Meest recent

    100 jaar geleden: Militaire staatsgreep dreigt in Rusland

    In deze reeks brengen we grote en kleine verhalen uit de Eerste Wereldoorlog, deze week honderd jaar geleden.

    In Rusland lijkt een staatsgreep aan de gang van opperbevelhebber Lavr Kornilov tegen de voorlopige regering.  Volgens de regering is er sprake van een contrarevolutionaire samenzwering. 

    Op 10 september maakte premier Kerenski bekend dat generaal Kornilov ontslagen werd omdat hij een “verrader van de revolutie” is. Dat gebeurde nadat de regering had vernomen dat er troepen op bevel van Kornilov naar Petrograd oprukken.  

    Kornilov liet toen vanuit zijn hoofdkwartier de frontcommandanten weten dat hij het slachtoffer is van een provocatie is en dat de regering onder invloed is gekomen van “de bolsjewieken en de Duitse generale staf”. Hij, generaal Kornilov, “de zoon van een kozak”, zou Rusland redden. 

    © IWM (HU 52726)

    Een van de laatste foto's van opperbevelhebber Lavr Kornilov (te paard in het midden), tijdens een plechtigheid voor leerling-officieren in Petrograd

    De dag daarop riep Kerenski zichzelf uit tot opperbevelhebber. Alle ministers hebben hun ontslag ingediend, zodat Kerenski alle macht in zich concentreert. 

    Kerenski kreeg toen de steun van het uitvoerend comité van de Sovjet van Petrograd. De Sovjet is de minister-president al een tijd niet goed gezind, maar als het erop aankomt te kiezen tussen Kerenski of Kornilov, is de keuze snel gemaakt. 

    Binnen de Sovjet is een “strijdcomité tegen de contrarevolutie” opgericht. Daarin zitten leden van alle socialistische partijen, ook de bolsjewieken, hoewel die sinds juli praktisch buiten te wet waren gesteld.

    De bolsjewieken waren weken lang uit het straatbeeld van Petrograd verdwenen, maar hun propagandisten zijn nu weer overal actief

    In verschillende grote fabrieken zijn revolutionaire comités gevormd. Ook de matrozen van Kronstadt zijn naar Petrograd gegaan om te revolutie te redden. De spoorwegvakbonden blokkeren de spoorwegen naar de hoofdstad. 

    De troepen die naar Petrograd oprukken worden tegengehouden door betogers, vaak ook soldaten. De troepen waren, zo dachten ze,  op weg om de voorlopige regering te redden, niet om ze omver te werpen. Ze zijn dus heel gevoelig voor de revolutionaire agitatie. 

    In Petrograd zijn zo'n 40.000 geweren uitgedeeld aan de arbeiders om zich tegen de "coupplegers" te verzetten ( ze zullen die geweren niet meer uit handen geven tot de machtsovername van de bolsjewieken in november).

    Pas later zal duidelijk worden dat Kornilov te goedertrouw handelde en het slachtoffer van manipulaties en misverstanden was. Hij meende inderdaad troepen te moeten zenden om de voorlopige regering te beschermen tegen een vermeende bolsjewistische machtsgreep. Kerenski zal dit echter niet geloven. 

    Roemeense overwinning

    De Duitse en Oostenrijks-Hongaarse legers in Roemenië hebben hun aanvallen stopgezet. 

    Dat gebeurde na weken van hevige gevechten aan het front van Mărășești  en Oituz. 

    De situatie is voor Roemenië na een jaar oorlog nog altijd zeer ernstig. Het grootste deel van het land blijft bezet. Maar het deel achter de Siret en de Noordelijke Karpaten blijft vrij. 

    In de Geallieerde pers krijgt het verre Roemeense front wat aandacht, omdat er anders weinig goed nieuws te melden valt. ‘The Times’ spreekt van “Het enige lichtpunt in het oosten’. 

    Roemeense troepen aan het trainen

    De strijd heeft de Roemenen wel meer dan 25.000 man gekost.

    Onder de gesneuvelden bevindt zich ook een vrouwelijke officier : onderluitenant Ecaterina Teodoroiu (23). Ze meldde zich vrijwillig voor het leger nadat haar broer gesneuveld was en werd, hoewel een vrouw, aanvaard door de steun van de koninklijke familie.  

    Ze gedroeg zich zo heldhaftig dat ze meermalen werd gedecoreerd en uiteindelijk als officier het bevel over een peloton kreeg.

