Steek eens een bos in brand en word rijk - Sven Tuytens
Voor een gewetenloze die aan grondspeculatie wil doen, is de handleiding simpel: koop bosgebied, steek het in brand, breng de herbestemming in orde en verkoop het verbrande bos door als bouwgrond. Het klinkt belachelijk, maar als je artikel 50 van de wetswijziging leest, dan voel je meteen dat dit helemaal fout zit. 54 procent van Spanje is natuurgebied. Op voorwaarde dat brand er door heen trekt, kan de helft van Spanje dus bouwgrond worden.
Kwaad opzet
Door de recente bosbranden in Extremadura, in het zuidwesten van Spanje zijn duizenden mensen op de vlucht geslagen en is meer dan 5.000 hectare natuurgebied verloren gegaan. Op een persconferentie liet de minister-president van Extremadura verstaan dat er vijf brandhaarden waren, kortom het werk van brandstichters. Een extreem droge zomer zorgde voor ideale condities voor de verantwoordelijken van deze nieuwe natuurramp.
Sinds begin dit jaar zijn in Spanje al meer dan 54.000 hectare in de as gelegd. Dat is dertien keer de oppervlakte van het Zoniënwoud. Meer dan de helft van alle bosbranden in Spanje zijn het werk van brandstichters. In Galicië, in het noorden van Spanje, is het nog erger: daar zit kwaad opzet achter 80 procent van alle bosbranden.
Ontregeling van milieubescherming
Om de brandstichter/speculeerder op andere gedachten te brengen veranderde de minister van milieu Cristina Narbona (PSOE) in 2006, de bestaande ‘Ley de Montes’. Verbrand natuurgebied kon pas een andere bestemming krijgen na een periode van 30 jaar. Deze regeling moest een einde maken aan een zieke mentaliteit waarbij bouwpromotoren en politici grof geld verdienden met bouwprojecten op verbrande aarde.
Het grote pretpark ‘Terra Mítica’ in Benidorm is een voorbeeld van dat soort flagrante milieuovertredingen. In 1992 werd een prachtig natuurgebied in brand gestoken. Politici zorgden voor de herbestemming en men kon beginnen met de bouw van een pretpark, een hotel en honderden woningen. Hetzelfde gebeurde nabij Madrid, waar de helling van de prachtige Monte Abantos, na een bosbrand helemaal werd volgebouwd.
Volgens de Spaanse milieuorganisatie ‘Ecologistas en Acción’ heeft de regerende Partido Popular de voorbije vier jaar brandhout gemaakt van een hele reeks wetten die het milieu moesten beschermen. Ook de ‘Ley de Costas’, die bouwen aan de kust aan banden moest leggen is aangepast om de bouwheren gelukkig te maken. Volgens de milieuorganisatie is de wetswijziging geen toeval: deze regering wil van de milieubescherming af en is van plan om de natuur te privatiseren.
Natuur moet opbrengen
De huidige wetswijziging leverde felle kritiek op van de oppositiepartijen Izquierda Unida en PSOE omdat men vreest dat de speculatie op grond zal toenemen. Volgens de PP is de kritiek van de oppositie 'misleidend' omdat ook in de nieuwe wetswijziging staat dat er gedurende 30 jaar lang niet op verbrande grond gebouwd mag worden. Maar de Partido Popular zorgde voor twee woorden die het verschil maken: voor bouwprojecten van ‘algemeen nut’, hoeft geen wachtperiode. Bouwen is economische ontwikkeling, dus ‘algemeen nut’ is hier toepasbaar. De regio’s gaven in het verleden geregeld toestemming voor bouwspeculatie in natuurgebieden, zelfs al werd daarbij de Spaanse wetgeving op milieubescherming duidelijk met de voeten getreden. Nu beschikken ze over een wettelijke basis.
