Pano antwoordt op kritiek Agentschap Zorg en Gezondheid na uitzending over contactonderzoek

Het Vlaams Agentschap Zorg en Gezondheid reageerde woensdagavond met een persbericht op de Pano-uitzending ‘Het spoor bijster’ over het contactonderzoek. De redactie van Pano wil hierbij graag een aantal zaken toelichten. Onze reportage gaat over veel meer dan die ene gecontesteerde aanbesteding waar het Agentschap op focust. Niettemin geven we hierover graag enkele belangrijke verduidelijkingen mee.

Volgens het Agentschap is de eerste aanbesteding “vergeten” in de reportage

Het klopt dat er een voorafgaande aanbesteding was. Die opdracht werd uitgestuurd op 21 april, niet op 22 april, zoals het Agentschap aangeeft in zijn persbericht. Op 22 april kwam het advies van de Inspectie van Financiën, dat kritische bedenkingen had bij deze aanbesteding. Met die bedenkingen werd geen rekening gehouden, waardoor diezelfde Inspectie op 24 april aangaf dat de opdracht binnen het bestaande bestek niet kon worden gegund. Het bestek bevatte, aldus de Inspectie, ‘een aantal leemtes en onduidelijkheden waardoor het voor de inschrijvers niet mogelijk was een degelijke offerte in te dienen’. Dat moest beter in een eventueel toekomstige opdracht. Het gevolg was dat de aanbesteding werd ingetrokken.

We hebben ervoor gekozen om ons in onze reportage te focussen op de aanbesteding die effectief geleid heeft tot de toewijzing van de overheidsopdracht. Niet op een ingetrokken aanbesteding. Dat is in onze ogen journalistiek verantwoord. De tweede aanbesteding wees de opdracht toe én die werd aangevochten door Eric Ignoul. Daarom kozen we ervoor om die in de reportage te onderzoeken.

Volgens het Agentschap werd gezegd dat de call centra enkel commerciële ervaring zouden hebben

In de reportage wordt gezegd dat de callcenters ‘vooral’ ervaring hebben als commerciële klantendienst, wat ook correct is.

Volgens het Agentschap is de procedure nagekeken door het Rekenhof

Het agentschap geeft in zijn reactie mee dat de procedure nagekeken is door het Rekenhof, maar laat na te vermelden hoe kritisch het Rekenhof is in zijn bevindingen. Zo concludeerde het Rekenhof onder meer dat ‘het niet mogelijk was om met zekerheid vast te stellen dat het transparantiebeginsel in deze fase gerespecteerd werd’. En dat het evenmin mogelijk was om ‘met zekerheid vast te stellen dat er geen ongeoorloofde contacten plaatsvonden’. Niemand ontkent dat de onderhandelingen zeer snel moesten gaan. Daarover zegt het Rekenhof uitdrukkelijk dat ‘die (snelle) omstandigheden ongetwijfeld een ongunstige of negatieve impact hadden op de prijszetting’. U vindt het persbericht van het Rekenhof hier.

Volgens het Agentschap klopt het niet dat twee data (datum van 23 april onderaan elke pagina van de offerte én de datum van 27 april op een uittreksel uit het strafregister) een aanwijzing zijn van voorkennis

Dit zijn enkele opvallende elementen die we aantroffen in het dossier bij de Raad van State. Het is voor ons niet mogelijk om te controleren wat de oorzaak is van deze foutieve data. We merken in de reportage alleen op dat dit kan wijzen op voorkennis, wat onwettig is. In de offerte wordt er bovendien ook verwezen naar voorafgaand telefonisch contact waarna de offerte aangepast werd. Ook dat is volgens het bestek verboden. Vragen mochten enkel schriftelijk (per e-mail met ontvangstbewijs) gesteld worden. Het Rekenhof vroeg het Agentschap hier om uitleg, maar concludeerde dat er te veel onduidelijkheid is om te kunnen zeggen dat de procedure correct is nageleefd.

Tot slot, waar het Agentschap niet op ingaat, is het feit dat het call center IPG - dat de overheidsopdracht mee binnenhaalde - al enkele jaren een negatief eigen vermogen heeft. Bedrijven met dergelijk negatief eigen vermogen worden doorgaans geweerd voor zo’n opdracht. Ook de Inspectie van Financiën formuleerde ernstige bedenkingen bij de financiële solvabiliteit van bepaalde deelnemers aan de aanbesteding. Toch werd in geen van de uiteindelijke documenten van de overeenkomst daarover iets vermeld.

Volgens het Agentschap is het manifest fout te zeggen dat de aanbesteding is gebeurd zonder mededinging

Er bestaat geen twijfel dat er slechts één kandidaat was die uiteindelijk tot de onderhandelingsfase van de aanbesteding is toegelaten. Dat betekent de facto dat er in die fase geen mededinging meer was. 

