Met PVDA-boegbeeld Van Duppen sterft straks een stukje van de ziel van de partij, "Ondraaglijk lijden heeft geen zin"

Met PVDA-boegbeeld Dirk Van Duppen sterft straks een man die zich een leven lang liet leiden door engagement, liefde en verbondenheid. Tegelijkertijd sterft ook een stukje van de ziel en de geschiedenis van de Partij van de Arbeid (PVDA). 

In september had PVDA-boegbeeld Dirk Van Duppen een debat op Manifiesta in Bredene, het muziekfestival dat zijn partij elk jaar nabij de duinen van Bredene organiseert. Toen was net de harde diagnose gesteld: pancreaskanker. Aan Van Duppen was toen nog weinig te zien.

Maar pancreaskanker is een onverbiddelijke kanker. Goed vijf maanden later staart de arts de dood in de ogen, de fysieke gevolgen van zijn vreselijke ziekte goed zichtbaar. Veel tijd is hem niet meer gegund. Acht maanden mét chemo, vier maanden zonder – zo is de voorspelling. Van Duppen is ondertussen gestopt met chemo, goed vijf maanden na de diagnose.

Van Duppen is evenwichtig, en op een wonderlijke manier sereen
journalist Fabian Lefevere

63 jaar oud, drie kinderen, een eerste kleinkind net geboren. Het lot kan ongenadig zijn. Maar zie, de man die we treffen in de zetel van zijn woning in Deurne straalt rust uit. Twee uur lang zullen we met hem praten, waarin hij op zachte en ingetogen toon over zijn leven spreekt. Maar vooral over de inzichten die hij daarbij opdeed.

Evenwichtig is hij, op een wonderlijke manier sereen. De woede van kort na de diagnose heeft plaats gemaakt voor berusting, de verzoening met het onvermijdelijke einde. En liefde, veel liefde. Alléén maar liefde eigenlijk. De dood kan ook schoonheid in zich dragen.

Video player inladen...

Een goed en gevuld leven

Dat dat te maken heeft met de tevredenheid met wat geweest is, zegt hij. “Ik heb een goed en gevuld leven gehad, ja.” Een leven waarin hij werkte in de Libanese vluchtelingenkampen van Sabra en Chatila. Waarin hij het kiwimodel uitwerkte, dat er mee voor zorgde dat de prijs voor de geneesmiddelen in België zakte. Waarin hij de Lange Wapper hielp afvoeren. Waarin hij Geneeskunde voor het Volk, met zijn duizenden patiënten, hielp uitbouwen. En nog zo veel meer.

“Mijn hele leven is eigenlijk een strijd van engagement en solidariteit geweest, op heel veel terreinen. Doorheen dat engagement en de strijd leer je mensen liefhebben. Maar word je ook geliefd. Dat voel ik heel sterk aan.”

“Het is vreselijk om je levenseinde in het vizier te hebben, maar tegelijkertijd gebeurt er iets prachtigs. Dat is verbondenheid. We hebben honderden, zelfs meer dan duizend reacties gehad van mensen die me niet kennen. Of me wel kennen, maar me in jaren niet meer gezien hadden. Ze willen laten weten dat ze meeleven, en zeggen dat ze waarderen wat ik gedaan heb voor hen, hun familie, hun buurt of fabriek. Ze zeggen dat ik een inspiratiebron was.”

Video player inladen...

Marx en Engels onder de knie

Hoe brengt een mens zijn laatste tijd op deze wereld door? Met de familie. Die trok kort na de diagnose naar Vossemeren. Maar ook door gewoon verder te werken. Van Duppen geeft interviews, lezingen, debatten, en zelfs nog opleidingen aan huisartsen. En met Thomas Blommaert schreef hij een boek, “Zo verliep de tijd die me toegemeten was”, dat morgen onder grote belangstelling zal voorgesteld worden in De Roma in Antwerpen. Alle positieve reacties geven Van Duppen moed, en de nodige rust. Alsof hij zijn eigen begrafenis meemaakt.

