Rob Engelaar Fotografie

Parlement denkt na over privacykader voor corona-app: "Niet afglijden in Big Brother-staat"

De invoering van een app in de strijd tegen het coronavirus moet aan strikte privacyregels onderworpen zijn en het gebruik ervan moet op vrijwillige basis gebeuren. Dat staat in een resolutievoorstel dat Jessika Soors (Groen) in de Kamer heeft ingediend. Het voorstel krijgt alvast de steun van SP.A, CD&V, Open VLD en PS. In een open brief aan de federale regering vragen honderd Belgische academici om dringend een publiek debat te voeren rond de corona-app. 

Als de maatregelen ter bestrijding van het coronavirus versoepelen, zou het handig zijn mocht er een app bestaan die ons kan waarschuwen als we in de buurt geweest zijn van iemand die mogelijk besmet is met het virus. In verschillende landen, zoals China, Singapore en Zuid-Korea wordt zo'n app al gebruikt. Ook in ons land denkt de regering daar over na, maar de app roept heel wat vragen op in verband met privacy.

Jessika Soors van Groen vindt dat het parlement de krijtlijnen moet vastleggen binnen dewelke zo'n app kan ontwikkeld worden. Daarom heeft ze een resolutievoorstel ingediend waarmee ze de privacy van burgers wil garanderen als ons land zo'n app gaat ontwikkelen. 

"De app dient ter bescherming, niet ter controle", zegt Soors in "De ochtend" op Radio 1. "Wat we absoluut niet willen is dat de app het effect heeft dat we naar een Big Brother-staat zouden afglijden. Er zullen bij de ontwikkeling van de app een aantal keuzes moeten gemaakt worden om de privacy te garanderen. Wij willen dat die app vrijwillig gebruikt kan worden. Daarnaast hebben wij een voorkeur voor het gebruik van bluetoothtechnologie. Met die technologie kun je meten hoe nabij iemand in iemand anders zijn omgeving geweest is, maar je maakt geen gebruik van locatiegegevens. Je weet dus niet waar iemand geweest is."

We willen geen grote alwetende server die ook nog eens hackingsgevoelig zou kunnen zijn. 

"We vragen ook dat de informatie gedecentraliseerd wordt opgeslagen. We willen geen grote alwetende server die ook nog eens hackingsgevoelig zou kunnen zijn. We stellen voor dat mensen op hun gsm hun eigen gegevens bijhouden, die dan op eigen initiatief kunnen worden gekoppeld."

Indien iemand besmet geraakt, kan deze persoon dus zelf beslissen om deze gegevens in de app te delen. Gebruikers kunnen via de app vervolgens gewaarschuwd worden indien ze zich in de nabijheid van een besmet persoon bevonden.

Beluister hiet het gesprek met Jessika Soors in "De ochtend" en/of lees verder hieronder:

Europese privacyregels

Minister Philippe De Backer zei afgelopen week in de Kamer dat technologie een rol kan spelen in het zogeheten "contact tracing", het opsporen van mensen met symptomen en hun contacten om zo de verspreiding van het virus tegen te gaan. Dat "contact tracing" is eigenlijk een bevoegdheid van de gewesten, maar die bekijken samen met de federale regering hoe dat het best kan gebeuren. De apps die hiervoor bestaan worden bestudeerd, maar voor minister De Backer moet alles binnen het kader van de Europese privacyregels - de zogeheten GDPR-richtlijn - gebeuren.

"De resolutie ligt volledig in lijn met de Europese privacyregels", zegt Soors. "Elk land zal een eigen keuze moeten maken en wij vinden dat daarover moet worden gedebatteerd in het parlement. Er zal wellicht een systeem ontwikkeld worden, waardoor de apps compatibel zijn binnen Europa, maar België zal een eigen laagje ontwikkelen bovenop het systeem waarop die app zal draaien."

"Als we uitgaan van een vrijwillig gebruik van de app, is het heel belangrijk dat de bevolking vertrouwen heeft in de werking van die app. Want die app zal alleen maar efficiënter worden als een groot deel van de bevolking bereid is die te gebruiken." 

Uit een onderzoek van de Universiteit van Antwerpen blijkt dat maar de 51 procent van de Belgen zo'n app zou willen installeren. Veel mensen zijn bezorgd om hun privacy. "Dat is een uitdaging die in praktijk zeker nog het hoofd moet worden geboden. Via het debat in het parlement kunnen we beginnen te werken aan het vertrouwen in de samenleving en tonen dat de juiste keuzes gemaakt worden en dat de garantie van privacy behouden blijft."

Academici roepen op tot publiek debat over de corona-app

In een open brief aan de federale regering vragen honderd Belgische academici om dringend een publiek debat te voeren rond de corona-app. In landen als China, Israël, Zuid-Korea of Singapore werd deze technologie gebruikt in de strijd tegen het virus.

"Staar je niet blind op technologie. Een app zal maar zo doeltreffend zijn als de menselijke gebruiker. Zij die tijdens het paasweekend gingen barbecueën bij vrienden, zullen dezelfden zijn die de app vrolijk zullen omzeilen", aldus de academici uit de beide gemeenschappen.

De nieuwe app lijkt op het eerste gezicht erg aantrekkelijk om het virus terug te dringen en de overgang naar het post-lockdown-tijdperk te begeleiden. Het zou leiden tot een goed zicht op het aantal besmette personen, waardoor besmettingen sneller kunnen worden opgespoord en geïnfecteerden sneller kunnen worden afgezonderd.

De academici wijzen op een reeks pijnpunten en maatschappelijke problemen. "Vooreerst bestaat geen bewijs dat de app doeltreffend is. Zo bestaat het gevaar van vals positieven. De app kan bijvoorbeeld detecteren dat je in de buurt bent gekomen van een besmet persoon, terwijl in realiteit een muur tussen jullie in stond."

Dan zijn er juridisch en sociaal-ethische kwesties: wat met onze basisrechten? "Verschillende voorstellen voor apps zijn in strijd met de wetgeving. Daarnaast heerst ook verdeeldheid. Ontwikkelaars en bedrijven menen dat die rechten niet in gevaar zijn, experten betwisten of privacywetgeving überhaupt gerespecteerd kan worden."

De app kan ook sociale effecten hebben. Zo kan het gebruik ervan bestaande discriminatie bestendigen. Tot slot dringen zich politieke vragen op: "Zullen gegevens die onze telefoons uitzenden worden verzameld door de overheid of niet? Zo ja, hoe lang zal men die gegevens bewaren? Lopen we niet het risico dat diezelfde app plots ook wordt ingezet voor andere en toekomstige maatschappelijke problemen?"

Meest gelezen