Onze lichamen zullen zich de komende jaren aanpassen aan de toenemende hitte en zo beter bestand zijn tegen periodes van extreme warmte. Maar helaas, dat betekent niet dat je minder zal zweten, integendeel zelfs.
Hoe de warmte ons lichaam verandert (en we in de toekomst nog méér zullen zweten)
Een nieuwe zomerdag, een nieuwe dag puffen en zweten. Ons lichaam heeft de voorbije weken al heel wat hitte te verduren gekregen, en de komende jaren zal de gemiddelde temperatuur enkel nog toenemen. Maar ons lichaam leert ook hieruit.
Hoe warmer het wordt, en hoe vaker we die periodes van extreme hitte meemaken, hoe beter we er fysiologisch tegen bestand worden. Concreet: we zullen de warmte beter kunnen verdragen en onszelf efficiënter kunnen afkoelen. Dit al zeker op korte termijn, naarmate de hitte zich in 1 zomer opstapelt.
"Hoe langer de zomer duurt, hoe beter ons lichaam eraan is aangepast", aldus klimaatarts Jules Vertriest. "We zullen onder andere efficiënter zweten, wat betekent dat we na verloop van tijd bijvoorbeeld minder zout uitzweten dan tijdens die eerste warme dagen tijdens de lente of zomer."
Het kost ons zo'n tiental dagen om echt te acclimatiseren, vult Hein Daanen aan. Hij is hoogleraar thermofysiologie aan de Vrije Universiteit van Amsterdam. "We houden al snel meer vocht vast, maar onze zweetklieren hebben net wat meer tijd nodig."
Italianen in volledig kostuum
Het zijn aanpassingen die ons lichaam tijdelijk en op relatief korte termijn kan ondergaan en die zich mogelijk ook op lange termijn voltrekken. "Ik heb nog geen langetermijnstudies gelezen die dat effectief bevestigen, maar het is niet onlogisch om te denken dat die effecten zich ook op de lange termijn zullen manifesteren", aldus Vertriest.
Een teken aan de wand zijn de sterftestatistieken. Professor Daanen zette de Nederlandse sterftecijfers af tegen omgevingstemperatuur en zag dat er nu in vergelijking met vroeger minder sterftes zijn bij gelijke hittelast.
Een ander voorbeeld zijn de Zuid-Europese landen, waar inwoners het gewend zijn om een langere periode met hogere temperaturen te leven. Als een Belgische toerist daar nu door de straten puft met een T-shirt en short aan, wandelt er naast hem een Italiaan in een driedelig kostuum op weg naar zijn werk.
"Dat heeft te maken met de zweetdrempel van mensen", aldus Daanen. "Dat is voor sommige mensen wanneer hun lichaam een kerntemperatuur van 37,5 graden Celsius bereikt, maar voor anderen misschien 38 graden."
Het verschil tussen die twee is het resultaat van heel wat verschillende factoren. Gewicht, etniciteit, fysieke conditie, kledij, ... "Levensfase kan ook een factor zijn. Hoe ouder, hoe minder efficiënt de thermoregulatie is. En zwangere vrouwen zijn gevoeliger aan de temperatuur, weten we uit mortaliteitscijfers", aldus Vertriest."
Je genen spelen daarin ook een belangrijke rol. Door langdurige blootstelling aan gematigde hitte kan er daarin een soort van geheugen ontstaan voor wat te doen in geval van extreme warmte. Dat kan verklaren waarom gemeenschappen die al generaties lang in warme gebieden wonen, daar beter tegen bestand zijn.
De slotsom van al die elementen bepaalt wanneer de hitte naar je hoofd stijgt. "Als mijn schoonbroer en ik in de zon staan, zweet hij al voordat ik het voel."
Hopelijk zweten we wat meer
Onze lichamen passen zich dus aan, maar wat zijn dan die concrete nieuwigheden? "Vogels die leven in warmere gebieden zijn de voorbije jaren kleiner geworden, waardoor ze sneller afkoelen, maar dat zie ik niet zo snel gebeuren bij mensen", stelt Daanen.
De fenomenen die we nu al zien, zullen zich hoogstwaarschijnlijk herhalen. Onze bloedvaten zullen beter uitzetten, zodat het bloed gekoeld kan worden aan onze huidoppervlakte en het hart zal beter in staat zijn dat bloed rond te pompen wanneer er minder vocht aanwezig is in ons lichaam.
En we zullen nog altijd zweten, misschien zelfs meer dan nu. "Zweten is nog altijd de beste manier om af te koelen. Het is sociaal onhandig, maar een groot voordeel als je bijvoorbeeld in de hitte werkt", vult Daanen aan.
Mensen die niet of weinig transpireren, zullen het dus in toekomst moeilijker hebben tijdens periodes van extreme hitte. Vertriest verwijst terug naar zijn schoonbroer: "Hij is eigenlijk al beter aangepast dan ik."




