"Tot alle stukjes op de juiste plek liggen, verdomme": onze journaliste blijft in haar kot en puzzelt

Nu we verplicht enkele weken binnen moeten blijven, tracht iedereen zo goed mogelijk de tijd te vullen. Onze collega Kristien Bonneure doet dat met puzzelen. Want trage, stille tijden vragen trage, stille bezigheden, zo schrijft ze. Lees hieronder haar verhaal.

Er zijn er die tekenen, schilderen, kleuren, pottenbakken, hobo spelen, kruiswoordraadsels oplossen. Ik puzzel. Het komt en gaat; als kind hadden we natuurlijk altijd wel puzzeldozen en later deed ik geduldig mee met mijn kroost. De laatste kocht ik voor hen bij Hamley’s in Londen, een leuke cartoon van de stad, 1.000 stukjes.

Sinds enkele maanden ligt er hier altijd een puzzel op tafel, een work in progress. Begin dit jaar verloren we onze zoon, en de dagen daarna doken vrienden van hem op met een grote zak chips… en een puzzel. Die werd door veel handen tegelijk gelegd. We spraken niet veel, we dronken thee en zochten stukjes die pasten. Heel symbolisch en pijnlijk: van die eerste puzzel ontbrak er een stukje.

Daarna volgde een tweede puzzel, een derde, vrienden kwamen op rouwbezoek en brachten een nieuwe doos mee. We kregen er zelfs een te leen van een collega, iemand van wie we nu echt dachten dat die véél te veel een spring-in-’t-veld was voor al die kleine stukjes.

Puzzelen gebeurt met zachte concentratie, een lichte focus

Maar dat is het nu net, van puzzelen word je rustig. Het gebeurt met zachte concentratie, een lichte focus. Toen ik enkele jaren geleden elke dag naar het ziekenhuis moest voor bestraling, lagen daar in de wachtruimte op grote tafels altijd puzzels klaar. Je kon er even aan voortwerken tot het tijd was voor je afspraak. De volgende patiënt puzzelde voort. Groepswerk, gespreid in de tijd. Veel leuker dan in de boekskes te bladeren. Ik werd er blij van. Het hielp alleszins om de zenuwen te bedwingen. En er was nog geen coronagevaar.

Intussen hoor ik van andere mensen dat ze ook puzzelen. We zijn met meer dan je denkt, tijdens deze nationale ophokplicht. Achter de muren van onze huizen doen we gestaag voort met onze goedkope, saaie hobby.

Achter de muren van onze huizen, doen we gestaag voort met onze goedkope, saaie hobby

Twee weken geleden scoorde ik net op tijd nog een puzzel van 1.000 stukjes met “De Madonna van kanunnik van der Paele” van Jan van Eyck. Dat schilderij staat centraal in een tentoonstelling in Brugge, maar die moest na amper één dag alweer sluiten, wegens corona. Ik kocht de puzzel in de museumwinkel en ik heb geluk, ik zie de kanunnik, de madonna en de twee heiligen nu elke dag groeien in mijn woonkamer. Ik neem er de website “Closer to van Eyck” bij voor alle details en, wow, ik zie dingen die ik nooit eerder zag.

Educatief puzzelen. Het mag, maar het moet niet. Draken, Bambi’s en Nemo’s, de Eiffeltoren: allemaal goed.  Als het maar niet te veel kitsch is. Triestige kijkende puppies: dat is erover.

Als zo'n puzzelstuk naadloos in een ander glijdt, dan voelt dat als een schouderklopje. Als een vorm van troost.

Puzzelen verbetert je probleemoplossend vermogen, versterkt je geheugen, houdt alzheimer buiten de deur, lees ik. Zou het? Orde brengen in de chaos van stukjes, is dat bevredigend? Misschien. Als zo’n puzzelstuk naadloos in een ander glijdt, dan voelt dat toch als een schouderklopje. Op dit moment is het ook echt een vorm van troost.

Eigenlijk doet het er niet toe. Zinledig of zinvol, dat is een maar kwestie van oordeel.  Een reëel gevaar is wel dat je niet van ophouden weet, en dat je te lang opblijft. Tot al die rode stukjes op de juiste plek liggen. Verdomme.

Ik ben er bijna, met die Van Eyck. Daarna ligt er een Willem van Haecht klaar, een schilderij uit het Mauritshuis. Maar geen haast: trage, stille tijden vragen trage, stille bezigheden zoals puzzelen. Als dat huisarrest nog lang duurt begin ik aan het Lam Gods, of aan de Sixtijnse Kapel.