Songfestival wordt spannender - André Vermeulen
André Vermeulen is journalist bij VRT Nieuws. Hij volgt het Eurovisiesongfestival al jaren.
De legendarische puntentelling van het Eurovisiesongfestival wordt drastisch aangepast, om het programma niet meer te laten stilvallen een kwartier of meer voor de puntentelling afgelopen is. Ze zijn schaars, de songfestivals waarbij pas na de allerlaatste toegekende 'douze points' duidelijk werd wie de winnaar was. En zoiets is tegenwoordig toch de bedoeling van alle - vaak georchestreerde - (zang)wedstrijden op televisie.
Vijf jaar geleden
Ook het Eurovisiesongfestival probeerde al vijf jaar, met wisselend succes, om de spanning te rekken tot het einde. Vanaf 2011 werd daarvoor een systeem gebruikt, gebaseerd op de punten van de - in 2009 heringevoerde - vakjury's. Die punten worden door de vakjury's gegeven tijdens de tweede generale repetitie van de halve finales en de finale.
De juryleden krijgen die repetitie in eigen land te zien bij hun eigen omroep die daarvoor een rechtstreekse lijn heeft met het organiserende tv-station. Na de uitzending van de generale repetitie bezorgt de deurwaarder die in elk land de jury begeleidt, de vakjurypunten aan Eurovisie.
Daar wordt dan een computerprogramma op losgelaten, dat uitgaat van het principe dat vakjurypunten van een bepaald land meestal niet zo ver af liggen van de televotingpunten van dat land. Waarop het computerprogramma een volgorde berekende om de punten bekend te maken, die de beste garantie leek om het bekend worden van de winnaar zo lang mogelijk uit te stellen.
In 2011 lukte dat het best: toen werd eerst een vals spoor uitgezet waarbij het leek of de Britse groep Blue op de overwinning afstevende. En daarna bleek Italië nog op te rukken van een plaats onderaan de rangschikking tot nummer twee.
Dat Azerbeidjan het festival won, stond pas vast nadat 43 van de 45 landen hun punten hadden bekendgemaakt: niet slecht gedaan. Maar de jaren daarna lukte het wat minder goed.
Spannend tot het einde
Voor gegarandeerde spanning tot het einde was dus meer nodig dan een computerprogramma. De punten van de vakjury's en van de televoters worden in mei 2016 voor 't eerst volledig gescheiden gehouden. De 43 woordvoerders (m/v) van de landen maken alleen nog de punten van de vakjury bekend: 1 tot 10 verschijnen zonder commentaar op het scorebord, de 'douze points' worden er door de woordvoerder aan toegevoegd.
Dan staan nog maar de helft van de punten op het scorebord. De presentatoren van het festival voegen daar de andere helft aan toe: de opgetelde punten van alle 43 de televotingresultaten. Die worden bekendgemaakt te beginnen met de punten van het land dat de minste punten krijgt van de televoters, uiteraard tot het land dat er meest krijgt.
Pas daarna is de winnaar bekend, en dat kan uiteraard een andere zijn dan die met het hoogste aantal punten van alleen de vakjury's. Het maximale aantal punten waarmee een land kan winnen, ligt in mei in elk geval net boven de 1.000.
Nog langer?
Eurovisie zegt dat het songfestival niet nóg langer gaat duren: de woordvoerders maken alleen de 12 points mondeling bekend (en niet meer de 8 en de 10), en ze worden weer verzocht om wat minder 'what a fantastic show' te kwijlen.
Vast weer vergeefs. Bovendien kan je ook niet verwachten dat de presentatoren de televotingpunten snel gaan aframmelen: dat doe je niet op het - zelf bedachte - dramatische hoogtepunt van een wedstrijd.
Adder onder het gras
Bij het nieuwe systeem zit een gevaar ingebakken. Door televotingresultaten niet meer eerst te laten corrigeren door ze bij de vakjurypunten op te tellen, gaan die televotingpunten weer voluit spelen: een Belgische televoting 12 voor bijvoorbeeld Armenië of Griekenland, wordt volgens hele sterke vermoedens in de meeste gevallen vooral behaald door het enthousiaste en georganiseerde stemgedrag van Armeense en Griekse diaspora in ons land.
Die geforceerde 12 wordt vanaf nu weer echt een '12 van België' in de televoting die voor de helft van de punten telt. De laatste jaren was zo'n televotingcijfer meestal ondergesneeuwd onder de vakjurypunten, onder meer doordat sommige vakjury's landen met diaspora bewust leken onder te kwoteren.
In 2014 bijvoorbeeld zette een aantal vakjury's Polen en Armenië op de laatste plaatsen (25 of 26) in de finale, hoewel die liedjes veel beter verdienden, zeker van vakjury’s. En al eindigde zo’n liedje op één bij de televoters, het haalde vaak geen of nauwelijks punten als de resultaten van de vakjury’s en de televoters opgeteld werden.
Maar vanaf nu zien televoters die uit liefde voor hun (ex)vaderland stemmen, dat hun stemgedrag weer uitdrukkelijk beloond wordt. Het valt te vrezen dat hun enthousiasme om massaal te stemmen gevoelig zal toenemen. Dat is heel goed voor de portemonnee van het Eurovisiesongfestival, maar mogelijk minder goed voor de geloofwaardigheid van de uitslag.