Naar hoofdinhoud
Als alles normaal verloopt, zou de pensioenhervorming voor de zomer volledig in voege moeten zijn.

Pensioenhervorming is goedgekeurd: wat verandert er nu concreet voor jou?

Artikel luisteren
13min
Meer info

De wetteksten van de grootschalige pensioenhervorming van de federale regering zijn nu goedgekeurd door het parlement. Daarmee weten we ook definitief wat er allemaal gaat veranderen in de pensioenen. Wij maakten voor jou nog eens een overzicht van alle grote ingrepen die minister van Pensioenen Jan Jambon (N-VA) op stapel heeft staan.

Stefan Grommen
Gepubliceerd:

In maart keurde de federale regering het ontwerp van de Pensioenwet van de Arizonaregering definitief goed. Daardoor kon de Kamer zich over het dossier buigen. Dat proces is nu afgerond: vannacht is de grootschalige pensioenhervorming door de meerderheid goedgekeurd.

Er is al veel over gezegd en geschreven, maar wat staat daar nu uiteindelijk allemaal in? De lange lijst hervormingsmaatregelen valt op te knippen in 2 grote blokken: ingrepen die een impact hebben op je (vroegst mogelijke) pensioenleeftijd en aanpassingen die je pensioenbedrag kunnen beïnvloeden. Wij hebben ze hieronder ook zo opgelijst:

Impact op pensioenleeftijd

1

Nieuwe definitie: wat is een loopbaanjaar?

De wettelijke pensioenleeftijd is nog altijd 66 (en vanaf 2030 67). Maar in ons land kan je ook vroeger met pensioen. Daarvoor moet je minstens 60 jaar oud zijn en 44 loopbaanjaren kunnen voorleggen. Als je ouder bent, moet je minder loopbaanjaren hebben.

Dat was vandaag al zo. Wat de federale regering verandert, is de definitie van een loopbaanjaar. Een volledig loopbaanjaar bestond tot dusver uit 104 gewerkte of gelijkgestelde dagen. Dat wordt opgetrokken naar 156 gewerkte of gelijkgestelde dagen (wat in de praktijk gelijk is aan een halftijdse tewerkstelling).

Gelijkgestelde dagen zijn dagen waarop je niet gewerkt hebt, maar die wel meetellen als gewerkte dagen. Wat er wordt gelijkgesteld, verandert niet: ziekte, zorgverloven of werkloosheid tellen allemaal mee. 

156 dagen halftijds, hoezo?

In België worden 312 werkdagen in een jaar beschouwd als een voltijdse tewerkstelling. De helft daarvan in 156: dat is dus een halftijdse job. 

Een volledige loopbaan bedraagt trouwens 14.040 dagen, ofwel 312 volledige werkdagen over een periode van 45 jaar.

"Voor 70 procent van de mensen heeft die aanpassing geen impact, zelfs ondanks die strengere regels", benadrukt minister Jambon. "Voor de overige 30 procent zou het kunnen dat de vroegst mogelijke pensioenleeftijd iets hoger ligt."

Om die impact wat te milderen, zijn enkele overgangsmaatregelen voorzien:

  • Om mensen die dicht tegen hun pensioen staan te ontzien, heeft de regering beslist dat wie 60 jaar of ouder was in 2025, maar maximaal 1 jaar langer moet werken door de nieuwe regels. Wie 59 was in 2025 moet maar maximaal 2 jaar langer werken.

  • Veel mensen die afstuderen in juni of september en direct beginnen te werken, komen voor dat eerste werkjaar niet aan 156 dagen. Daarom is er beslist om de grens voor dat eerste loopbaanjaar op 104 gewerkte dagen te leggen.

  • Nieuw is dat er ook een potje van 5 'pechdagen' wordt voorzien. Met die 5 dagen kan je jaren aanvullen waarin je nipt niet aan 156 dagen komt.

  • Er komt ook een correctiemechanisme voor mensen die halftijds in ploegen werken en die soms langere shiften doen en soms compensatieverlof krijgen. Zij komen in sommige jaren niet aan 156 dagen en zitten daar in andere jaren boven. "Het zou niet rechtvaardig zijn als we bij hen dan bepaalde jaren niet meetellen."

