Chemische castratie: een "wondermiddel" tegen pedofilie?

Op het pedofilieproces in Dendermonde is de term “chemische castratie” gevallen. Het betekent dat je met medicijnen iemands testosterongehalte doet dalen om de seksuele appetijt te verminderen of zelfs uit te schakelen. Een van de beklaagden liet verstaan dat hij bereid was om die procedure te ondergaan, om te vermijden dat hij in zijn pedoseksuele gewoonten zou hervallen. Maar werkt chemische castratie ook echt?

Wat is chemische castratie? Of, zoals artsen het liever noemen, androgene deprivatietherapie? Inge Jeandarme van het Psychiatrisch Zorgcentrum in Rekem legde het uit in “De wereld vandaag” op Radio 1: “Door medicijnen te gebruiken doen we het gehalte aan testosteron dalen. Dat is het belangrijkste mannelijke geslachtshormoon. Door dat gehalte te doen dalen tot prepubertair niveau, gaat ook het verlangen om seksueel actief te zijn aanzienlijk dalen of zelfs onmogelijk worden.”

Maar is dit nu een wondermiddel om bijvoorbeeld pedofielen ertoe te brengen geen feiten meer te plegen? Inge Jeandarme: “Het is nooit een behandeling die op zich alleen gegeven wordt, het wordt altijd gegeven in combinatie met gesprekstherapie en andere vormen van therapie."

Want het is niet alleen het libido dat verantwoordelijk is voor criminele feiten. "Er is ook het persoonlijkheidsprofiel, of het feit dat mensen intimiteitsproblemen hebben. Maar als je daar een pedofiele voorkeur of een seksverslaving bijhebt, dan kan deze therapie een hulpmiddel zijn.”

Het is geen wondermiddel, er is nooit 100 procent garantie

Een hulpmiddel dus, want ook de combinatie van chemische castratie en therapie is geen wondermiddel, zegt Inge Jeandarme: “Er is nooit 100 procent garantie. Wij weten wel uit wetenschappelijke studies dat je een heel duidelijke vermindering krijgt in het recidivepercentage. Algemeen kunnen we de recidivecijfers bij seksuele delinquenten met 50 procent doen dalen.”

Chemische castratie is ook niet zonder risico en wellicht daarom moet de patiënt altijd toestemming geven voor een behandeling. Er is invloed op de aanmaak van zaadcellen en dus op de vruchtbaarheid, in de puberteit is er invloed op lichamelijke veranderingen zoals baardgroei, en er is invloed mogelijk op de groei van botten, waardoor botontkalking een risico wordt.

Beluister hieronder het gesprek in "De wereld vandaag":

Meest gelezen