Je zou het ook een missioneringsdrang kunnen noemen, dat hij zelfs nu nog zijn boodschap blijft uitdragen. “Bij mij is dat al op heel jonge leeftijd gegroeid. Het waren de jaren zestig, de periode van de Vietnam-oorlog en die vreselijke dictaturen in Latijns-Amerika. Geconfronteerd worden met onrecht, en dan zoeken naar antwoorden daarop. Een leraar in het middelbaar vroeg me ooit wat de meest efficiënte ontwikkelingshulp was, mensen vis geven of ze leren vissen. Maar volgens mij was de werkelijke kwestie wie de vissersboot bezit. Die leraar raadde me aan om het Communistisch Manifest te lezen, en nog voor ik achttien was, had ik de belangrijkste stellingen van Marx en Engels onder de knie.”

Geen hart of geen verstand

Van Duppen vertelt hoe Karl Marx en Friedrich Engels hem ideologisch de weg wezen. Hoe Marx inzag dat de verdeling van materiële goederen het allerbelangrijkste is. "“Follow the money”, zouden we het vandaag noemen. Je moet zoeken naar de economische belangen achter de gebeurtenissen. Als er in Irak radijsjes uit de grond kwamen, in plaats van olie,  hadden we er geen oorlog gehad."

Er wordt wel eens gezegd: als je op je twintigste geen Marxist bent, dan heb je geen hart. En als je op je veertig nog Marxist bent, heb je geen verstand. Dat klopt echt niet. 

Hij vertelt dat je mensen hebt die produceren en mensen die nemen. “Dat gebeurt vandaag nog veel scherper dan ten tijde van Marx. De ongelijkheid neemt nog toe. Er wordt wel eens gezegd: als je op je twintigste geen Marxist bent, dan heb je geen hart. En als je op je veertig nog Marxist bent, heb je geen verstand. Dat klopt echt niet. (lacht) Ik beschikte op mijn veertigste over veel meer data die het gelijk van Marx aantoonden.”

Kiwi

Van Duppen is en blijft een communist. Een Marxist, noemt hij het zelf liever, “wegens de negatieve connotaties die het communisme heeft." Maar hij is geen Ludo Martens – de oprichter van Amada, het latere PVDA – die ooit het boek “Een andere kijk op Stalin” schreef, ter verdediging van de Sovjetdictator. Van Duppen belichaamt zo'n beetje de koerswijziging die de PVDA de voorbije jaren maakte: van een verstarde communistische partij die behept is met ideologie, naar een nog altijd communistische partij die vooral met specifieke dossiers bezig is. Met de strijd tegen big pharma en voor het Kiwimodel bijvoorbeeld, in Van Duppens geval.

De transformatie van de PVDA

De hele episode, halfweg het voorbije decennium, trok het debat over de farma-industrie open, maar zorgde ook mee voor de transformatie van de PVDA, de partij die ondertussen twaalf mensen naar de Kamer mag sturen.

“De PVDA had voor die periode een drammerige toon, belerend met slogans. Maar plots was daar de ervaring van het Kiwimodel. Dat was heel concreet, en wetenschappelijk goed onderbouwd”, zegt Van Duppen. Zo kon de partij evolueren van “sectair en dogmatisch clubje” naar een partij die reële impact heeft op concrete problemen. "Aanvankelijk had de partij zelfs geen interesse in mijn Kiwimodel. Dat heeft geresulteerd in een stevig intern debat, en dat is pas beslecht in 2008.”

We blijven principevast met PVDA maar zijn niet meer zo belerend

Is de partij nu werkelijk een andere partij, of was de koerswijziging tactisch van aard en bleef het harde dogmatisme onder de oppervlakte aanwezig? “Toen hadden we de slogan: we blijven principevast. Je verloochtent je basisprincipes niet, maar bent wel heel soepel in de toepassing daarvan. Die tactiek hebben we nodig, anders bots je met je hoofd tegen de muur. Er moet ook ruimte zijn voor debat, en evaluatie. Niet je wensen voor werkelijkheid nemen. Dus principevast, maar soepel in de toepassing.”

Video player inladen...

