03-11-1918: Wapenstilstand met Oostenrijk-Hongarije

Op 3 november 1918 sluiten Italië en Oostenrijk-Hongarije een wapenstilstand, die gaat over 24 uur in, discussie over toekomst Duitse keizer en in België wordt het Meetjesland verder bevrijd.

Deze namiddag is om 15 uur plaatselijke tijd een wapenstilstand gesloten aan het Italiaanse front, tussen Oostenrijk-Hongarije en Italië, in naam van de Geallieerden.  Dat gebeurde in de Villa Giusti in de buurt van Padua. Die villa, eigendom van een lokale edelman en senator, was eerder gebruikt door het Italiaanse opperbevel .

Oostenrijk-Hongarije mag dan in feite opgehouden zijn te bestaan, het heeft nog altijd een leger dat zich moest verdedigen tegen het succesrijke Italiaanse offensief. 

"De Oostenrijkse keizer heeft dan toch moeten buigen en tekenen", uit Il 420, 10 november 1918. Beginillustratie: Italiaanse overwinningspostkaart.

Voor de besprekingen zaten uitsluitend militairen aan tafel. Langs Italiaanse kant werden ze geleid door luitenant-generaal Pietro Badoglio. De Oostenrijks-Hongaarse delegatie stond onder leiding van generaal Viktor Weber Edler von Webenau.

Het was voor de Oostenrijkers een penibele zaak om tot de wapenstilstand te komen. Al op 29 oktober werd kapitein Camillo Ruggera vanwege zijn kennis van het Italiaans (hij behoort tot de Italiaanse bevolkingsgroep in Oostenrijk), naar de Italiaanse linies gezonden. Ruggera werd eerst beschoten, maar slaagde er dan toch in zich te kenbaar te maken, waarna hij naar het Italiaanse hoofdkwartier werd gestuurd. 

De Oostenrijkse onderhandelaars steken de Tagliamento-rivier over

De dag daarop konden de andere onderhandelaars de linies overschrijven. Ze werden naar Padua overgebracht, maar pas in de ochtend van 1 november konden de besprekingen in de Villa Giusti beginnen. De Oostenrijkers vroegen een onmiddellijk staakt het vuren, maar dat weigerden de Italianen. Die moesten ook eerst instructies ontvangen van de Geallieerde regeringen die in Versailles vergaderen. 

De Villa Giusti en de onderhandelaars, links Pietro Badoglio, rechts Viktor Weber Edler von Webenau.

Generaal von Webenau wilde aanvankelijk de voorwaarden niet aanvaarden, omdat ze neerkwamen op een capitulatie. Er volgde een chaotische toestand waarbij Oostenrijkse officieren heen en weer werden gezonden tussen de villa en het Oostenrijks hoofdkwartier in Trente, terwijl er telegrammen tussen Trente en Wenen werden gewisseld. Keizer Karel heeft een tijd geaarzeld. Intussen bleven de gevechten aan het front voortduren.

De overeenkomst wordt na 24 uur, dus op 4 november, van kracht. Het Oostenrijk-Hongaars opperbevel heeft echter vandaag al bevolen het vuren te staken. 

De Italiaanse David ( de Italiaanse koning Victor-Emmanuel  was in het echt ook  zeer klein) heeft de Oostenrijks-Hongaarse Goliath geveld. Uit het Catalaanse La Campana de  Gracia, 9 november 1918.

De voorwaarden zijn dan ook vernietigend voor de verslagen Habsburgse monarchie.

Het Oostenrijks-Hongaarse leger moet zich meteen terugtrekken uit alle gebieden die het bezet houdt in Italië en op de Balkan, maar ook uit een deel van het eigen grondgebied, zoals het gebied van de Alpen ten zuiden van de Brennerpas, en ook uit alle kustgebieden van de Adriatische Zee. 

De bevolking van een pas bevrijd stadje verwelkomt de Italiaanse militairen

Het leger moet worden gedemobiliseerd. Alle grote oorlogsschepen, onderzeeërs en vliegtuigen moeten aan de Geallieerden worden uitgeleverd. Alle krijgsgevangenen moeten vrijgelaten. Ook de blokkade op zee blijft gelden. 

