Vijf weetjes over onze watervoetafdruk waarvan u weleens versteld zou kunnen staan

Ter gelegenheid van Wereldwaterdag vandaag lijsten we voor u vijf markante cijfers op. Want we verbruiken niet enkel rechtstreeks water aan de kraan, maar ook heel veel onrechtstreeks door bijvoorbeeld de voeding die we consumeren en de kleding die we kopen. De zogenoemde watervoetafdruk heeft enkele pittige cijfers in petto: wist u dat voor één kop koffie 176 liter water nodig is? 

De internationale Wereldwaterdag zet het belang van water in de kijker, en wil ons ook actief doen nadenken over ons waterverbruik. Voor ons is drinkbaar water een evidentie, maar voor veel mensen in ontwikkelingslanden is het dat niet. Daar moet soms kilometers gestapt worden om aan drinkbaar water te raken, een tocht die verschillende leerlingen in Vlaanderen ook hier symbolisch zullen maken. Daarnaast zijn er nog tal van andere initiatieven gepland in scholen. 

Van Kaapstad tot Vlaanderen

Door de klimaatverandering zal het thema in de toekomst nog meer in de actualiteit komen. Denk maar aan de lange waterschaarste in Kaapstad in Zuid-Afrika, of zelfs hier in België toen milieuminister Joke Schauvliege vorig jaar, wegens aanhoudende droogte, een verbod moest instellen op overtollig waterverbruik door onder meer het wassen van auto's of het vullen van zwembaden.

Klimaatexperts verwachten dat die periodes van extremen zich steeds meer zullen voordoen. Het thema is dit jaar is overigens de link met natuur: overstromingen, droogtes en watervervuiling door extreme weersomstandigheden. Sommigen hebben het zelfs over mogelijke "wateroorlogen"in de toekomst, want water is een kostbaar goed. Maar terug naar de denkoefening die wij alvast kunnen maken: hieronder vindt u vijf markante cijfers over ons waterverbruik (bron: Ecolife en Protos). Kortom: onze watervoetafdruk. Want de Belg leeft boven zijn stand (zie onderaan). 

1. Eén kop koffie = 176 liter water

Waterverbruik gaat over veel meer dan hoelang we onder de douche staan, hoe vaak we onze auto wassen of hoeveel kraantjeswater we gebruiken om te poetsen. Er zit ook heel wat "verborgen" waterverbruik achter wat we consumeren.

De Belg drinkt gemiddeld ongeveer twee kopjes koffie per dag, wat ons in de top 10 van koffiedrinkers in Europa brengt. Koffie is een van de producten waarvoor de indirecte hoeveelheid water veel groter is dan de directe hoeveelheid. Om de koffiebonen te telen en te verwerken, is voor het hele proces ongeveer 176 liter zoet water per kopje nodig. 

De gemiddelde Belg heeft alleen al door koffie te drinken een gemiddeld indirect waterverbruik van tienduizenden liters per jaar

2. Een jeansbroek = 8.000 liter water

Ook onze kleding behoort tot de watervreters. Niet alleen door het wassen wanneer we het eindproduct dragen, maar vooral door het hele productieproces. Katoen is in dat opzicht een product dat door zijn hele productieketen tot de grootste waterverbruikers behoort. Om 1 kilogram katoen te produceren, is volgens berekeningen van wetenschappers gemiddeld 10.000 liter water nodig. Voor een jeansbroek betekent dat gemiddeld 8.000 liter, voor een T-shirt zowat 2.500 liter. 

Katoen wordt in Europa zeer weinig geteeld, en rekent dus veel op invoer. Daardoor is de invoer van indirect water ook aanzienlijk. Overigens gebruikt het ene land veel meer indirect water voor de productie van katoen: China doet het relatief zuinig met 6.000 liter, maar in India gaat dat tot 22.500 liter per kilogram. Dit komt door de verschillende productietechnieken en klimaatomstandigheden.

