Reporters

Gerecht vindt niet wie er achter spionage bij Buitenlandse Zaken zit

Het federaal parket heeft het onderzoek naar een grote computer-inbraak bij Buitenlandse Zaken, in 2014, stopgezet. De zaak wordt geseponeerd, omdat niet te achterhalen valt wie er achter de hacking zit. Dat schrijft De Tijd en is ons bevestigd.

In mei 2014 werden de servers van Buitenlandse Zaken op ongeziene schaal getroffen door een virus. De computers van meer dan drieduizend diplomaten en medewerkers moesten in quarantaine geplaatst worden, om verdere besmetting te voorkomen. Niemand bij de overheidsdienst mocht nog mailen of op internet surfen. Het vaste computernetwerk kon al in juni hersteld worden, maar het duurde tot augustus voor ook het mobiele netwerk, voor bijvoorbeeld smartphones, weer virusvrij was. 

Daardoor werd al snel vermoed dat Rusland achter de hacking zou zitten. Het virus bleek op zoek naar vertrouwelijke NAVO-documenten over de crisis in Oekraïne. Na protesten in het land was buurland Rusland er binnengevallen, en had het de Krim, een Oekraïens schiereiland, ingenomen. Ook minister van Buitenlandse Zaken Reynders (MR) uitte vermoedens in de richting van de Russen: "Het gaat over een zeer sterke aanval, misschien vanuit Rusland", zei Reynders in 2014.

Dat het om een sterke aanval gaat, kan het federaal parket nu alleen maar bevestigen: "De daders hebben destijds de grote middelen ingezet," zegt parketwoordvoerder Eric Van Duyse aan VRT NWS. "Daardoor zijn we er niet in geslaagd om te achterhalen wie achter de computerinbraak zit. Het dossier is daarom geklasseerd bij gebrek aan bewijzen."