Belangrijk is ook dat de Geallieerden de vrije doorgang krijgen op het hele Oostenrijks-Hongaarse grondgebied. Dat betekent dat ze eventueel Duitsland vanuit het zuiden zouden kunnen aanvallen. 

Het door de Italianen en de Geallieerden heroverde gebied tot aan de wapenstilstand (uit de New York Tribune, 4-11-1918).

Italianen landen in Triëst

De triomferende Italianen zijn meteen geland in Triëst, de belangrijke Oostenrijkse haven in het noordoosten van de Adriatische Zee.

Nog geen twee uur na de ondertekening van de wapenstilstand meerde de Italiaanse destroyer Audace aan op een pier vlak voor het grote plein van Triëst. De Italiaanse generaal Carlo Petitti di Roreto kwam aan wal en werd door een enthousiaste menigte begroet. In naam van koning Victor Emmanuel III nam hij bezit van de stad. De Oostenrijkse gouverneur was al een paar dagen vertrokken. 

Links, Italiaanse cavaleristen en cyclisten gaan achter vluchtende Oostenrijkers aan. Rechts, feest in het centrum van Triëst ( La Domenica del Corriere, november 1918).

Triëst heeft meer dan vijf eeuwen tot Oostenrijk behoord en kende als vrijhaven een grote bloei. De bevolking bestaat overwegend uit etnische Italianen, maar er wordt ook veel Duits en Sloveens gesproken, terwijl er veel minderheidsgroepen zijn, zelfs Grieken en Armeniërs.

Triëst was een van de belangrijkste doelen van de Italianen in deze oorlog, dat gericht was op verovering van de “irredente gebieden” (terre irredente), de delen van Oostenrijk-Hongarije waar voornamelijk Italiaans wordt gesproken. 

Enkele dagen na de inname van Triëst bezoekt de Italiaanse koning Victor Emmanuel  de stad, hij wordt door een grote menigte verwelkomd. 3 november is sindsdien een feestdag in Triëst. De pier waar de Audace aanmeerde heet nu Molo Audace.

Triëst over land bereiken zou nog enkele dagen hebben geduurd. Het Italiaanse leger heeft vandaag ook Udine heroverd, op 80 km van Triëst. 

Italiaanse militairen in Udine

De “keizerskwestie” in Duitsland

In Duitsland neemt de discussie over de toekomst van keizer Willem II (de Kaiserfrage of “keizerskwestie”) almaar grotere vormen aan.

Vandaag werd een keizerlijk decreet gepubliceerd waardoor de recente democratische grondwetswijziging wordt bekrachtigd. In een bijgevoegde mededeling zegt de keizer dat hij de beslissingen van de volksvertegenwoordiging volledig aanvaardt en het welzijn van het Duitse volk wil dienen: “Het keizersambt is dienst aan het Volk”.  

" De keizer erkent de nieuwe democratische ordening, de censuur en de staat van beleg worden afgebouwd". Berliner Volkszeitung, 3-11-1918

De tekst is zo vaag en dubbelzinnig, dat sommigen er de aankondiging van Willems aftreden in zien, terwijl anderen juist het omgekeerde begrijpen: hij wil ook met democratische instellingen aan het bewind blijven. 

Twee foto's uit een Duits pamflet tegen de oorlog en tegen de keizer "Hoe de oorlog er uitziet". Links nipt de keizer met zijn staf een glaasje sekt op zijn hoofdkwartier, rechts hoe het er aan toe gaat in de loopgraven (BDIC, Bureau de Documentation Internationale et Contemporaine, Parijs).

De sociaaldemocraten van de meerderheid (SPD) vragen al enkele dagen openlijk dat de keizer een “grote geste” zou doen en aftreden. De meer radicale onafhankelijke sociaaldemocraten (USPD) eisen zijn aftreden en dat van de kroonprins. Op veel plaatsen worden stakingen en betogingen gehouden, waarin het aftreden van de keizer en zelfs de afschaffing van de monarchie wordt geëist. 

Een treurende keizer Willem II en zijn zoon, kroonprins Willem (BDIC).