De wetswijziging is ingrijpend want ze betreft meer dan de helft van de totale oppervlakte van Spanje. Allemaal natuurgebied waarvan 2/3 privébezit is. “Jullie moeten begrip tonen voor de eigenaars van natuurgebied en hen niet beletten om er economische activiteiten te ontwikkelen”, was het antwoord van Isabel García Tejerina, de minister van Milieu aan het adres van de oppositie. Daarmee vertaalde zij klaarhelder het standpunt van de regering: de ontregeling van de milieuwetgeving is een vereiste ter bevordering van economische ontwikkeling.
Pottenkijkers
De wetswijziging zorgt er ook voor dat het moeilijker wordt om milieuovertredingen vast te stellen. De publieke boswachters die ongeregeldheden opmerken, zijn vanaf nu niet langer bevoegd om een proces-verbaal op te stellen. Met de nieuwe wet worden ze herleid tot hulpjes van de politie of de Guardia Civil.
Volgens de Spaanse boswachtersvereniging is dit een straf die er zat aan te komen. Door hun optreden kwamen de laatste jaren tal van overtredingen aan het licht, waarbij invloedrijke grootgrondbezitters en familieleden van bekende politici in opspraak kwamen. De meeste overtredingen waren illegale bouw van villa’s en sportterreinen in beschermd natuurgebied en het afsluiten van publieke landwegen om natuurliefhebbers uit de buurt van privaat natuurgebied te houden. Met de wetswijziging werden de officiële pottenkijkers buiten spel gezet. Maar ook het publiek vormt een bedreiging voor het doen en laten van grootgrondbezitters. In de regio Castilla-La Mancha werd zelfs een wetsvoorstel ingediend om wandelaars en fietsers te beletten tijdens het jachtseizoen publieke landwegen of bosgebied te betreden.
Ambtenaren zonder hiërarchie
Milieuovertredingen kunnen vanaf nu enkel door de Guardia Civil en de Dienst voor Natuurbehoud (SEPRONA) vastgesteld worden. Maar die tellen vijf keer minder personeel dan de publieke boswachters. Voor invloedrijke personen met connecties is een telefoontje naar de Guardia Civil of Seprona voldoende om een proces-verbaal uit de rechtbanken en de pers te houden. Vlijtige boswachters de pas afsnijden lag moeilijk omdat deze ambtenaren niet in een hiërarchisch systeem werken.
Privatisering van het toezicht
Volgens de boswachters is het ook de bedoeling van de nieuwe wet om het toezicht in natuurgebieden te privatiseren, zoals de private bedrijven die voor de veiligheid van de Spaanse ministeries zorgen. Aan het hoofd van één van de grootste private veiligheidsbedrijven staan de broers van oud-minister van Binnenlandse Zaken, Jaime Mayor Oreja (PP). Ook voor de huidige minister van Defensie, Pedro Morenés (PP) die in 2011 aan het hoofd van het veiligheidsbedrijf Grupo Segur stond, zou de afschaffing van de publieke boswachters een goede zaak zijn. Sinds 2011 steeg het zakencijfer van Prosegur met 78 procent, dankzij onder andere 34 lucratieve overheidscontracten.
In de regio Madrid wil men al jaren af van de ‘ambtenaar-boswachter’. Sinds 11 jaar worden er geen examens meer georganiseerd. Dit valt niet onder de besparingsinspanningen, want 11 jaar gelden was er nog geen sprake van een economische crisis of zware besparingen op overheidspersoneel.
De nieuwe wet is niet alleen een uitnodiging om natuurgebied in brand te steken, het is bovendien een zoveelste inperking van de burgerrechten in Spanje. Ze kan op geen enkele manier gerechtvaardigd worden en houdt geen rekening met de Europese richtlijnen inzake het behoud van de biodiversiteit. Het is spijtig dat er zo kortzinnig wordt omgegaan met de rijke biodiversiteit van Spanje. Vooral omdat het land bijzonder kwetsbaar is voor de effecten van klimaatverandering.
(Sven Tuytens is correspondent in Spanje.)