2

Vervroegd pensioen op 60 kan soms ook na 42 jaar werken

Voor mensen die al vanop jonge leeftijd (18, 19, 20 jaar) aan het werk zijn, komt er een optie om vanaf je 60e met vervroegd pensioen te gaan met een loopbaan met 'maar' 42 jaar op de teller in de plaats van de verplichte 44 jaar van hierboven.

De voorwaarde is dat die 42 effectief gewerkte jaren bestaan uit 234 gewerkte dagen (wat dus staat voor 75 procent tewerkstelling). Moederschapsrust, tijdelijke werkloosheid, overbruggingsrecht en zijn in die dagen gelijkgesteld.

3

Pensioenleeftijd NMBS en militairen opgetrokken

Het rijdend personeel bij de en militairen kunnen vandaag in sommige gevallen al vanaf hun 55 of 56 met pensioen. Hun pensioenleeftijd wordt geleidelijk opgetrokken naar de wettelijke pensioenleeftijd voor alle andere mensen. Vanaf 2027 stijgt die leeftijd elk jaar met 1 jaar.

4

Verhogingscoëfficiënt ambtenaren afgebouwd

Bij sommige ambtenaren worden dienstjaren vandaag berekend met een verhogingscoëfficiënt van 1,05. Dat betekent dat zo'n dienstjaar zwaarder doorweegt in de uiteindelijk pensioenberekening. Wie dus 40 jaar effectief gewerkt heeft, komt dankzij die coëfficiënt aan een loopbaanduur van 42 jaar. 

Je kunt nu eenmaal moeilijk uitleggen dat universiteitsproffen sneller met pensioen kunnen dan pakweg verpleegsters of arbeiders in de bouw

Minister van Pensioenen Jan Jambon (N-VA)

Die verhogingscoëfficiënt verdwijnt door de pensioenhervorming geleidelijk vanaf 2027. "Je kunt nu eenmaal moeilijk uitleggen dat universiteitsproffen sneller met pensioen kunnen dan pakweg verpleegsters of arbeiders in de bouw", aldus Jambon.

Enkel voor mensen in het kleuter, lager en secundair onderwijs en voor actieve diensten zoals militairen, brandweer, politie, loodsen en luchtverkeersleiders blijft (vanaf 2031) een verhogingscoëfficiënt van 1,025 bestaan. "Dat betekent in de praktijk dat zij nog altijd 1 jaar vroeger met pensioen kunnen."

5

Bepaalde verloven voor ambtenaren tellen niet meer mee

Vanaf 1 januari 2027 zullen bepaalde verloven voor ambtenaren niet meer meetellen voor het pensioen of wordt daar een beperking op gezet. Zo zullen verloven in een eindeloopbaanregeling maar voor maximaal 2 jaar mogen meetellen. Verlof zonder motief wordt zelfs helemaal niet meer aangenomen. 

Zorgverlof telt ook maar maximaal 24 maanden mee. En wie loopbaanonderbreking neemt met een RVA-uitkering moet een bijdrage betalen om die te laten meetellen.

Er zijn wel overgangsmaatregelen voorzien, bijvoorbeeld voor mensen die al in een eindeloopbaanregeling zitten.

Impact op pensioenbedrag

1

Bonus en malus

De nieuwe pensioenbonus en -malus zijn voor Jambon de maatregelen bij uitstek die de band tussen werken en pensioenopbouw versterken. "Dat is het verzekeringsprincipe: wie langer werkt, draagt meer bij en heeft recht op een hoger pensioen. Wie minder lang werkt, mag een lager pensioen verwachten", legt hij uit.

De malus werkt als volgt. Wie in of na 1975 geboren is, ziet zijn pensioenbedrag met 5 procent dalen per jaar dat hij voor de wettelijke pensioenleeftijd met pensioen gaat. (Voor wie eerder geboren is, liggen de percentages lager.) 