Meer gematigde partijen en groeperingen, zoals de christelijke vakbonden, betuigen hun trouw aan Willem, maar hier en daar laten ze verstaan dat hij toch beter zou opstappen. Er gaan zelfs stemmen op om de koning van Beieren op de keizerstroon te plaatsen.

Links, vrouwe Germania laat de dokter-keizer weten dat hij niets meer voor haar kan doen. Rechts, "de keizer klaar voor Sint Helena" (het ballingsoord van Napoleon). Uit de Amsterdammer, 9-11-1918.

Eerder waren er geruchten dat de keizer al zou zijn afgetreden of van plan was dat te doen. De proclamatie van vandaag doet de verwarring nog toenemen.

Vast staat dat Willem II niet meer in Berlijn is. Hij is sinds eind oktober op het Groot Hoofdkwartier in het Belgische kuuroord Spa. Sommigen veronderstellen dat hij zich veiliger voelt bij het leger. 

Links, het Duitse volk gooit de keizer van het schip ( Washington Times, 1-11-1918). Rechts, de keizer verstopt zich (New York Tribune, 4-11-1918).

Belgisch leger rukt verder op in het Meetjesland

De Belgische opmars in het Meetjesland is zeer voorzichtig en dus traag. Die voorzichtigheid is nodig: de Duitsers hebben in hun achterhoede her en der gevechtsposten opgesteld om de Belgische troepen het leven moeilijk te maken. 

Bovendien is het geen gemakkelijk terrein om te vorderen: grachten, moerassen en dichtbebouwde dorpen maken het niet makkelijk om veilig op te rukken. Op het einde van de dag is het kanaal Gent-Terneuzen nog niet bereikt.

De Belgische lijn loopt nu ongeveer van 1,5 kilometer voor Zelzate tot voor Rieme dat nog stevig wordt verdedigd. Kluizen, Evergem, Wondelgem en Drongen zijn veroverd. Voorbij Drongen is de Leie bereikt. Aan het meest zuidelijke punt van de Belgische sector is de spoorlijn Sint-Denijs-Westrem naar De Pinte bereikt.

Achter het front is de Belgische genie intussen hard aan het werk om de bruggen over het Schipdonkkanaal te herstellen (Collectie Jan Luyssaert).

In het centrum, aan het Frans-Amerikaanse front, zijn er ook geen grote veranderingen. Slechts een handvol Franse en Amerikaanse compagnieën lukt het om met veel moeite de Schelde over te steken en een paar zwakke en kleine bruggenhoofden te organiseren op de rechteroever. Op het einde van de dag wordt de 91e Amerikanse divisie van het front weggetrokken om uit te rusten in de omgeving van Oostrozebeke. De Franse 42ste divisie neemt haar plaats in.

Na een week van zware Duitse artilleriebeschietingen ligt het kleine Avelgem zowat helemaal in puin.

Het Tweede Britse Leger slaagt er in ter hoogte van Berchem een bruggenhoofd op de rechteroever van de Schelde te veroveren. Hevig artillerievuur dwingt de Britten echter om dit bruggenhoofd op te geven en terug te trekken op de linkeroever. Een betere en grondige voorbereiding om de rivier te overschrijden dringt zich op. De Britten zullen zich daar dan ook de komende dagen aan wijden.

Avelgem, dat reeds zwaar geteisterd was op 27 oktober, wordt nog maar eens beschoten door de Duitse artillerie die (nog tot 9 november) opgesteld staat in de Vlaamse Ardennen. De kerk in het centrum wordt nu helemaal tot puin herleid.

Een week Duitse beschietingen, vaak met gifgasgranaten, hebben in Avelgem een ongewoon hoge tol aan burgerslachtoffers geëist. Zeker 273 burgers zijn omgekomen, ruim 7 % van de bevolking. Veel overlevenden blijven achter met slechte ogen en levenslange ademhalingsproblemen. Het oorlogsmonument in Avelgem vermeldt hun namen niet, en geeft gewoon, droog, het cijfer: " Burgerlijkse slachtoffers 273" (foto Jairo Matton).