Eigenlijk begint de VN-klimaatconferentie pas maandag, maar vandaag geven de wereldleiders al de officieuze aftrap met een resem speeches. Dit jaar gaat de COP, de 30e alweer, door in de Braziliaanse stad Belém. Maar wat is zo'n klimaatconferentie precies? Wat wordt er besproken? En hebben de klimaatconferenties nog wel een toekomst?
Vandaag begint COP30: 6 vragen én antwoorden over de jaarlijkse klimaatconferentie
Wat is een COP precies?
De VN-klimaatconferentie of COP (de 'conference of the parties') is de grootste klimaattop die wereldwijd georganiseerd wordt. Dit wordt de 30ste, vandaar COP30.
De 'parties', dat zijn de partijen die het VN-klimaatverdrag hebben ondertekend. Dat werd in 1992 in het leven geroepen in Rio de Janeiro. Sindsdien hebben 197 landen zich erachter geschaard.
Het VN-klimaatverdrag stelt 2 duidelijke doelen. Ten eerste mogen de concentraties van broeikasgassen in onze atmosfeer niet zo sterk aanzwellen dat ze het klimaat dreigen te verstoren.
En ten tweede moeten ontwikkelde landen, die de meeste broeikasgassen hebben uitgestoten, de ontwikkelingslanden steunen om hun uitstoot te beperken én om zich aan te passen aan de gevolgen van de klimaatverandering.
Maar hoe vertaal je die 2 voornemens in de praktijk? Daarover gaan de COPs dus.
Waarom zijn de klimaatconferenties nodig?
Wie de voorbije jaren een beetje heeft opgelet, weet dat al zeker één van de 2 doelen intussen buiten bereik is. De broeikasgassen in onze atmosfeer, waarvan CO2 en methaan de belangrijkste zijn, verstoren nu al ons klimaat.
Vandaag is de wereld 1,3 graden Celsius warmer dan in de periode 1850-1900. De VN gebruiken die periode als maatstaf omdat de mens toen nog niet massaal fossiele brandstoffen verbrandde zoals steenkool, olie en gas. Vorig jaar zaten we zelfs al even aan 1,6 graden - al is dat voorlopig een tijdelijke uitschieter.
Vanaf 1,5 graden opwarming verergeren de gevolgen van de klimaatverstoring immers snel. Vanaf 2 graden kunnen wetenschappers de gevolgen zelfs niet meer goed inschatten. Dan dreigt een nog veel onberekenbaarder klimaat met intensere regenbuien en langere periodes van droogte, meer overstromingen, mislukte oogsten, bosbranden, hittedoden, tropische ziekten...
Het is dus ongelofelijk belangrijk dat de wereld doet wat ze kan om te vermijden dat het nog verder uit de hand loopt. En de meest efficiënte manier om dat te doen, is zo snel mogelijk geen CO2 of methaan meer uitstoten.
Hoe dat dan moet, dat bespreekt de wereld dus op de COP.
Wie gaat er naar de COP?
Op een COP zijn het vooral de wereldleiders die de aandacht naar zich toe trekken. Zij geven bij aanvang speeches, en ondertekenen op het einde het akkoord (als er eentje is gevonden, tenminste).
Maar het draait niet alleen om de mannen en vrouwen in pakken. Zo'n beetje iedereen die iets betekent in de strijd tegen het klimaat, tekent present op de COP. Zij treffen elkaar in de wandelgangen en bijzaaltjes van het conferentiecentrum.
Het gaat dan om klimaatonderhandelaars, zakenlui (die bijvoorbeeld grote wind- of waterstofprojecten willen uitrollen), milieu-activisten, inheemse volkeren, maar ook lobbyisten van grote olie- en gasbedrijven.
Vorig jaar, op de COP29 in Bakoe, waren er zo'n 67.000 geregistreerde bezoekers. Volgens de klimaatwebsite Carbon Brief ging het onder andere om 18.000 leden van staatsdelegaties, 10.000 ngo-leden, 3.500 persmensen, 1.300 VN-medewerkers en 17.000 organisatie-medewerkers.
En wat gaat België er doen?
Verwacht geen grote, nieuwe klimaatbeloftes van België op deze COP. Er trekken ook maar 2 ministers naartoe: de federale minister van Klimaat Jean-Luc Crucke (Les Engagés) en de Waalse minister van Klimaat Cécile Neven (MR), die dit jaar de gewesten vertegenwoordigt.