Het Agentschap betoogt dat er op geen enkel moment een tweede kandidatuur is toegekomen die reglementair voldeed aan de voorwaarden van de aanbesteding. Wel valt niet te ontkennen dat een kandidaat, Harvest Communications Centres, met de ervaring en expertise om deze opdracht uit te voeren, zich op verschillende manieren heeft gemeld, zowel telefonisch als per mail. Daarbij meldde hij onmiskenbaar een zeer concurrentiële prijs, naar eigen zeggen de “kostprijs”.

Op 29 april, dus nog voor het afsluiten van de aanbesteding, laat het kabinet Beke in een mail aan Eric Ignoul weten dat zijn kandidatuur hen te laat heeft bereikt. Dit bevestigt in ieder geval dat zijn initiatief door hen beschouwd werd als ‘een kandidatuur’.

Volgens het Agentschap zijn de beweringen van Eric Ignoul, dat hij een aanbod deed voor 27 euro, op niks gebaseerd

Al op 25 april stuurde Ignoul een eerste mail dat hij 150 (later 200) call agents van zijn bedrijf Harvest Communications Centres wilde aanbieden voor de contact tracing en dat tegen een tarief van 27 euro/uur. Hij stuurde die eerste mail - verkeerdelijk - naar het federale niveau. Uit de mails die we konden inkijken, blijkt dat Ignoul in de dagen nadien pogingen heeft ondernomen om de Vlaamse overheid te bereiken. Feit is dat Ignoul op 29 april per mail reactie kreeg vanuit zowel het kabinet-Beke als vanuit het Agentschap. Tweemaal kreeg hij te horen dat hij te laat was voor de overheidsopdracht. Die werd echter pas daags nadien, op 30 april, afgerond.

Het is niet aan ons om te oordelen over de inhoud van het aanbod van Ignoul. We stellen enkel vast dat hij bereidheid toonde om tegen scherpe prijzen werknemers ter beschikking te stellen voor de contact tracing en dat daar niet werd op ingegaan. Dat is opmerkelijk, vaststellende dat de uiteindelijke prijs (44 euro/uur) een stuk boven de gangbare prijzen (30-35 euro/uur) ligt. Dat blijkt uit een rondvraag van Pano bij verschillende actoren uit de sector.

Het Rekenhof merkt overigens op dat het Agentschap ‘de marktconformiteit van de prijs niet kon nagaan op basis van de meest voor de hand liggende vorm van prijsvergelijking, namelijk een vergelijkende analyse tussen aangeboden eenheidsprijzen van verschillende inschrijvers of een behoorlijke voorafgaande raming van de opdracht’.

Volgens het Agentschap klopt de in de Pano aangehaalde kostprijs van 44 euro per uur niet

In het contract staat inderdaad enkel vermeld dat er een dagprijs van 333 euro per call agent wordt betaald. Het Agentschap gaat er daarbij van uit dat het gaat om werkdagen van acht uur. Een uitgebreide journalistieke rondvraag van Pano bij een groot aantal bedrijven én mensen die de voorbije maanden als call agent werkten, voor verschillende callcenters en gedurende verschillende periodes, leert echter dat zij stuk voor stuk uitbetaald werden voor werkdagen van 7,6 uur. Dat konden we zelf vaststellen in de loonbonnen die enkelen van hen ons doorstuurden. Daarom hebben we de dagprijs van 333 euro gedeeld door 7,6, wat resulteert in een uurloon van ongeveer 44 euro per uur.

Volgens het Agentschap heeft het niet de kans gekregen om in de Pano te reageren

Voorafgaand aan de reportage hadden we verschillende contacten met het Agentschap Zorg en Gezondheid met vragen om extra informatie. In de reportage laten we uiteindelijk de verantwoordelijke minister aan het woord. Dat klopt. Hij is dan ook de eindverantwoordelijke voor de Vlaamse contactopsporing. We hebben hem de kans gegeven om te reageren op alle zaken die we in de Pano hebben aangekaart, ook het verhaal van de aanbesteding, maar bij dat laatste koos hij ervoor om zich te onthouden van commentaar.

Hoe dan ook: Pano keek niet enkel het dossier van Ignoul bij de Raad van State en de rapporten van verschillende overheidsdiensten in, maar sprak met verschillende betrokkenen uit de sector. Zij wilden vaak niet officieel reageren, maar bevestigden wel onafhankelijk van elkaar dat de procedure volgens hen niet transparant is verlopen. Bovendien gaven ze ook allemaal aan dat de gehanteerde tarieven substantieel boven de gangbare marktprijzen liggen.

Bekijk hier de volledige aflevering van Pano:

Videospeler inladen...

Meest gelezen