    Het mausoleum van Mărășești is het grootste Roemeense oorlogsmonument

    Weer nieuwe Franse regering

    In Frankrijk heeft Alexandre Ribot het ontslag van zijn regering ingediend. 

    Door het ontslag van minister van Binnenlandse Zaken Malvy vorige week was de regering in moeilijkheden geraakt. Ribot probeerde zijn kabinet te herschikken, maar toen bleek dat de socialisten niet meer wilden meedoen. Daarop stapte Ribot op.

    Na enkele dagen is Paul Painlevé erin geslaagd een nieuwe regering te vormen, hoewel ook hij er niet in slaagde de socialisten in zijn ploeg op te nemen.  

    De 75-jarige Ribot (Clemenceau noemt hem “de treurwilg”) werd verweten weinig krachtdadig op te treden. Hij is net geen half jaar aan het bewind geweest. De roep om een krachtige regering wordt groot. 

    Op 6 september, enkele dagen voor zijn ontslag, hield Ribot nog een toespraak tijdens de herdenking van de 3e verjaardag van de Slag bij de Marne

    Of Painlevé het beter zal doen, valt nog te bezien. Hij is een gevierd wiskundige, wat aanleiding geeft tot nogal wat grapjes. Hij behoort tot de centrumlinkse Parti républicain-socialiste. 

    Painlevé behoudt de portefeuille van Oorlog, die hij in de vorige regering had. Ribot blijft minister van Buitenlandse Zaken.

    Binnen de regering wordt een ‘Comité de Guerre’ opgericht, naar het voorbeeld van het Britse ‘War Cabinet’. Hierin zetelen vier politieke zwaargewichten die tot minister zonder portefeuille zijn benoemd.  Daaronder de oud-premiers Louis Barthou en Léon Bourgeois. 

    Door het vertrek van de socialisten is er een einde gekomen aan de ‘Union sacrée’, de nationale eenheid tussen de partijen die sinds het begin van de oorlog bestond. De invloedrijke socialist Albert Thomas, die minister van Bewapening was, verdwijnt nu ook uit de regering.

    Groepsfoto van de nieuwe regering gemaakt na de eerste vergadering van het kabinet (uit Excelsior, 19 september 1917, BnF Gallica)

    Tien executies in Gent

    In Gent zijn deze week 10 mensen gefusilleerd.

    Op 10 september verschenen 5 mannen voor het executiepeleton, Karel Wagenaer, Camiel Hoste, Gustaaf Braeckman, Macharius en Alfons Byn.  De groep werd geleid door douanier Karel Waegenaer uit Zelzate en hield zich bezig met de observatie van het Duitse spoorwegverkeer op de lijnen Eeklo-Dendermonde en Gent-Brugge. 

    De leden van de groep werden al in maart aangehouden.

    Op 12 september werden nog eens 5 mensen gefusilleerd. 

    Het ging om Pierre Stevens (44), Jérôme Dobbelaere (20), Isidoor Van Vlaanderen (44), Emilie Schatteman (27) en Leonie Rammeloo (27). Ze waren in juli schuldig bevonden aan spionage. 

    De twee vrouwen woonden in Boekhoute aan de grens met Nederland ten noorden van Gent. Ze dienden als ‘passeurs’, die inlichtingen de grens oversmokkelen. Van Vlaanderen, die daar ook woont, was de koerier die de informatie naar hen overbracht.

    Tekstposters maken de terechtstellingen bekend, collectie stadsarchief Gent

    De drie uit Boekhoute maakten deel uit van een uitgebreid spionagenetwerk in het Etappegebied, het deel van het bezette België dat niet ver van het front ligt. Het netwerk werd geleid door Kamiel De Pauw in Kortrijk en naar hem de “dienst D.P.” werd genoemd.

    De leden namen vooral passerende Duitse treinen waar. De inlichtingen werden verzameld door Dobbelaere. Stevens, een spoorwegbediende, leidde een ander, kleiner netwerk dat met de dienst D.P. was gaan samenwerken. 

    De zaak liep mis toen de Duitsers in maart een schip doorzochten dat via het kanaal Gent-Terneuzen naar Nederland voer. Er werd bezwarend materiaal gevonden. Kort daarop werd Stevens opgepakt. De Pauw kon ontkomen. Hierop volgde de ontmanteling van de dienst DP.

    Dat er twee vrouwen tegelijk worden gefusilleerd, is uitzonderlijk. Sinds de terechtstelling van Edith Cavell zijn de Duitsers daarin zeer voorzichtig geworden. Maar in het Etappegebied gaat het er wel strenger aan toe.