Gaan niet naar de COP: Vlaams minister van Klimaat Melissa Depratere (Vooruit) en premier Bart De Wever (N-VA). Het is van 2018 geleden dat België geen eerste minister afvaardigt.
Sowieso spelen Belgische ministers eigenlijk niet zo'n grote rol op een COP. Het is de Europese Unie die er onderhandelt in onze naam en die van de andere lidstaten. De lidstaten vergaderen wel elke ochtend om het Europese standpunt te bepalen, en daarin kunnen de Belgische ministers dan weer wel wegen.
Ons land speelt wel een belangrijke rol achter de schermen. België vaardigt opnieuw enkele doorgewinterde klimaatonderhandelaars uit met jarenlange ervaring, onder leiding van hoofdonderhandelaar Peter Wittoeck.
Maar wat wordt er nu precies afgesproken?
Er wordt dus besproken hoe de uitstoot van broeikasgassen beperkt kan worden en hoe de armere landen geholpen kunnen worden om ermee om te gaan.
Dat kan op een heleboel manieren, bijvoorbeeld door vast te leggen hoe sterk de uitstoot naar beneden moet. Neem nu het Kyoto-protocol, dat afgesloten werd op de COP in 1997. Dat was een echt kantelpunt. Het was het eerste wereldwijde klimaatakkoord ooit met een duidelijke doelstelling én timing: de industrielanden moesten hun uitstoot met 5 procent verminderen tegen 2012.
Ook het Parijs-akkoord (COP21, 2015) was zo'n kantelpunt: het zegt dat we zeker onder de 2 graden opwarming moeten blijven. Op basis daarvan kunnen landen dan zelf hun eigen klimaatbeleid uittekenen, en berekenen hoe ze hun uitstoot laten zakken.
Maar er worden op de COPs ook afspraken gemaakt over hoeveel klimaatgeld de arme landen krijgen. Dat was vorig jaar bijvoorbeeld het geval op COP29 in Azerbeidzjan.
En landen kunnen er ook kleinere allianties bouwen om samen problemen aan te pakken, zonder dat daarom iederéén mee moet zijn. Zij maken dan afspraken buiten het centrale COP-proces om. Zo was de COP in Glasgow in 2021 belangrijk voor de strijd tegen de ontbossing en om het krachtige broeikasgas methaan op de radar te zetten.
Hebben de COPs eigenlijk nog wel zin?
Daar hoort één belangrijke kanttekening bij: al die afspraken zijn vrijwillig. In theorie zijn ze misschien wel wettelijk bindend, maar in de praktijk worden ze niet afgedwongen. Een land dat zijn klimaatdoelen niet haalt, zal geen boete moeten betalen.
Dat veroorzaakt de laatste jaren steeds meer frustratie bij klimaatactivisten en het bredere publiek. De vraag leeft steeds sterker of COPs nog wel nut hebben. Onder andere de bekende activist Greta Thunberg concludeert al enkele jaren dat de klimaatconferenties "falen" en vooral grote publiciteitsstunts zijn.
Voorstanders wijzen er dan weer op dat de klimaatcrisis een wereldwijd probleem is dat je enkel met alle landen ter wereld samen kan aanpakken. "Dankzij de COP in Parijs en de jaren daarna hebben we een worst-casescenario kunnen vermijden", zegt VUB-klimatoloog Wim Thiery. In 2015 stevenden we nog af op een ronduit catastrofale opwarming van 4 graden Celsius, vandaag 'slechts' op 2,6 graden.
Toch vragen ook voorstanders zich af of het COP-proces niet stilaan toe is aan hervorming. "Wat als we onze energie zouden gebruiken om de gemaakte afspraken daadwerkelijk uit te voeren?", vraagt hoogleraar internationale onderhandelingen Hayley Walker (IÉSEG School of Management) zich af. "Wat als die energie zou gaan naar klimaatactie in plaats van nog meer politieke onderhandelingen?"
Zij stelt onder andere voor om beslissingen niet meer bij consensus te nemen, waarbij alle landen ter wereld het eens moeten zijn, maar bijvoorbeeld met een 7/8-meerderheid. Dat zou kunnen vermijden dat een handvol olieproducerende landen klimaatactie verder vertragen.
Maar voor zo'n radicale hertekening is het in Brazilië nog te vroeg. Daar zullen de onderhandelaars zich nog moeten beroepen op de beproefde recepten.