Maar je kunt aan die verlaging ontsnappen als je voldoet aan een aantal voorwaarden:

  • Je moet 35 loopbaanjaren hebben.

  • Die moeten minstens 156 gewerkte dagen bevatten.

  • En in totaal moet je 7.020 gewerkte dagen over je hele loopbaan hebben.

  • Moederschapsrust, zorgverlof, ziekte en tijdelijke werkloosheid zijn gelijkgesteld.

"75 procent van de mensen voldoet aan die voorwaarden op de vroegst mogelijke pensioenleeftijd, dus bij hen is er zelfs geen gedragsverandering nodig", zegt Jambon. "Bij de overige 25 procent is er wel een impact, maar dat is gerekend zonder een gedragsverandering. Veel van hen moeten maar een paar maanden langer werken om een malus te vermijden. En vaak hebben ze dan ineens ook een hoger pensioen."

De bonus werkt zo: wie in 1973 of later geboren is, ziet zijn pensioenbedrag met 5 procent stijgen per jaar dat hij na de wettelijke pensioenleeftijd doorwerkt. (Voor wie eerder geboren is, liggen de percentages lager.)

De voorwaarden:

  • Je moet 35 loopbaanjaren hebben.

  • Die moeten minstens 156 gewerkte dagen bevatten.

  • En in totaal moet je 7020 gewerkte dagen over je hele loopbaan hebben.

  • Werkloosheid, SWT, landingsbanen en langdurige ziekte zijn hierbij niet gelijkgesteld.

2

Referteperiode voor pensioenberekening ambtenaren opgetrokken

Voor een werknemer of een contractuele ambtenaar wordt het pensioen vandaag berekend op basis van het gemiddelde loon over 45 loopbaanjaren, voor statutaire ambtenaren over de gemiddelde wedde van de laatste 10 jaar. Dat laatste is natuurlijk veel voordeliger, omdat je in de laatste jaren van je carrière doorgaans het meeste verdient. De regering wil daar een mouw aan passen, om de berekening voor iedereen zoveel mogelijk gelijk te maken.

Voor de ambtenaren wordt daarom die referteperiode heel geleidelijk opgetrokken: vanaf 1 januari 2027 komt daar elk jaar een jaar bij. Tegen 2062 wordt, voor wie geboren is vanaf 1997, het ambtenarenpensioen dus ook berekend op het gemiddelde van 45 loopbaanjaren.

3

Loopbaanbreuken gelijk getrokken

In sommige ambtenarenstelsels bereik je sneller een volledig pensioen (voor ambtenaren is dat 75 procent van je refertewedde) met dank aan een voordelige 'tantième' of loopbaanbreuk. Dat is het deel van het loon dat in aanmerking wordt genomen voor de berekening van je pensioen.

Standaard is de loopbaanbreuk 1/60, maar voor sommige ambtenaren bestaan ook nog tantièmes van 1/50, 1/55 en zelfs 1/48. Maar die schrapt de regering voor alle diensten. Vanaf 1 januari 2027 geldt dus overal 1/60. Verworven rechten blijven wel behouden: de nieuwe loopbaanbreuk geldt dus alleen voor toekomstige loopbaanjaren.

Volgens Jambon zullen in de praktijk vooral de jongere ambtenaren die maatregel voelen. "De ingreep zal weinig impact hebben op ambtenaren die in de jaren 60, 70 en 80 geboren zijn", benadrukt hij.

4

Perequatie wordt afgeschaft

De perequatie, het systeem waarbij pensioenen van ambtenaren bovenop de index kunnen stijgen, wordt volledig geschrapt. Jambon stelt dat dat systeem, los van de kosten, tot een ongelijke behandeling leidde tussen gepensioneerde ambtenaren uit verschillende sectoren. Laat staan dat het bestond voor werknemers.

Ter vervanging zal er worden gewerkt met een nieuwe welvaartsenveloppe.

