Vier teams strijden op zaterdag 8 juli voor de titel ‘Kampioen van Vlaanderen kaatsen’ in Herdersem bij Aalst. Vreemd genoeg is er maar één Vlaamse kanshebber voor de titel. "Hamme-Zogge is nog in de running, maar wellicht wordt de winnaar een Waalse of Franse ploeg."
Herdersem is het decor van het Vlaams kampioenschap kaatsen: “De kans is groot dat een Waalse of Franse ploeg wint”
In principe mag elke ploeg aan het kampioenschap deelnemen. "Eigenlijk heet het officieel het 'Open Vlaams kampioenschap', dus we ontvangen ook niet-Vlaamse teams", zegt organisator Ronny De Wolf. "Al zouden we het beter de ‘Flanders Open’ noemen. Dat klinkt beter en zou de sport misschien wat populairder maken."
Belangenvermenging
Kaatsen is in Vlaanderen niet meer wat het geweest is. "Nog niet zo lang geleden was kaatsen een bloeiende sport in grote delen van Oost-Vlaanderen. Het veroverde vanuit Geraardsbergen en Ath de rest van Oost-Vlaanderen via de Dender", vertelt Ronny. "Er zijn toen stroomafwaarts heel wat ploegen ontstaan, zelfs tot in Willebroek toe. Zowat in elk dorp werd er gekaatst."
Maar de laatste jaren gaat het met de sport bergaf. "Ik lees net dat de ploeg van Idegem er ook al mee ophoudt", zucht Ronny. "Elk jaar zijn er minder en spelers. We zien ze met lede ogen vertrekken naar andere balsporten, zoals padel."
Ronny organiseert het Vlaams Kampioenschap Kaatsen en is de levende reclame voor de kaatssport
Door de spelersschaarste zijn transfers in het kaatsen de normaalste zaak van de wereld. "Veel spelers stappen zelfs elk jaar over naar een andere ploeg. Sommige teams zijn nu zelfs al hun kern aan het samenstellen voor het seizoen 2025. Uiteraard levert dat soms vreemde situaties op, wanneer mannen spelen tegen hun toekomstige ploeg."
Met de lederen handschoen
Kaatsen is een mannenaangelegenheid. "In de lagere reeksen vind je hier en daar wel een vrouwelijke speler, maar zeker in de hogere klassen bestaat het overgrote deel van de teams uitsluitend uit heren. Vaak wordt de sport van vader op zoon doorgegeven", zegt Ronny.
De mannen spelen daarbij in twee ploegen van vijf tegen elkaar op een zogenaamde 'ballodroom'. Dat speelveld is verdeeld in een opslag- en een terugkeervak. Een speler slaat de bal op met de hand, meestal voorzien van een harde lederen handschoen. De spelers in het andere vak proberen de bal binnen de lijnen terug te kaatsen. "De sport heeft iets weg van cricket, maar dan zonder de houten bats", zegt Ronny. "De puntentelling doet dan weer denken aan het tennis, maar wij waren wel eerst. Er werd al gekaatst in de tijd van de Etrusken!"
In de Middeleeuwen zou de sport dan weer een populair tijdverdrijf geweest zijn bij ridders. "Ze speelden het tussen de veldslagen door om in vorm te blijven", besluit Ronny. "Er is een tijd geweest dat zelfs voetballers het speelden tijdens de kalme zomermaanden. De keepers van Eendracht Aalst en Anderlecht waren ooit heel begenadigde spelers."
Regionaal nieuws uit Oost-Vlaanderen

