Ook al zou de federale regering àl haar accijnzen op elektriciteit verschuiven naar fossiele brandstoffen, dan nog blijven klimaatvriendelijke warmtepompen duurder in gebruik dan aardgas. Zo blijkt uit een nieuwe analyse van onze federale overheidsdiensten. Een volledige verschuiving van de accijnzen - samen met een extra Europese CO2-heffing - zou elektriciteit per jaar 170 euro goedkoper maken en aardgas ruim 300 euro duurder.
Zelfs als álle accijnzen op elektriciteit verschuiven, blijven warmtepompen duurder dan aardgas
De manier waarop onze federale overheid onze verschillende energiebronnen belast, is onsamenhangend. De federale overheid belast klimaatvriendelijke elektriciteit onevenredig zwaar en kent fossiele brandstoffen fikse voordelen toe. Dat is de hoofdconclusie van een nieuwe analyse "The landscape of carbon and energy pricing and taxation in Belgium - October 2024 " van het federale departement Klimaatverandering en de federale overheidsdienst Financiën.
Radicale federale taxshift: niet genoeg
Vooral in de gebouwensector zitten er "verstoringen" van de prijssignalen. Zo zijn de accijnzen op elektriciteit zodanig uit de hand gelopen dat ze een fikse hindernis vormen voor de doorbraak van warmtepompen. Die draaien op elektriciteit en zijn makkelijk drie keer efficiënter dan zelfs de beste aardgascondensatieketels. Maar om echt een concurrent te worden voor verwarming op aardgas mag elektriciteit maximaal 2,1 keer duurder zijn dan aardgas. Probleem: elektriciteit is in ons land momenteel maar liefst 4,1 keer zo duur. Warmtepompen maken met zulke prijsverschillen geen schijn van een kans.
De federale overheid is voor een flink stuk mee verantwoordelijk voor die scheeftrekking. De federale accijnzen op elektriciteit bedroegen op 1 januari 2024 49,41 €/MWh voor elektriciteit. Voor aardgas was dat 9,45 euro. Onze federale overheid belast dus klimaatvriendelijke elektriciteit ruim 5 keer meer dan het fossiele, klimaatonvriendelijke aardgas.
Er moet dus dringend een verschuiving van die taksen komen. En die verschuiving moet radicaal zijn, zo blijkt uit de analyse van onze overheidsdiensten. De federale regering zal ál haar accijnzen maximaal moeten verschuiven van elektriciteit naar fossiele brandstoffen.
Een taxshift van 50 procent over vier jaar is "too little, too late". Het zal quasi 100 procent moeten zijn en zo snel mogelijk.
De uittredende regering had een plan op tafel liggen om die taxshift te beginnen vanaf juli 2028. Ze zou over vier jaar gespreid 50 procent van de accijnzen verschuiven. "Too little, too late", klinkt het. De taxshift moet er zo snel mogelijk komen én niet voor 50 procent maar maximaal, voor de quasi 100 procent.
Met zo'n totale taxshift zal een gemiddeld huishouden voor zijn stroom zowat 170 euro per jaar minder betalen. Verwarmt het huishouden op aardgas, dan zal het zijn gasrekening jaarlijks extra met 215 euro zien stijgen. Met stookolie wordt dat 265 euro.
Probleem: zelfs met die radicale taxshift, waarbij de federale overheid dus tot de uiterste limiet gaat, halen de warmtepompen het nog niet. Ze kosten een huishouden nog altijd meer dan wanneer het zou verwarmen met stookolie of aardgas.
Europese CO2-heffing: niet genoeg
Daarom kijken onze overheden naar Europa. Dat zal vanaf 2027 zijn CO2-heffing op fossiele brandstoffen uitbreiden. Die CO2-heffing (het zogenoemde ETS-systeem) bestaat al sinds 2005. Maar ze wordt alleen doorgerekend op de fossiele brandstoffen die in de grootindustrie, de energiesector en de luchtvaart worden verbruikt. Vanaf 2027 zal er ook moeten worden betaald voor de CO2-uitstoot bij de verwarming van gebouwen en bij het wegtransport, via het ETS2-systeem.
Vermoedelijk zal de ETS2-heffing bij de introductie rond de 45 euro per ton CO2 liggen. Dat zou een gemiddeld huishouden met aardgas en een benzine-auto 168 euro extra per jaar kosten, zo staat in de analyse van onze overheidsdiensten: 61 euro voor de verwarming en 107 euro voor de benzine die je verbruikt voor een gemiddelde auto. Is je huis niet goed geïsoleerd, dan kan de extra verwarmingskost oplopen tot 115 euro voor aardgas. Gebruik je stookolie, dan kan dat ruim 150 euro worden.
De totale meerkosten kunnen dus vanaf 2027 bij de invoering van ETS2 en een volledige taxshift oplopen tot bijna 330 euro per jaar voor een gemiddeld huishouden dat op aardgas verwarmt. Voor stookolie wordt dat meer dan 400 euro. Wie zijn huis elektrisch verwarmt, bespaart 170 euro. Dat zou huishoudens echt moeten doen kiezen voor de klimaatvriendelijke warmtepompen ten koste van de fossiele brandstoffen, is de redenering.
Maar dat klopt niet helemaal, zo blijkt uit de analyse van de federale overheidsdiensten. Als je met stookolie verwarmt, worden warmtepompen effectief de goedkoopste optie. Maar in vergelijking met aardgas zijn ze nog altijd duurder. Bij een volledige federale taxshift én met de extra Europese CO2-heffing is onze elektriciteit nog altijd 2,6 keer duurder dan aardgas. Pas als dat 2,1 keer is, worden warmtepompen écht goedkoper dan aardgas.
Een aartsmoeilijke oefening
Er zal dus nog een extra inspanning nodig zijn om de "verstoorde prijssignalen" bij het verwarmen van gebouwen recht te trekken. Door nog hogere accijnzen op te leggen voor aardgas, bijvoorbeeld. Of door de netwerkkosten onder controle te houden. Want ook die zijn voor elektriciteit merkelijk hoger dan voor aardgas en de extra investeringen van netbeheerders Fluvius en Elia drijven die kosten nog meer de hoogte in.
Bovendien hebben Vlaanderen, Brussel en Wallonië in de netwerkkosten subsidies voor zonnepanelen en windturbines verborgen. De gewesten zullen ook die lasten van elektriciteit naar fossiele brandstoffen moeten verschuiven. In het nieuwe Vlaamse regeerakkkoord is die intentie alvast opgenomen. Alleen zegt de Vlaamse regering nergens hoe groot haar lastenverschuiving precies zal zijn en wanneer ze die zal uitvoeren.
Bovendien is er nog een probleem, zo stelt de nieuwe analyse. De hele accijnshervorming en de Europese CO2-heffingen hebben uiteindelijk 1 doel: de klimaatonvriendelijke fossiele brandstoffen uitfaseren. De accijnzen op die fossiele brandstoffen leverden samen met de heffingen op elektriciteit in 2023 6,3 miljard euro inkomsten op voor de federale regering. Maar wanneer die fossiele brandstoffen verdwijnen, verdwijnen ook de belastinginkomsten. Die zouden met maar liefst 4,3 miljard euro dalen, of ruim 68%.
Tegen 2030 zou onze federale overheid al 1 à 2 miljard euro inkomsten kunnen verliezen. Geen prettige boodschap voor de komende regering, die nu al met bloedrode begrotingscijfers wordt geconfronteerd. Het is mogelijk 1 van de verklaringen waarom de taxshift zo moeilijk ligt.

