Dag op dag 150 jaar geleden: Leopold II legt eed af als 2e koning der Belgen

Vandaag is het precies 150 jaar geleden dat Leopold II de eed aflegde als tweede koning der Belgen. 44 jaar zou hij staatshoofd zijn: van België, maar ook van de Kongo-Vrijstaat in Centraal-Afrika. Mede door de wreedheden die daar onder zijn heerschappij plaatsvonden, is hij nog steeds één van de meest controversiële monarchen uit de recente Europese geschiedenis.

Leopold Louis Philippe Marie Victor wordt op 9 april 1835 geboren als tweede zoon van koning Leopold I en koningin Louise Marie. Hun eerste zoon Lodewijk Filips is een jaar eerder overleden nog voor hij zijn eerste verjaardag kan vieren. Dat maakt van Leopold de nieuwe kroonprins, een lotsbestemming die zijn vader in de verf zet door hem in 1840 de titel Hertog van Brabant te verlenen (foto onder: tekening van het doopsel van Leopold II).

Amper achttien is Leopold als hij op 22 augustus 1853 trouwt met Maria Hendrika, aartshertogin van Oostenrijk. Samen krijgen ze vier kinderen: Louise (°1858), Leopold (°1859), Stefanie (°1864) en Clementine (°1872). Hun huwelijk is geen gelukkige verbintenis.

Op 10 december 1865 sterft koning Leopold I. Precies zeven dagen later legt Leopold II de eed af als tweede koning der Belgen, vandaag precies honderdvijftig jaar geleden.

Prins Leopold

Ruim drie jaar later slaat het noodlot toe: zijn enige zoon Leopold (foto onder) sterft op negenjarige leeftijd aan een longontsteking nadat hij in een vijver is gevallen. De troonopvolger is dood, zonder meer het grootste persoonlijke drama in het leven van de koning. Bij de begrafenis huilt hij hartstochtelijk en stort hij volgens getuigen naast de kist in.

De tragedie brengt Leopold en Maria Hendrika dichter bijeen, voor even toch. Eind 1871 blijkt de koningin opnieuw zwanger. De hoop op een nieuwe troonopvolger groeit, maar de bevalling is voor Leopold een nieuwe ontgoocheling: op 30 juli 1872 schenkt Maria Hendrika het leven aan een dochter, prinses Clementine.

De geboorte van de prinses betekent de definitieve doodsteek voor hun huwelijk. De twee scheiden van tafel en bed en gaan elk hun eigen gang. Maria Hendrika (foto onder) gaat steeds meer tijd doorbrengen op de koninklijke domeinen van Oostende en Spa. In die laatste plaats vestigt ze zich definitief in 1895. Zeven jaar later sterft ze.

Leopold zelf vermaakt zich jarenlang met verschillende maîtresses. De bekendste is Blanche Delacroix (foto onder). Amper zestien is ze wanneer ze Leopold in 1900 ontmoet. De twee beginnen een relatie, tot groot ongenoegen van de Belgische bevolking. Leopold verleent Blanche de titel van Barones de Vaughan. Samen krijgen ze twee zonen: Lucien en Philippe. Zij komen echter niet in aanmerking voor de troon. Enkele dagen voor zijn dood trouwt Leopold met Blanche, een huwelijk dat de Belgische staat niet erkent.

Koning-bouwheer

Omdat Leopold na de dood van zijn enige zoon in 1869 geen rechtstreekse, mannelijke erfgenamen heeft, richt hij zijn blik op prins Boudewijn. Dat is de oudste zoon van prins Filips, de Graaf van Vlaanderen en zijn jongere broer. Helaas sterft ook Boudewijn op jonge leeftijd aan de gevolgen van een longontsteking. Zijn jongere broer prins Albert (foto onder) schuift hierdoor een plek op in de dynastieke rangschikking en wordt troonopvolger, hoewel zijn relatie met Leopold geregeld onder het vriespunt zakt.

Met de dynastieke zaken op orde, kan Leopold II al zijn tijd aan zijn persoonlijke projecten besteden. Hij regeert dan wel over een klein land, zijn ambities reiken tot aan de hemel. Zo wil hij de uitstraling en het prestige van België opkrikken. Grootse bouwprojecten moeten hem hierbij helpen. In Brussel laat hij de koninklijke serres van Laken bouwen, evenals het Chinees Paviljoen, de Japanse Toren en de triomfboog in het Jubelpark. Hij breidt het koninklijk paleis aan het Warandepark uit en in Tervuren verrijst het Koninklijk Museum voor Midden-Afrika.

Ook in Oostende laat hij zijn bouwwoede gelden, onder meer met de constructie van de Koninklijke Gaanderijen en de Wellingtonrenbaan. Veel van deze projecten financiert hij zelf omdat de Belgische regering weigert geld op tafel te leggen. Een probleem is dat niet: Leopold II is een meer dan bemiddeld man, een rijkdom die alleen maar groeit nadat hij in 1885 officieel de Kongo-Vrijstaat onder zijn hoede heeft gekregen.

