Is ons federalisme besmet met corona?

Grondwetspecialist Stefan Sottiaux en doctoraatsonderzoeker Karel Reybrouck stellen een verschuiving vast in het coronabeleid. De deelstaatregeringen krijgen (of claimen) onder de federale regering-De Croo meer invloed en beleidsruimte. Wat dat betekent voor onze staatsstructuur schetsen ze in deze opinie.

opinie
Stefan Sottiaux en Karel Reybrouck
Stefan Sottiaux (foto) is hoogleraar grondwettelijk recht. Karel Reybrouck is doctoraatsonderzoeker grondwettelijk recht. Beiden zijn verbonden aan de KU Leuven.

De open oorlog die de Amerikaanse president Trump en enkele gouverneurs eerder dit jaar uitvochten over het opheffen van de lockdown toont aan dat het coronabeleid in federale landen tot spanningen kan leiden. Die machtsstrijd tussen de federale overheid en de deelstaten doet ons denken aan de beroemde uitspraak van Carl Schmitt: “Soeverein is degene die beslist over de uitzonderingstoestand”. Daarmee bedoelt de beroemde Duitse rechtsfilosoof dat de ultieme macht toekomt aan diegene die beslist wat een noodtoestand is en hoe die moet worden opgelost; met andere woorden diegene die beslist wanneer de normale regels tijdelijk niet meer kunnen gelden.

Achter de nieuwe coronamaatregelen om de tweede golf te bestrijden, schuilen interessante evoluties in ons Belgisch federalisme

Achter de nieuwe coronamaatregelen om de tweede golf te bestrijden, schuilen ook interessante evoluties in ons Belgisch federalisme. Het lijkt erop dat het coronabeleid in het federale België hoe langer hoe minder eenvormig wordt gevoerd. Waar de minderheidsregering-Wilmès bij de eerste golf nog quasi-unitair beleid voerde voor héél België, lijken de deelstaatregeringen onder de meerderheidsregering-De Croo meer invloed en beleidsruimte te krijgen (of te claimen).

Zo kan, normaal gezien, enkel de federale overheid instructies geven aan de gouverneurs met betrekking tot de federale bevoegdheden. In tegenstelling tot Duitsland, Canada en de Verenigde Staten liggen de bevoegdheden "veiligheid en ordehandhaving" in België immers exclusief op federaal niveau. Dat de implementatie, de afstemming en de communicatie van de coronamaatregelen, zoals de avondklok, nu wordt overgelaten aan de gewesten, of dat de gewesten dat naar zich toe trekken (we weten niet welke dynamiek daar speelt), toont aan dat de gewesten zich op het terrein van de federale overheid begeven. Nu moeten we niet doen alsof afgelopen weekend een soevereiniteitsoverdracht naar de gewesten plaatsvond, maar het lijkt er toch op dat de politieke besluitvorming deels naar daar is verschoven. Zetten we hiermee een stap in de richting van een federaal België met vier gewesten?

Voorbode van defederalisering?

Voor alle duidelijkheid: wij uiten geen kritiek op de regering-De Croo, wel integendeel. Vooreerst vraagt de aanpak van de coronacrisis om maatregelen die voldoende toegespitst zijn op de lokale situatie. De grootstedelijke context verschilt van het platteland; een lokale virusuitbraak moet niet meteen met nationale maatregelen worden ingedamd (denk aan Antwerpen deze zomer). Het lijkt dus an sich geen slechte evolutie dat op federaal niveau een gemeenschappelijke sokkel wordt afgesproken, die verder kan worden verfijnd op deelstatelijk of lokaal niveau in functie van de eigen realiteit.

Dit soort "asymmetrische organisatie van het federaal beleid" lijkt op de innovatieve constitutionele spitstechnologie in de, niet-uitgevoerde, deal tussen PS en N-VA. Vormt de reactie op de tweede golf een voorbode van een gedeeltelijke defederalisering van bevoegdheden voor veiligheid en openbare ordehandhaving?

Daarnaast is het ondertussen duidelijk dat de aanpak van de coronacrisis om samenwerking tussen de verschillende overheden schreeuwt. De bevoegdheden van de federale overheid en de deelstaten zijn zo met elkaar verweven dat enkel nog samenwerkingsakkoorden (bv. voor de contactopsporing) of overleg in het Overlegcomité soelaas kunnen bieden. Iedereen weet ondertussen dat de versnipperde bevoegdheidsverdeling in de gezondheidszorg het crisisbeleid enkel heeft bemoeilijkt.

Maar ook in exclusieve bevoegdheidsdomeinen zoals onderwijs, cultuur, sport, arbeidsrecht, civiele veiligheid en ordehandhaving betreden de verschillende overheden met hun coronabeleid steeds vaker elkaars bevoegdheidsdomein. Zo besliste de federale overheid dat amateurwedstrijden voor volwassenen worden afgelast, en kondigde het Waalse Gewest verplicht telewerk aan. Dat sport het terrein is van de gemeenschappen, en arbeid van de federale overheid lijkt niemand te deren.

Dat sport het terrein is van de gemeenschappen, en arbeid van de federale overheid lijkt niemand te deren

De verschuiving van een unitaire naar een federale logica mag niet verhullen dat de besluitvorming deels op confederale basis berust. Op de diplomatieke conferentie van het Overlegcomité overleggen de verschillende regeringen over de federale coronarichtlijnen om deze dan nadien te verfijnen voor het eigen landsdeel. Net als bij confederale besluitvorming ligt het zwaartepunt bij regeringsoverleg en is van parlementaire betrokkenheid amper sprake. Al maandenlang wordt het coronabeleid immers gevoerd in opeenvolgende ministeriële besluiten op basis van de wet civiele veiligheid, die geen aangepaste wettelijke basis vormt voor de beteugeling van een langdurige gezondheidscrisis.

Dat de verregaande inperkingen van de grondrechten daarmee gestoeld zijn op een zeer wankele machtiging, bewijst de recente weigering van de politierechter in Charleroi om nog langer coronaboetes uit te schrijven. Hoog tijd dus voor een corona-kaderwet! Al zullen in een federale staat als België daarnaast ook corona-decreten en corona-samenwerkingsakkoorden nodig zijn.

De verregaande inperkingen van de grondrechten zijn gestoeld op een zeer wankele machtiging

Meest gelezen