    In volgorde van de klok, Isidoor Van Vlaanderen,  Pierre Stevens, Kamiel Hoste, Emilie Schatteman, Leonie Rammeloo, Jérôme Dobbelaere en Karel Waegenaer

    Vaterlandspartei eist "Duitse vrede"

    De Duitse kranten publiceren een oproep van de Deutsche Vaterlandspartei voor een ondubbelzinnig voortzetten van de oorlog. 

    De Deutsche Vaterlandspartei is zopas opgericht door een aantal vooraanstaande Duitsers. Voorzitter is grootadmiraal Alfred von Tirpitz, de vroegere minister van Marine en de “vader” van de grote Duitse vloot. Erevoorzitter is hertog Johann Albrecht zu Mecklenburg. 

    Tot de stichtende leden behoren nogal wat hooggeplaatste Duitsers. Daaronder bekende grootindustriëlen als Hugo Stinnes, Wilhelm von Siemens en Alfred Hugenberg. Die laatste heeft een topfunctie bij de staalreus Krupp en is ook stichter van de machtige koloniale lobbygroep ‘Alldeutscher Verband’. 

    1933 Keystone-France

    Alfred Hugenberg, helemaal rechts staande, werd in 1933 minister van economie in de eerste regering van Adolf Hitler

    De Vaterlandspartei is niet zozeer een politieke partij als een machtige drukkingsgroep.

    Ze kant zich tegen de Vredesresolutie die de Duitse Rijksdag onlangs heeft goedgekeurd. Ze vindt dat de Rijksdag het Duitse volk niet meer vertegenwoordigt. 

    De Vaterlandspartei wil dat Duitsland blijft strijden tot de overwinning, zodat er een “Duitse vrede” kan komen. 

    Alfred von Tirpitz, een postkaart van de partij  ter ere van het Duits-Turkse bondgenootschap en een poster die oproept om lid te worden

    Wat die ‘Duitse vrede’ precies betekent moet nog worden uitgemaakt, maar zeker is dat lieden als Tirpitz niet meer willen weten van een onafhankelijk België. Ze vinden dat Duitsland België, Luxemburg en delen van Frankrijk moet annexeren en zien een grote Duitse invloedssfeer in Oost-Europa.

    Ook willen ze meer Duitse kolonies in Afrika. De partij is ook niet te vinden voor parlementaire democratie en staat zeer vijandig tegen de linkse partijen. Binnen nationalistische kringen neemt de roep toe voor een bewind van een “sterke man”. 

    Als hem gevraagd wordt om voorzitter te worden van de Vaterlandspartei, antwoordt von Tirpitz dat hij wel mensen kan verdrinken, maar geen mensen kan redden die aan het verdrinken zijn. Een verwijziging naar het feit dat hij de geestelijke vader was van de totale duikbotenoorlog. Karikatuur uit het Franse Le Rire Rouge, september 1917

    Einde zwaarste Italiaanse offensief

    De Italianen hebben hun offensief aan de rivier de Isonzo stopgezet. Net als de tien (!) vorige aldaar heeft dit geen gewenste doorbraak opgeleverd. 

    Het leger van generaal Capello wist in het begin nochtans door te dringen tot op het Bainsizza-plateau en zich daar stevig in te graven. Dat was zowat het grootste Italiaanse succes sinds de verovering van de stad Gorizia vorig jaar. 

    Verschillende Oostenrijks-Hongaarse steunpunten konden worden veroverd. Toch slaagden de Italianen er ook ditmaal niet in de Monte Ermada en de Monte San Gabriele te veroveren. 

    Na bijna vier weken strijd blies opperbevelhebber Cadorna de aanval af. De komst van Duitse troepen als versterking voor de Oostenrijkers kan daar een rol in hebben gespeeld, want de legers zijn aan beide zijden uitgeput. 

    Oostenrijks-Hongaarse militairen begraven slachtoffers van de slag (Oostenrijkse Nationale Bibliotheek)

    Door de verovering van het Bainsizza-plateau is het front in het binnenland enkele kilometers opgeschoven.  Maar in de richting van het hoofddoel, de belangrijke havenstad Triëst, is nog altijd niet de minste vooruitgang geboekt. 

    Deze elfde slag aan de Isonzo was de zwaarste van al. Er werden bijna 3 miljoen granaten afgevuurd.

    De verliezen aan Italiaanse zijde worden geschat op 160.000 (waarvan minstens 30.000 doden), aan Oostenrijks-Hongaarse zijde op zowat 120.000.