Scramble for Africa

Aan het einde van de 19e eeuw raken de Europese grootmachten verwikkeld in de zogenoemde "Scramble for Africa". Via expedities, dubieuze overeenkomsten met lokale heersers of militair ingrijpen delen ze zowat het hele Afrikaanse continent in kolonies op die ze onderling verdelen. Vooral Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk zijn bedreven kolonisatoren, maar ook Leopold wil een deel van de koek.

In 1876 organiseert hij een internationale conferentie voor geografen en ontdekkers in Brussel. Daarbij presenteert hij zichzelf als een filantroop die het christendom en de westerse beschaving tot bij de Afrikanen wil brengen. In de jaren die volgen, stuurt hij de Britse ontdekkingsreiziger Henry Morton Stanley (kleine foto) naar het Congobassin om het gebied in zijn naam te verkennen.

Zijn plan werkt: op de Conferentie van Berlijn in 1885 stemt de internationale gemeenschap in met de creatie van de Kongo-Vrijstaat, een gigantisch gebied dat overeenkomt met de huidige Democratische Republiek Congo. Leopold II krijgt het gebied in privébezit. Opmerkelijk: zelf zal hij de Kongo-Vrijstaat nooit met een voet betreden.

Force Publique

Leopold II is heer en meester in de Kongo-Vrijstaat en kan jarenlang doen en laten wat hij wil, zonder bemoeienissen van buitenaf. Eén principe primeert: zijn privébezit moet renderen. Aanvankelijk maakt hij fortuin met de handel in ivoor. Vanaf 1890 verschuift de focus naar de productie en de handel in natuurlijk rubber, een gevolg van onder meer de opgang van de pneumatische fietsband én de automobiel.

Zo rijk de koning wordt, zo gruwelijk is het lot van de inheemse bevolking die massaal en onder dwang wordt ingezet om rubber te vergaren. Leopold II doet hiervoor een beroep op de zogenoemde Force Publique, een privéleger van zo'n 19.000 man. Ze terroriseren dorp na dorp door de vrouwen en kinderen te gijzelen en de mannen te verplichten op zoek te gaan naar rubberbomen om het kostbare goedje af te tappen.

Naarmate de prijs van rubber op de internationale markten stijgt, gaan ook de quota die de bevolking krijgt opgelegd de hoogte in. Mannen moeten steeds dieper de jungle in trekken om rubberbomen te vinden. Hun vrouwen komen om van ontbering, zelf werken ze zich te pletter. Honderdduizenden Congolezen vluchten weg uit hun dorpen. Met de regelmaat van de klok steekt rebellie de kop op. Tevergeefs: met bruut geweld ruimt de Force Publique elke vorm van verzet uit de weg.

De represailles van het privéleger kennen gruwelijke aberraties. Om aan hun oversten te bewijzen dat ze geen kogels hebben verspild, moeten de soldaten hen de afgehakte handen van gedode rebellen voorleggen. Ze deinzen er evenwel niet voor terug handen van gewone mannen, vrouwen en kinderen af te hakken om hun "quota" te bereiken. Levende mannen, vrouwen en kinderen, welteverstaan.

Internationale kritiek

Naarmate de horror die zich in de Kongo-Vrijstaat afspeelt de buitenwereld bereikt, groeit de internationale kritiek op het beleid van Leopold II. Vooral uit Britse hoek klinken kritische stemmen, voor een deel uit eigenbelang. De Britten hopen immers delen van het gebied in handen te krijgen.

Onder grote binnen- en buitenlandse druk draagt Leopold II de Kongo-Vrijstaat in 1908 over aan de Belgische staat. Hoeveel Congolezen onder zijn bewind om het leven komen, is niet met zekerheid te zeggen. Volgens sommige demografen neemt de bevolking tussen 1880 en 1920 met liefst de helft af, van 20 miljoen tot 10 miljoen. Dat betekent dat onder Leopold II meer slachtoffers vallen dan bijvoorbeeld tijdens de Holocaust.

Het hoeft niet te verbazen dat de populariteit van de koning een absoluut dieptepunt heeft bereikt wanneer hij op 17 december 1909 sterft (foto onder: begrafenisoptocht van Leopold II). Zowel wegens zijn wreedheden in het buitenland als zijn privéleven misprijst een groot deel van de bevolking hem.

Die afkeer bestaat vandaag nog steeds. Getuige daarvan de commotie die deze week is ontstaan over de plannen van Brussel om de architecturale bijdrage van Leopold II aan de stad te herdenken met een optocht en een conferentie. Na luid protest zijn de twee evenementen geannuleerd.