Voor elk wat wils in Kopenhagen - André Vermeulen

De B and W Hallerne zijn twee reusachtige hallen waarin de Denen ooit onderdelen van schepen bouwden. Maar ook in Denemarken liep de scheepsindustrie averij en ligt de scheepswerf er al jaren verlaten bij. Een bizarre plaats om een songfestival te organiseren: een aftandse industriezone op een eiland, niet echt vlot bereikbaar vanuit het centrum van Kopenhagen.
labels
Analyse
Aansturen van de 'analyse' teaser o.a. op de home pagina en 'analyse' weergave op een detail artikel. Deze tag zorgt er ook voor het automatisch aanvullen van de 'analyse' overzichtspagina

In de lege hallen kon de Deense televisie wel exact bouwen wat nodig is voor de oudste internationale tv-show. En de hoogte van het gebouw wordt uitstekend benut voor prachtige topshots die je zelden ziet in zo’n programma.

Wegblijvers en terugkomers

Met 37 zijn ze dit jaar voor het negenenvijftigste Eurovisiesongfestival, de kandidaat-opvolgers van Emmelie de Forest, de Deense winnares van vorig jaar. Haar liedje "Only teardrops" kon niet tippen aan het succes van "Euphoria" van de Zweedse Loreen, die het jaar tevoren won.

Door de economische crisis in Europa blijven Cyprus, Bulgarije, Kroatië en Servië dit jaar thuis. En ook in de Balkan geeft Bosnië-Herzegovina nu al voor het tweede opeenvolgende jaar verstek. Allemaal jammer voor de Balkanballade uit Montenegro. Maar: Portugal en Polen zijn terug, allebei met blijkbaar gewillige meisjes. "Quero ser tua" (Ik wil de jouwe zijn) zingt Suzy uit Portugal, in een poging tot lambada. De Poolse Cleo bewierookt de kwaliteiten van "Slavic Girls", en schuwt daarbij geen expliciete plaatjes (een inkijk in een boezem vanuit vogelperspectief is intussen wel geschrapt). Dat Poolse lied heeft overigens een moderne folksound en zit lekker strak.

Een ode aan de moeder

Veel ballades dit jaar, moderne als die van komiek Aram Mp3 uit Armenië, en de meer klassieke zoals die van de Zweedse Sanne Nielsen - haar zevende keer in de Zweedse preselectie was eindelijk de goeie - en die van onze eigen Axel Hirsoux. Hij heeft alvast de steun van Lys Assia, in 1956 de winnares van het allereerste Eurovisiesongfestival en net 90 geworden. Zij zette "Mother" op de eerste plaats van haar top 20 gekozen uit alle inzendingen van dit jaar. En de (zon)dag na het songfestival wordt in vele Europese landen Moederdag gevierd: het Belgische moederlied komt net op tijd, hoor je hier in Kopenhagen wel eens opperen.

Een ode aan moeder is ongewoon op het songfestival, maar dit jaar worden nog andere ongebruikelijke thema’s bezongen: cheesecake, gewone cake, de moustache, en niet te vergeten: kindermisbruik, in dubstepvorm dan nog. Hongarije mikt ermee op een topplaats. Een van de mooiste songfestivalliedjes ooit – "La source" van Isabelle Aubret (Frankrijk, 1968, derde) – ging over een verkrachting, maar dat thema werd bezongen met een sereniteit die pas echt ontroert.

In het spoor van Mumford and Sons zijn ook wat nieuwerwetse folkies naar het songfestival afgezakt: Letland, Malta en Zwitserland doen oprecht hun best, maar wegen te licht voor hoge plaatsen in de uitslag.

Hulpstukken en volhouders

Een trampoline, een trapeze, een wipplank, een looprad: het zijn opvallende attributen waarmee respectievelijk Griekenland, Azerbeidzjan, Rusland en Oekraïne de zege willen binnenhalen. Russen en Oekraïners maken hier overigens geen ruzie, ze verkondigen desgevraagd allebei dat muziek alle conflicten overstijgt.

Wie kijkt, weet voortaan ook dat de volhouder niet altijd wint: Valentina Monetta zingt voor het derde opeenvolgende jaar voor San Marino een compositie van Ralph Siegel. De voorbije twee jaar haalde ze de finale niet, en "Maybe" is alvast niet de sterkste van haar drie pogingen. Siegel viert dit jaar de veertigste verjaardag van zijn eerste songfestivalbijdrage - "Bye bye Iove you" van Ireen Sheer, die voor Luxemburg zong – en hij doet dat ook op het podium, als toetsenman voor San Marino.

Sterke vrouwen en straffe duo's

Sterke vrouwen zijn er uit Israël en vooral uit Italië: rockchick Emma Marrone, een van de interessantste van de nieuwe generatie Italiaanse zangeressen. En ook de kandidate van Oostenrijk wil graag een sterke vrouw zijn: Conchita Wurst, intussen bekend als de vrouw met de baard. Eigenlijk een jongeman die bij momenten graag vrouwenkleren aantrekt en een vrouwenpruik opzet, maar toch zijn baard laat staan. Als Conchita haar James Bond-achtige "Rise like a Phoenix" aanheft, doet heel Europa daar wel zijn of haar zegje over.

Er staan ook twee opvallende man-vrouwduo’s op het podium. Voor Roemenië zingt Paula Seling "Miracle", samen met Ovi. Ze waren al eens derde in 2010. Ovi schreef ook "She’s after my piano", het onderschatte lied van 2Fabiola ft. Loredana uit onze eigen Eurosongpreselectie. Maar het duo dat mij het meeste raakt, komt uit Nederland: Ilse de Lange en Waylon, vermomd als "The Common Linnets". Hun countrylied "Calm after the storm" staat ver af van het doorsnee songfestivallied, maar dit is de outsider die het verdient om heel hoog te eindigen. Knap hoe Nederland weer een eigenzinnige keuze heeft gemaakt, aangemoedigd door het succes van Anouk vorig jaar.

Veertig jaar na Abba

Maar anno 2014 over het songfestival spreken zonder Scandinavië te noemen, is veertig jaar na Abba’s "Waterloo" meer dan ooit onmogelijk: Noorwegen, Zweden, Denemarken, IJsland en Finland organiseerden in Kopenhagen samen een "Scandinavian Party". En dat feestje was op zichzelf al een soort songfestival. IJsland stuurt een grappig sextet met een zetelend parlementslid als backing vocal, en Finland een frisse gitaargroep. Maar vooral de recente winnaars Zweden, Noorwegen en Denemarken lijken de zege binnen Scandinavië te kunnen houden. Een uitgesproken favoriet is er dit jaar niet, in tegenstelling tot de afgelopen vijf jaar. Maar onze Axel zal het niet cadeau krijgen.

André Vermeulen is journalist bij VRT Nieuws en onbetwist kenner van het songfestival