Zelfopoffering en ethisch kompas

Een cruciale factor is de bijdrage van de leden en – vooral – de militanten. “Je hebt een sterk ethisch kompas nodig. Want macht corrumpeert, ook in linkse partijen. Onze militanten en parlementsleden krijgen een mediaanloon van zo’n 2.000 euro. Dat is al meer dan vroeger, toen we een minimumloon kregen. Dat is niet vanzelfsprekend: de parlementsleden geven zo’n 6.000 euro per maand af aan de partij. Maar als je dat niet doet, belanden we snel op een schuifaf waarbij het om de postjes gaat. Ik vind het heel belangrijk om dat ethisch kompas te houden.”

Is dat een vorm van zelfopoffering? Want hoogopgeleide PVDA’ers, zoals Van Duppen zelf, hadden ook veel geld kunnen verdienen. “Dat is een zwaar woord. Ik zie het als een ethisch kompas. Want wie niet leeft zoals hij denkt, gaat denken zoals hij leeft. Dat is ook van Marx. Trouwens, als ik een rijke dokter zou zijn, die zijn patiënten toespreekt vanop een piëdestal, zouden we niet dezelfde band als nu kunnen hebben met onze patiënten.”

Video player inladen...

Een revolutionaire partij?

Is de PVDA een revolutionaire partij? Van Duppen: “Revolutionair in de ideeën, dat wel. In Libanon heb ik geleerd dat, als je revolutionair wil zijn, je niet moet wachten op de grote overwinning. Je moet kleine overwinningen halen, en die koesteren. Dat is een les die ik mijn hele leven lang heb meegedragen. In België is er uiteraard geen gewapende revolutie, maar je hebt altijd wel een sociale strijd gehad. Pensioenen of huisvesting – het zijn zaken die we door sociale strijd verworven hebben. En die gaat verder. Wordt onze sociale bescherming uitgebreid of ingekrompen? Het is de strijd tegen privatisering en commercialisering. De strijd om het behoud van onze sociale rechten is op zich revolutionair. Te meer omdat wij naar de grond van het systeem willen gaan. Het is niet omdat wij kwaadaardige politici of bedrijfsleiders hebben dat het zo misloopt. Het is het systeem, dat hen dwingt om die strijd te voeren.”

Een leven vol dood

Van Duppen heeft in zijn leven veel dood gezien. Toen hij als arts in de Libanese vluchtelingenkampen werkte, passeerden er soms 45 doden op zestig dagen. “Verschrikkelijke taferelen”, noemt hij het. En heeft dat ook bijgedragen tot de serene manier waarop hij nu met zijn eigen dood omgaat? “De periode in Libanon was heel intensief, maar dat dijt uit. Iets anders is de begeleiding van terminale patiënten naar hun levenseinde. Dat heeft  veel invloed op mij. Ik heb de periode voor en na de euthanasiewet gekend, en dat is toch een groot verschil.”

Ik ben blij dat ik gebruik kan maken van de euthanasiewet

Van Duppen zegt blij te zijn dat de wet bestaat, en dat hij er zelf gebruik van kan maken. “Als de tijd gekomen is, is het echt goed  dat je menswaardig afscheid kunt nemen van je dierbaren en niet te creperen. Ondraaglijk lijden heeft geen enkele zin. Sommige mensen denken, om religieuze redenen, dat ze boete moeten doen en blijven lijden. Ze zien dat als een soort van zuivering. Ik respecteer die overtuiging, maar het is niet de mijne.” Als de pijn te erg wordt en morfine geen enkele zin meer heeft – onvermijdelijk bij pancreaskanker – gaat Van Duppen zelf zijn moment kiezen.

“Een verlossing van de pijn en het creperen”, noemt hij het. “Dat wel, dat wel.” Maar het afscheid valt zwaar, ook al neemt hij het als een tevreden man. “Ik ben tevreden, ja. Ik heb een boeiend leven gehad. Je kunt je engageren en solidair zijn – misschien opofferingen doen, tussen aanhalingstekens. Dan heb je evengoed een boeiend leven. Je offert de liefde niet op, integendeel. Je geeft liefde en je krijgt liefde terug”.

Video player inladen...

Meest gelezen