Voor een T-shirt is gemiddeld zowat 2.500 liter water nodig

3. Een kilogram rundsvlees = 15.410 liter water

Net zoals kleding weegt ook onze voeding zwaar door in onze water­voetafdruk. En net als bij het CO2-verhaal, speelt rundsvlees ook hier weer een grote rol. Arjen Hoekstra , specialist watermanagement aan de universiteit van Twente, berekende dat voor één kilogram rundsvlees meer dan 15.000 liter water nodig is, 10.000 flessen van anderhalve liter dus.

Als we dit in de vorm van mineraalwater zouden opdrinken (volgens de vooropgestelde norm van anderhalve liter per dag), dan zouden we bijna 30 jaar water kunnen drinken voor het equivalent nodig voor de productie van 1 kilogram rundsvlees. Als we een biefstuk van 200 gram verorberen, is dat ongeveer een vijfde of 3.000 liter. Bij varkensvlees en kippenvlees daalt dit aandeel tot respectievelijk bijna 5.980 liter en 4.330  liter per kilogram. 

Het water wordt in hoofdzaak gebruikt om het veevoeder te kweken, om de dieren te laten drinken en om de stallen proper te houden. De hoeveelheid water die nodig is voor de gewassen, is veel groter dan de hoeveelheid water die het vee drinkt, en geldt daarom des te meer als 'verborgen' verbruik. 

Het water is nodig voor de veevoedergewassen, om de dieren te laten drinken en om de stallen te reinigen

4. 100 gram kaas = 318 liter water

U slaat het vlees over en probeert, naast het dierenwelzijn, ook het milieu een boost te geven. Ook qua watervoetafdruk scoort u dan inderdaad beter, en het verschil met bijvoorbeeld varkens- of kippenvlees is duidelijk. Voor 1 kilogram kaas is ongeveer 50 procent minder water nodig dan voor varkensvlees, en 25 procent minder dan voor kippenvlees. Toch komen we voor een kilogram kaas nog uit op ruim 3.000 liter per kilogram. Voor de sneetjes kaas tussen onze boterham, voor pakweg 100 gram, is dat nog 300 liter water in het hele productieproces. 

Kaas heeft 5 keer minder impact dan rundsvlees, en tot 2 keer minder impact dan varkensvlees

5. Veel eten wegwerpen = twee badkuipen water

Voeselverspilling is iets waar we ons nu al bewust van zijn. Dinsdag nog zijn de Food Waste Awards uitgereikt, aan bedrijven die zich inzetten om voedselverspilling tegen te gaan. Voedsel weggooien is eigenlijk ook water verspillen. Wie elke dag bij elke maaltijd wel iets weggooit, verspilt twee badkuipen water aan indirect waterverbruik. Als dat één keer per dag is, wordt dat grosso modo één badkuip. Wie nooit iets weggooit, scoort ook hier het best. 

Geen voedsel verspillen helpt ook om water te vrijwaren

We leven als Belgen ruim boven onze stand

In de scholentest voor de watervoetafdruk van Ecolife en Protos, op basis van onder meer de berekeningen van Hoekstra en zijn team, staat deze samenvattende tekst: Een gemiddelde leerling in Vlaanderen verbruikt ongeveer 2.400 kubieke meter water per jaar (ongeveer het volume van een olympisch zwembad), waarvan: 100 m³ leidingwater, 1400 m³ voor voeding en 800 m³ voor goederen. Dat komt overeen met 24 badkuipen per dag. Het streefdoel is 1500 m³ per jaar (15 badkuipen per dag), waarvan 1000 m³ per jaar (10 badkuipen per dag) voor voeding en leidingwater.

Ons (indirecte) waterverbruik voor voeding en goederen is dus vele keren groter dan het rechtstreekse, zichtbare waterverbruik, bv. onder de douche. Voor volwassenen in België ligt het cijfer op 2.700 m³ gemiddeld, terwijl het streefdoel op 2.000 m³ per jaar ligt. Dat "fair verdeelde" streefdoel houdt rekening met het beschikbare water op aarde, en het aantal mensen dat er wonen. Wij leven als Belgen dus ruim boven onze stand.  Het Vlaams Kenniscentrum Water lanceert vandaag overigens ook een waterenquête om meer te weten te komen over onze gewoontes in verband met watergebruik