In 2024 zijn de gemiddelde huizenprijzen, na een moeilijk 2023, toch weer wat gestegen, met een bescheiden 1,4 procent om precies te zijn. Dat blijkt uit een jaarlijks, vergelijkend onderzoek van de universiteit van Antwerpen en vastgoedmakelaar ERA. Tegelijk duurde het in de voorbije 20 jaar nooit langer voor een huis verkocht raakte.
Huizenmarkt toonde dubbel gezicht in 2024: ja, de prijzen stegen weer, maar kopers lieten pak langer op zich wachten
Waar huizenjagers eind 2023 duidelijk nog de vinger op de knip hielden, is dat in 2024 toch weer gekeerd, leert de jaarlijkse ERA Barometer. In vergelijking met 2023 is de gemiddelde prijs van een woonhuis in Vlaanderen het voorbije jaar gestegen met 1,4 procent.
De ERA Barometer gebruikt een prijsindex die rekening houdt met onder meer de grootte, afwerking en ligging van de verkochte woningen. Daardoor geven de cijfers de prijsevolutie van gelijkaardige woningen weer, waardoor je die correcter kunt vergelijken.
De huizenprijzen stegen vooral in de eerste jaarhelft, bleven dan tijdens de zomer even haperen, om vervolgens in het laatste kwartaal weer de hoogte in te schieten. Hetzelfde geldt trouwens voor de prijzen van appartementen, die in 2024 gemiddeld 2,4 procent duurder zijn geworden dan een jaar eerder.
Dalende rente
ERA-CEO Johan Krijgsman wijst erop dat veel kopers duidelijk gewacht hebben tot de rente weer begon te dalen. "Vanaf het tweede kwartaal ging de rente voor het eerst dit jaar naar beneden en werd een woning kopen betaalbaarder. Steeds meer mensen begonnen zich na de zomer weer meer op de vastgoedmarkt te begeven, met als logisch gevolg dat de prijzen weer begonnen te stijgen."
Bovendien blijft de groei van de huizenprijzen al voor het derde jaar op rij onder de inflatie, de algemene stijging van producten en diensten. En die inflatie is ook de motor achter het systeem van de loonindex in ons land.
Vanaf het tweede kwartaal ging de rente voor het eerst dit jaar naar beneden en werd een woning kopen betaalbaarder
ERA-CEO Johan Krijgsman
Dus, zo redeneert Sven Damen, professor vastgoedeconomie aan de Universiteit Antwerpen, voor gezinnen die de voorbije jaren konden genieten van die loonindexatie (en nu ook van de dalende rente) "wordt de aankoop van een woning weer aantrekkelijker".
Lang te koop
Sinds 2005 zijn Vlaamse huizen maar liefst 84 procent duurder geworden, appartementen 83 procent. Dat ligt voor het overgrote deel aan de inflatie: die is in dezelfde periode met 60 procent toegenomen.
EPC über alles
Tegenwoordig heeft de energiezuinigheid van een woning - of beter: het energieprestatiecertificaat (EPC) - een grote impact op de prijs. Waar de prijzen van de meest energiezuinige woningen (EPC A en B) stegen met 4,8 procent, was dat al heel wat beperkter (+1,4%) voor huizen met EPC C en D. Bij de meest energieverslindende huizen (E en F) daalden de prijzen zelfs met 1,2 procent.
Maar hoewel de prijzen dus fors de hoogte zijn gegaan, moeten verkopers vandaag veel meer geduld tonen. Meer nog: in de voorbije 20 jaar stonden huizen en appartementen ook nog nooit zo lang te koop als in 2024. "De tijden waarin een woning zelfs op basis van online foto’s of na een eerste bezoek verkocht werd, liggen volledig achter ons", stelt ERA.
De tijden waarin een woning zelfs op basis van online foto’s of na een eerste bezoek verkocht werd, liggen volledig achter ons
ERA-CEO Johan Krijgsman
Het duurde vorig jaar gemiddeld 113 dagen, 10 dagen meer dan in 2023, om een huis te verkopen. In vergelijking met coronajaren 2022 en 2021 gaat het zelfs om 27 dagen meer. Bij appartementen moeten verkopers met gemiddeld 132 dagen nog meer geduld hebben. Ook dat zijn 10 dagen meer dan in 2023.
Leuven (nog altijd) het duurst
Volgens ERA is Vlaams-Brabant voor het zesde jaar op rij de duurste Vlaamse provincie voor woningen, gevolgd door Antwerpen en, op een afstandje, Oost-Vlaanderen. Limburg en West-Vlaanderen zijn veruit de goedkoopste Vlaamse provincies. Een huis was er gemiddeld over de voorbije 5 jaar een vierde goedkoper dan in de provincie Antwerpen.
Ook opmerkelijk is dat de woningprijzen in de centrumsteden voor het eerst in 12 jaar gedaald zijn, met 0,9 procent om precies te zijn. Buiten de centrumsteden zijn woningen net 1,9 procent duurder geworden. "Van 2005 tot 2019 stegen woningprijzen gemiddeld sneller in centrumsteden dan in andere gemeenten", zegt Damen. "Na COVID is die trend omgeslagen: door meer thuiswerken en veranderende woonvoorkeuren groeiden de woningprijzen juist sneller buiten de centrumsteden."
Leuven is nog steeds veruit de duurste centrumstad. De prijs van een vergelijkbare woning ligt in Leuven liefst 11 procent hoger dan in Gent of Antwerpen. De goedkoopste centrumsteden blijven dan weer Roeselare, Genk en Kortrijk. "Met het budget voor een woning in Leuven kan je 1,8 soortgelijke woningen in Roeselare kopen", klinkt het nog.
Regionaal nieuws uit Brussel en Vlaams-Brabant

