Wordt het niet tijd voor het mobiliteitsbudget?
1. Wat is het mobiliteitsbudget?
Het mobiliteitsbudget is een virtueel budget dat werknemers toelaat om zelf de transportmiddelen te kiezen waarmee ze van huis naar het werk en terug reizen. Binnen de grenzen van het budget dat hun bedrijf hen aanbiedt, kunnen ze een keuze maken uit verschillende transportmiddelen. Concreet zouden werkgevers hun werknemers bijvoorbeeld een soort kredietkaart kunnen geven, waarmee de werknemer zelf zijn vervoer kan betalen. Momenteel lopen er een aantal proefprojecten die de praktische uitwerking van het mobiliteitsbudget onderzoeken. (Onder meer door het Vlaams Instituut voor Mobiliteit .) Het mobiliteitsbudget moet een waardig alternatief zijn voor de vele salariswagens in ons land. In België rijden naar schatting meer dan een half miljoen salariswagens rond, een auto van het bedrijf die ook privé gebruikt kan worden en dus een onderdeel is van het loonpakket.
2. Wat zijn de voordelen van een mobiliteitsbudget voor de werknemer?
Werknemers kunnen naargelang de omstandigheden elke dag zelf kiezen hoe ze naar hun werk reizen, zonder dat ze zelf voor de kosten moeten opdraaien, in plaats van het hele jaar door gebonden te zijn aan een salariswagen of een abonnement voor openbaar vervoer. Wie bijvoorbeeld van zijn bedrijf een salariswagen krijgt, maar dicht bij het bedrijf woont en perfect met de fiets of het openbaar vervoer zou kunnen komen, kan met een mobiliteitsbudget gemakkelijker voor een alternatief voor de auto kiezen, vergoed door de werkgever.
3. Wat zijn de voordelen voor de werkgever?
Een salariswagen kost een bedrijf heel wat geld. Voor vele bedrijven is mobiliteit samen met huisvesting en personeel een van de grootste kostenposten. Bedrijven zouden echter heel wat geld kunnen besparen door over te schakelen op het mobiliteitsbudget. Het mobiliteitsbudget moet ook een einde maken aan de administratieve rompslomp. Momenteel geldt er een aparte fiscale behandeling voor verschillende transportmiddelen. Afwisseling levert dus heel wat papierwerk op, waardoor werkgevers het niet aanmoedigen. Een mobiliteitsbudget zou daarentegen als geheel fiscaal behandeld (moeten) worden.
4. Wat levert het mobiliteitsbudget onze samenleving op?
Investeren in een mobiliteitsbudget zal het aantal salariswagens verminderen, zeggen experten. Door bijvoorbeeld alternatieven meer te belonen, kunnen bedrijven hun werknemers stimuleren om de auto in te ruilen voor openbaar vervoer of de fiets. Dat leidt tot minder auto’s op de weg, minder files, minder CO2-uitstoot.
5. Betekent het mobiliteitsbudget meteen ook het einde van de salariswagen?
Neen. De salariswagen wordt op zich niet in vraag gesteld, kan een onderdeel van het mobiliteitsbudget zijn en zal dan ook niet zomaar verdwijnen. "Het is ook niet de bedoeling om de salariswagen te vervangen", legt Katrien Backx van het Vlaams Instituut voor Mobiliteit (VIM) uit. "Zolang hij maar minder gebruikt wordt. Het mobiliteitsbudget moet ervoor zorgen dat de salariswagen rationeler gebruikt wordt en vooral voor een groot deel uit de spits gehaald wordt. Dan zouden we al een hele stap verder zijn."
6. Zijn de bedrijven zelf vragende partij om een mobiliteitsbudget in te voeren?
"Er is nu zeker meer bereidheid bij onze bedrijven dan tien jaar geleden", weet Backx van het VIM. Er zijn inderdaad al een aantal bedrijven die het mobiliteitsbudget toepassen binnen de krijtlijnen van de huidige wetgeving. Het gaat dan veelal om grote bedrijven met een grote human ressourcesafdeling die de papiermolen aankunnen. Maar de fiscale en sociale wetgeving hieromtrent blijft een kluwen, de aparte fiscale behandeling van vervoermiddelen en de daaruit volgende administratieve rompslomp schrikt vele bedrijven af.
