De regering heeft beslist dat België Palestina zal erkennen. Maar snel zal dat niet gebeuren. Wanneer dan wel, dat hangt af van de voorwaarden die de regering aan de erkenning heeft verbonden. "We mogen nog wel nieuw politiek getouwtrek verwachten als de regering definitief moet beslissen over de erkenning."
Aankondiging volgt over enkele weken, maar echte erkenning van Palestina kan nog lang op zich laten wachten
Eind september zullen premier Bart De Wever (N-VA) en minister van Buitenlandse Zaken Maxime Prévot (Les Engagés) in New York tijdens de Algemene Vergadering van de VN aankondigen dat ons land Palestina gaat erkennen.
Samen met onder meer de Franse president Emmanuel Macron en de Britse premier Keir Starmer zullen ze daar officieel de "New York Verklaring" ondertekenen. "België wil zo een sterk politiek en diplomatiek signaal geven", zegt Prévot.
Druk op andere landen
"Ik ben blij dat het akkoord er is. Dit is een goede uitkomst. Het komt nog net op tijd om te vermijden dat we in New York een mal figuur slaan", zegt professor Internationaal Recht Jan Wouters (KU Leuven). "Het belangrijkste is dat we nu binnen de EU en de VN een standpunt hebben en dat kunnen uitdragen."
Het komt nog net op tijd om te vermijden dat we in New York een mal figuur slaan
Jan Wouters, prof internationaal recht KU Leuven
"België zal op die manier ook druk zetten op andere landen", denkt Midden-Oostenkenner bij VRT NWS Inge Vrancken. "Niet alleen op Israël, maar ook op andere Europese landen. Dit is weer een Europese lidstaat die een stap verdergaat. Ook wat betreft sancties doen we nu meer dan het gezamenlijke Europese standpunt."
Belgisch compromis
De erkenning van Palestina zorgde al de hele zomer voor verdeeldheid binnen de regering. CD&V, Vooruit en Les Engagés pleitten voor een snelle erkenning, MR en N-VA stonden telkens op de rem. Ze vreesden voor symboolpolitiek en hamerden steeds op de voorwaarden die zij aan een erkenning koppelen.
"De uitkomst is uiteindelijk een typisch Belgisch compromis, maar wel een uitgesproken standpunt", aldus Vrancken. België zal Palestina erkennen en zal zich daarover nog deze maand uitspreken op het internationale toneel. Maar de effectieve juridische erkenning is nog niet voor meteen.
Daarvoor moet eerst aan 2 voorwaarden voldaan zijn. "België zal deze erkenning van de staat Palestina pas bij koninklijk besluit formaliseren zodra de laatste gijzelaar is vrijgelaten en terreurorganisaties zoals Hamas uit het bestuur van Palestina zijn verwijderd", heeft de regering besloten.
Van veiligheidsgaranties voor Israël of de volledige ontwapening van Hamas - voorwaarden die MR en N-VA eerder formuleerden - is in de uiteindelijke tekst van de regering geen sprake. Ook over de bepaling van de grenzen staat er niets in het akkoord.
Politieke discussie nog niet voorbij
Dat die erkenning niet meteen ingaat en er voorwaarden aan verbonden zijn, is logisch volgens Wouters. "De andere landen, ook Frankrijk, hebben eveneens voorwaarden opgesteld."
Wanneer zal die Belgische erkenning er dan effectief komt? "Dat is een goede vraag", aldus Wouters.
Ook de voorwaarden zijn voor interpretatie vatbaar, denkt hij. "We mogen nog wel nieuw politiek getouwtrek verwachten als de regering definitief moet beslissen over de erkenning"
Dat blijkt ook uit de reacties van de partijen. CD&V-voorzitter Sammy Mahdi en Vooruit-voorzitter Conner Rousseau benadrukken het feit dat ons land Palestina zal erkennen, MR-voorzitter Georges Louis Bouchez hamert in zijn communicatie dan weer vooral op de voorwaarden.
Zorgvuldig evenwicht
Het compromis komt in heel het akkoord tot uiting, vindt Wouters. "Het is een genuanceerd en evenwichtig document. Men is heel zorgvuldig geweest in afwegen van Israël versus Palestina. Men spreekt zijn empathie uit met het trauma van Israëliërs op 7 oktober en ook zijn empathie voor de Palestijnen."
Dat er nu een akkoord is, heeft volgens Vrancken te maken met externe druk op de Belgische regering. "Het gaat dan over druk van de omstandigheden in Gaza, maar ook druk van de straat denk ik. Ik kan me inbeelden dat middenveldorganisaties en toch bijna 100.000 mensen die in juni op straat gekomen zijn het gevoel hebben dat hun stem gehoord is."
