Financieel kader

De beheersovereenkomst legt het financieel kader vast

 

 

Financieel plan

De strategische doelstellingen en het financieel kader zijn de kern van de beheersovereenkomst. Ze drukken een wederzijds engagement uit:

  • De VRT zal haar opdracht met verscherpte focus op de publieke waarde van haar aanbod aanvatten. Ze zal tezelfdertijd een Transformatieplan voor een meer efficiënte, compacte en dynamische mediaorganisatie uitvoeren.
  • De Vlaamse Regering stelt daar een stabiele financiering voor de periode 2016 - 2020 tegenover. Dit wederzijds engagement voor een sterke VRT biedt de publieke omroep en zijn 6.5 miljoen aandeelhouders een langetermijnperspectief met ambitie. 

De Beheersovereenkomst 2016-2020 legt een financieel plan vast tot 2020.

Het financieel plan van de VRT voor 2016-2020

Financiële doelstellingen:

  • De VRT behaalt jaarlijks minstens het cumulatieve resultaat over de duur van de beheersovereenkomst conform het financieel plan.
  • De VRT engageert zich bij het nastreven van de organisatiedoelstellingen, tot het realiseren van het gebudgetteerde ESR-resultaat. Er wordt wel abstractie gemaakt van de impact van het dossier gebouwen op het ESR-resultaat.

Grendels op inkomsten en uitgaven

In de beheersovereenkomst worden enkele grendels op inkomsten en uitgaven vastgelegd:

Het aandeel van de personeelskosten bedraagt niet meer dan 43,25% van de totale ontvangsten (exclusief herstructureringskosten, exclusief personeelskosten Brussels Philharmonic en exclusief ophoging patronale bijdrage pensioensfonds statutairen of zijn rechtsopvolger) over de looptijd van de beheersovereenkomst, in zoverre de basisfinanciering niet gewijzigd wordt tijdens de looptijd van de beheersovereenkomst.

Wat de commerciële communicatie en de boodschappen van algemeen nut (BAN’s) betreft, is er in de beheersovereenkomst een beperking vastgelegd: de VRT mag jaarlijks netto maximaal 72,84 miljoen euro omzet uit deze activiteiten genereren. Minderinkomsten uit één type van commerciële communicatie kunnen gecompenseerd worden door meerinkomsten uit een ander type of andere types van commerciële communicatie, zonder evenwel de grenzen van twee subplafonds te overschrijden:

  • Subplafond 1: een tweede bovengrens van 17,33 miljoen euro voor televisiesponsoring en televisievisibiliteit  gegeven in het kader van sponsoring van niet-uitgezonden evenementen. 
  • Subplafond 2:  een derde bovengrens van 3 miljoen euro voor display en inkomsten uit videoformaten bij niet- lineaire videocontent.  Die worden jaarlijks geïndexeerd.

De VRT besteedt minimaal 15% ( in 2016) van haar totale inkomsten exclusief ruil, Brussels Philharmonic en herstructureringskosten aan externe productie, evoluerend naar minimaal 18,25 % in 2020. 

Gerelateerd