5

Gelijkstelling SWT, werkloosheid en landingsbanen aangepast

Gemiddeld bestaat een loopbaan in ons land uit zo'n 30 procent gelijkgestelde periodes. Dat zijn dus niet-gewerkte periodes die voor de pensioenberekening wel als gewerkt worden beschouwd. Onder meer ziekte, zorgverlof en moederschapsverlof vallen daaronder, maar ook SWT (het vroegere brugpensioen), werkloosheid en landingsbanen.

Voor die laatste 3 categorieën wil de regering strenger zijn. Je bouwt met die gelijkgestelde periodes nog altijd pensioenrechten op, maar minder gunstig. Zo zal je loon vanaf 1 januari 2027 in die gelijkgestelde periodes slechts worden gelijkgesteld met een beperkt fictief (en dus laag) loon. Doel, zo vertelt Jambon, is vooral te vermijden dat iemand die veel gewerkt heeft op het einde van de rit een lager pensioen zou hebben dan iemand die vooral werkloos is geweest. 

Voor onder meer havenarbeiders, vissers en kunstwerkers zijn er wel overgangsmaatregelen voorzien. Tijdelijke werkloosheid blijft wel volledig gelijkgesteld. En voor de landingsbanen geldt het normaal fictief loon als je blijft werken tot aan de wettelijke pensioenleeftijd.

Daarnaast komt er een plafond op het aandeel gelijkgestelde periodes (althans als het gaat om SWT, landingsbanen en werkloosheid) in je pensioen. Voor mensen die geboren zijn vanaf 1968 worden zulke gelijkgestelde periodes enkel nog meegeteld in de pensioenberekening als ze niet meer dan 20 procent van de loopbaan uitmaken. Anders gezegd: gelijkgestelde dagen die dat plafond overschrijden, tellen niet meer mee voor de berekening van je pensioenbedrag.

Voor de volledigheid: dit laatste element zit niet in deze pensioenwet, maar wordt in een aparte wet geregeld. Dat moet dus ook nog apart worden goedgekeurd.

6

Instroom ziektepensioen ambtenaren stopgezet

Vandaag hebben de meeste federale, vastbenoemde ambtenaren elk jaar recht op een aantal ziektedagen, die ze bovendien kunnen opsparen. Als ze dan ziek zijn, worden die dagen aan 100 procent loon betaald.

Maar het gebeurde dat (soms nog jonge) langdurig zieke ambtenaren zonder leeftijdsvoorwaarde met 'ziektepensioen' konden worden gestuurd als hun opgespaarde ziektedagen uitgeput waren.

Elke overheidswerkgever wordt financieel verantwoordelijk voor de re-integratie van zieke ambtenaren. Ze kunnen hen dus niet meer gewoon dumpen in het pensioenstelsel

Minister van Pensioenen Jan Jambon (N-VA)

Dat laatste zal dus niet meer kunnen vanaf juni 2026. "Dat maakt elke overheidswerkgever financieel verantwoordelijk voor de re-integratie van zieke ambtenaren", legt Jambon uit. "Ze kunnen hen dus niet meer gewoon dumpen in het pensioenstelsel."

Ook wordt de mogelijkheid versoepeld om een ziektepensioen te cumuleren met een (gedeeltelijk) inkomen uit arbeid.

7

Progressieve werkhervatting gelijkgesteld

Werknemers die na een arbeidsongeval of beroepsziekte minder dan 66 procent opnieuw gingen werken, werden daarvoor afgestraft in de pensioenen. Dat minimumpercentage valt voortaan weg. 

De gelijkstelling van zo'n progressieve werkhervatting gebeurt voortaan gewoon proportioneel met de graad van arbeidsongeschiktheid. En of arbeidsongeschiktheid blijvend of tijdelijk is, maakt voortaan ook niet meer uit.

Dit is een herpublicatie van een artikel van 9 maart 2026. We hebben het aangepast en geactualiseerd.

Ontdek via onze nieuwsbrief als eerste de gasten van vanavond. Fatma, Kobe en Xavier gaan met hen in gesprek over nieuws dat ons elke dag bezig houdt.

Lees ook

  • general.player.loading"
  • general.player.loading"
  • general.player.loading"
  • general.player.loading"
  • general.player.loading"