    Oostenrijks-Hongaarse soldaten trekken ten aanval met handgranaten, een duidelijk geposeerde foto (Oostenrijkse Nationale Bibliotheek)

    Bezoek nieuwe Duitse kanselier

    De nieuwe Duitse rijkskanselier Georg Michaelis heeft een bezoek aan Brussel gebracht. 

    Behalve ontmoetingen met het Duitse bestuur in België heeft hij ook de Raad van Vlaanderen ontvangen. 

    Het was de eerste keer dat de Raad van Vlaanderen, waarvan de samenstelling tot dan toe niet bekend was, in de openbaarheid trad. Het blijkt nu dat de Pieter Tack wel degelijk de voorzitter van de Raad is. 

    De kanselier heeft de leden van de Raad verzekerd dat hij dezelfde politiek ten gunste van de Vlamingen zal voeren als zijn voorganger.

    This content is subject to copyright.

    Georg Michaelis, tweede van rechts, in uniform, naast piloot Manfred von Richthofen en general Sixt von Armin (Getty Images)

    Kort daarna hebben de burgemeesters van de Brusselse agglomeratie bij de Duitse gouverneur-generaal geprotesteerd tegen een nieuwe verordening die hen verplicht voortaan enkel Vlaams als officiële taal te gebruiken. 

    Die verordening schakelt de Brusselse gemeenten gelijk met Vlaanderen, behalve Elsene, omdat daar een meerderheid van de inwoners Walen zouden zijn. 

    Zo ziet Brussel er uit als de Duitse keizer de stad bezoekt, volgens Le Petit Journal Illustré (30 september 1917, BnF Gallica)

    Argentijnen woedend over Duits diplomaat

    In Argentinië is er een zwaar incident rond de Duitse gezant in Buenos Aires, Karl graaf von Luxburg.

    Een Argentijnse krant heeft de tekst gepubliceerd van enkele telegrammen die von Luxburg naar zijn regering stuurde. Die zijn blijkbaar door de Geallieerden onderschept en ontcijferd. 

    Hierin vraagt de diplomaat onder meer om Argentijnse schepen ofwel te dwingen terug te keren, ofwel te doen zinken “zonder sporen na te laten”. Ook noemt hij de Argentijnse minister van Buitenlandse Zaken “een muildier en een anglofiel”. 

    Meteen na de publicatie van de telegrammen vonden er betogingen plaats in Buenos Aires. Het Duitse gezantschap werd met stenen bekogeld. Er werd gepoogd brand te stichten in de Duitse Club en de kantoren van een Duits blad. 

    Graaf von Luxburg is meteen ‘persona nog grata’ verklaard.  De zaak doet denken aan het beruchte Zimmermann-telegram dat begin dit jaar de Verenigde Staten in beroering bracht. 

    Karl von Luxburg en avondlijke manifestatie in Buenos Aires

    Zimmerwald-conferentie in Stockholm

    In Stockholm, de hoofdstad van het neutrale Zweden, is de zgn. derde Zimmerwald-conferentie gehouden.Het gaat om een bijeenkomst van linkse groepen uit zowel Geallieerde, Centrale en neutrale landen, een vervolg van de conferentie die in 1915 in het Zwitserse dorpje Zimmerwald plaatsvond. 

    De bijeenkomst werd geleid door de zeer progressieve burgemeester van Stockholm, Carl Lindhagen.Deze conferentie telde minder deelnemers dan de vorige. Uit West-Europa was er niemand. De meeste delegaties kwamen van kleine splintergroepen.

    De enige belangrijke vertegenwoordigde partijen waren de Duitse onafhankelijke sociaaldemocraten, met hun leider Hugo Haase, en de Russische mensjewieken en bolsjewieken. Prominente bolsjewieken ontbraken evenwel. De pers mocht niet aanwezig zijn.

    Het is wel bekend dat de “Zimmerwalders” een “kapitalistische vrede” afkeuren en eerder rekenen op een socialistische revolutie in de oorlogvoerende landen, zoals nu al in Rusland gebeurt.

    Deze conferentie mag niet worden verward met de Internationale Socialistische Conferentie waar alle socialistische partijen aan zouden deelnemen en die ook in Stockholm moet bijeenkomen, maar waarvan de openingsdatum steeds weer wordt uitgesteld. 

    De “Zimmerwalders” zijn overigens verdeeld over deelname aan die grote conferentie. De Duitsers zijn voor, de bolsjewieken en andere extreme groepen zijn tegen.