 27 maart tot 2 april 1943 (archief VRT).

Heel wat personeelsleden van het NIR die voor Zender Brussel blijven werken zullen na de oorlog van collaboratie worden beschuldigd. Sommigen krijgen een celstraf, 13 medewerkers krijgen de doodstraf. Dat is het geval voor onder meer de Vlaamse letterkundige Wies Moens, die van april 1941 tot eind 1943 directeur-generaal van Zender Brussel is. In 1947 wordt hij bij verstek ter dood veroordeeld. Hij vlucht naar Geleen in Nederlands-Limburg waar hij op 5 februari 1982 overlijdt.

Wies Moens (links) had nauwe banden met het VNV, dat in de loop van de oorlog steeds verder van de Duitse bezetter kwam te staan die de voorkeur gaf aan de DeVlag. Paul Douillez (rechts) in het SS-uniform dat hij meestal droeg als hij dirigeerde (archief VRT).

Moens' opvolger SS'er Paul Douliez was al vóór de oorlog in dienst bij het NIR als dirigent en pianist van het omroeporkest. In antwoord op de oproep van Joseph Goebbels trekt Douliez naar het Oostfront om er te strijden tegen het bolsjewisme en om de ondergang van ons kunstpatrimonium te verhinderen. 

Nog op 17  augustus 1944 valt hij "het jodendom en de plutokratie" aan op Zender Brussel en verkondigt hij zijn vaste overtuiging dat Duitsland zal overwinnen. Na de oorlog wordt Douliez ter dood veroordeeld. Hij verblijft dan al in Duitsland, in Stuttgart, waar hij op 13 januari 1989 overlijdt.

Bekijk en beluister hier onder een fragment van een reportage van Douliez van aan het Oostfront.

Video player inladen...

Edmond de Goeyse werkt als journalist bij het NIR. Tijdens de oorlog is hij administratief directeur bij Zender Brussel. In september 1944 wordt hij opgepakt. In mei 1947 wordt hij op beschuldiging van collaboratie veroordeeld tot een gevangenisstraf van 8 jaar. Enkele maanden later, in oktober 1947 komt hij vrij.

Op 1 mei 1941 treedt Gaston Feremans in dienst van Zender Brussel. Op verzoek van Wies Moens aanvaardt hij een benoeming als directeur van de muziekafdeling. Hij volgt in die hoedanigheid Arthur Meulemans op. Maar eind 1943 stapt Feremans op om opnieuw directeur van de muziekschool in Aalst te worden. Op 9 september 1944 vliegt hij achter de tralies op beschuldiging van zogenaamde  “culturele collaboratie”.  Op 23 maart 1947 komt hij vrij en op 20 februari krijgt hij, bij arrest van het Hof van Beroep in Brussel,  eerherstel.

Links, sonderführer Spanuth, de Duitse officier die feitelijk de touwtjes in handen had bij Zender Brussel (archief VRT).

In maart 1941 gaat Ferdinand Vercnocke bij Zender Brussel aan de slag als verantwoordelijke voor de rubriek “Politiek en Gemeenschap”. Daarnaast is hij ook medewerker van het dagblad “Volk en Staat”. Tijdens een reis naar Duitsland ontmoet hij Joseph Goebbels persoonlijk. Zijn gedichten, waaronder “Aan Hitler” en "Groot-Germanië” verschijnen in meerdere publicaties. Vanwege die gedichten en zijn pro-Duitse artikels in “Volk en Staat” krijgt Vercnocke een gevangenisstraf van 12 jaar. In 1949 komt hij vrij.

Ferdinand Vercnocke en zijn zusters voor de oorlog en de eerste regels van zijn gedicht ter ere van Adolf Hitler.

Brussels cabaretier Renaat Grassin werkt vanaf 1935 mee aan het radioprogramma “De Blinkende Zonnekloppers”. Daarin wordt zijn bekende figuur Ketje geboren. Bij het uitbreken van de oorlog verdwijnt dit programma. Maar Grassin blijft als Ketje voor Zender Brussel werken. Op 17 mei 1947 wordt hij veroordeeld tot een gevangenisstraf van 3 jaar. Van 1953 tot aan zijn dood in 1964 is Grassin te horen in het radiocabaretprogramma “Kop en Staart” op het NIR, de latere VRT. Hij vertolkt er verschillende personages en opnieuw Ketje. 

De cover en de titelpagina van het boek van Rie Vanderheyden over 'Ketje' Grassin.

De klankfragmenten die u in dit artikel kan beluisteren en al de andere nog bewaarde klank van Zender Brussel zijn onlangs gedigitaliseerd  door het VIAA, het Vlaams Instituut voor Archivering.

Een van de studio's van Zender Brussel, verwoest na het vertrek van de Duitsers (archief VRT).