7. En dus is er politieke actie nodig?
Inderdaad. Van de politiek wordt niet zozeer verwacht dat ze bedrijven verplicht om zo’n mobiliteitsbudget in te voeren. Er is in de eerste plaats nood aan een duidelijk wettelijk kader. Om ervoor te zorgen dat niet enkel de grote maar àlle bedrijven het mobiliteitsbudget kunnen invoeren, moet er een duidelijke fiscale regelgeving komen, waarbij het mobiliteitsbudget als geheel fiscaal behandeld wordt en de administratieve last voor de bedrijven beperkt wordt. En dan kunnen werknemers zonder problemen zelf een keuze maken, overschakelen van het ene op het andere transportmiddel en zijn ze niet langer overgeleverd aan de keuze die hun bedrijf hen oplegt.
8. En beweegt de Wetstraat?
Zoals wel vaker in België vinden we ook op de weg naar het mobiliteitsbudget het obstakel der bevoegdheidsverdeling. Niet alleen tussen de federale regering en de gewesten, maar ook -en hier vooral- tussen verschillende ministeries.
Het mobiliteitsbudget is vooral een federale materie, omdat het over een aanpassing van onder meer de fiscale wetgeving en het sociaal zekerheidsrecht gaat, federale bevoegdheden. Het mobiliteitsbudget staat in het federale regeerakkoord -"De regering creëert een wettelijk kader voor het mobiliteitsbudget zodat het ook vlot en eenvoudig toegepast kan worden."- dus het is de bedoeling dat er nog tijdens deze legislatuur initiatieven vanuit de regering komen. Voorlopig blijft het echter stil. In een antwoord op parlementaire vragen kondigde minister van Mobiliteit Jacqueline Galant (MR) de oprichting van een aantal werkgroepen aan, maar die zijn nog niet samengekomen. De minister verwees ook naar de ingewikkelde bevoegdheidsverdeling binnen de federale regering. Niet alleen zij, maar ook haar collega’s van Financiën Johan Van Overtveldt (N-VA) en Sociale Zaken Maggie De Block (Open VLD) zijn bevoegd. U raadt al de richting waarin dit heen gaat: veel overleg.
Hoewel het vooral een federale bevoegdheid is, zal er bovendien ook overleg met de gewestregeringen nodig zijn. Bijvoorbeeld als het over abonnementen voor bus of tram gaat. De Lijn is een Vlaamse bevoegdheid. Vlaams minister van Mobiliteit Ben Weyts (N-VA) is het mobiliteitsbudget in elk geval genegen. "De Vlaamse overheid stimuleert de invoering van het mobiliteitsbudget als element om werknemers een keuze te geven tussen de verschillende vervoersalternatieven in functie van hun persoonlijke mobiliteitsbehoefte. Hiervoor ga ik in overleg met de federale overheid om de noodzakelijke aanpassingen aan fiscaliteit, sociale zekerheid en arbeidswetgeving te bekomen", staat in zijn beleidsnota te lezen.
Kortom: veel goede bedoelingen, maar na een jaar besturen vooralsnog weinig schot in de zaak. Het wordt "stilaan tijd" dat de federale regering in actie schiet, vindt ook CD&V-Kamerlid Jef Van den Berg, die zelf een wetsvoorstel indiende. Zijn voorstel is "hangende" in de Kamercommissie Financiën. Van den Bergh maakt zich vooral zorgen over de bevoegdheidsverdeling binnen de federale regering. De kans bestaat dat er te veel naar elkaar doorverwezen zal worden. Van den Bergh hoopt dan ook dat een van de bevoegde ministers het dossier naar zich zal toetrekken en er haar of zijn schouders onder zal zetten.