90 jaar publieke omroep: technologie en innovatie

14 november 2020 - De publieke omroep viert dit academiejaar 
zijn 90ste verjaardag. Een aantal oudgedienden vertellen hoe belangrijke omroepthema’s in de loop der jaren werden ingevuld. In de derde aflevering: ingenieur en voorzitter van het omroepmuseum Jan Cuypers over innovatie en technologie.

Media Fast Forward 2019 © Geert Van Hoeymissen

Radio was in de begindagen vooral een zaak voor de technische jongens, wat we nu ‘nerds’ noemen. En dat zou lang zo blijven. In 2020 kan iedereen met een smartphone zelf audio- en videocontent maken en via online media verspreiden. Maar al dat gedoe met lampen en zenders was destijds niet voor iedereen weggelegd.

Toen Jan Cuypers aan de slag ging bij de VRT, was de overschakeling naar de kleurentelevisie volop aan de gang. Aan het einde van zijn carrière verliep de hele keten digitaal, van productie tot uitzending. Jan was tijdens zijn loopbaan dus getuige van heel wat technische vooruitgang.

Voormalig directeur productie radio Marleen Bergen die in een ander hoofdstuk in deze reeks aan bod komt, zegt daarover: “Een belangrijke periode bij radio was de overgang van analoog naar digitaal produceren. Dat was ook echt wel een mijlpaal vond ik. Niet alleen omdat je anders ging werken, maar vooral door het feit dat je met minder mensen werkte. Dat veranderde de interne structuur van radio. De organisatie moest zich daar ook op aanpassen.”

In gesprek met Jan Cuypers

Biografie Jan Cuypers

U bent burgerlijk ingenieur van opleiding. Was het een bewuste keuze om voor de VRT te werken?

Jan Cuypers: Ik ben na mijn afstuderen in 1971 aanvankelijk begonnen als assistent aan de universiteit. Maar het werd me al snel duidelijk dat een academische loopbaan niets voor mij was. Net op dat moment organiseerde de VRT een examen voor ingenieurs. Ik heb daaraan deelgenomen, met het idee van ‘we zien wel wat het geeft’. Toen ik geslaagd bleek te zijn, ben ik overgeschakeld van de universiteit naar de VRT. Dat was een stap in het onbekende, want ik had eigenlijk geen idee wat ik daar zou gaan doen of hoe de publieke omroep functioneerde.

U hebt het uiteindelijk tot directeur ‘productie tv’ geschopt. Hoe bent u daarin gegroeid?

Jan Cuypers: Toen ik toekwam op de toenmalige BRT, de huidige VRT, was er zoiets als ‘Het instituut van de gemeenschappelijke diensten’. Die afdeling werkte voor zowel de BRT als RTBF. De technische diensten waar ik voor werkte, maakten deel uit van dat instituut. Na verloop van tijd werd dat dan gesplitst, waarbij er een carrièrepad voor ingenieurs werd uitgetekend. Al snel werd ik hoofd van de projectafdeling. In 1992 nam ik de functie directeur ‘tv-techniek’ op. Vijf jaar later werd de BRT een nv van publiek recht, met Bert De Graeve als Gedelegeerd Bestuurder. Piet Van Roe werd algemeen directeur tv, op zijn vraag werd ik directeur ‘productie tv’. Dat was voor het eerst een minder technische functie, dus moest ik wel wat uit mijn comfortzone stappen. Daarna werd ik adjunct-algemeen directeur tv, en tenslotte directeur ‘operationele afdelingen’. 

U hebt een indrukwekkend parcours afgelegd. Welke periode steekt er voor u bovenuit?

Jan Cuypers: Ik heb me het meest geamuseerd in de eerste vijftien jaar. Ik was jong, had op de BRT mijn vrouw leren kennen en werkte in een aangename omgeving en met enthousiaste collega’s aan nieuwe ontwikkelingen. Maar de interessantste periode volgde vanaf 1996, toen de interne structuur van de VRT veranderde. Dat was een uitdaging, en uitdagingen zijn interessant maar niet altijd per se aangenaam. Er heerste een atmosfeer van ‘hier is het aan het gebeuren’, en ik maakte daar deel van uit. Dus ook dat was opmerkelijk

In welke zin veranderde de gang van zaken na 1996?

Jan Cuypers: ‘VRT Televisie’ werd, analoog aan radio, opgesplitst in ‘Programmatie’ en ‘Productie’. ‘Programmatie’ werd in handen gegeven van Aimé Van Hecke, ik werd bij tv-techniek weggeplukt om ‘Productie’ te doen. Tot mijn verbazing viel ook de VRT-nieuwsdienst daaronder. Zo ben ik dus eigenlijk ook vier jaar baas van de baas van de nieuwsdienst geweest (lacht). Niet dat dat veel betekende, maar het is wel merkwaardig. 

Hoe is de rol van een publieke omroep veranderd door de jaren heen?

Jan Cuypers: In de beginjaren zonden we als enige televisie uit. Kijkers konden naar Nederlandse zenders kijken, maar die hoorden ook bij een publieke omroep. De komst van de commerciële zender VTM in 1989 heeft dat sterk veranderd. Vanuit de VRT ging een zeker dedain uit, het geloof dat VTM niet lang zou standhouden. Niets was minder waar. Toen is de rol van de omroep en de impact op de kijkers fel veranderd. We hebben zelfs even getwijfeld of de VRT het jaar 2000 wel ging halen. 

Hoe werd de VRT destijds weer slagvaardig?

Jan Cuypers: De herwonnen slagkracht kwam in eerste instantie door een nieuwe manier van programmeren. Ook extra financiële middelen en een grotere souplesse hebben bijgedragen tot de kracht van de VRT. De directie moest operationele beslissingen niet meer voorleggen aan de bestuursorganen, politieke kleur speelde geen rol meer bij aanstellingen… We werkten losser en uitdagender, we deden voor sommige programma’s beroep op creatieve externe productiehuizen zoals Woestijnvis…

Hebben veranderingen op technisch vlak daartoe bijgedragen?

De grote technologische revolutie is pas later gekomen, met de intrede van het internet. Als ik tegenwoordig op de VRT kom en de situatie vergelijk met vroeger, dan valt het op dat de gebruikte technologie totaal anders is."

Jan Cuypers: Ik denk het niet. De grote technologische revolutie is pas later gekomen, met de intrede van het internet. Als ik tegenwoordig op de VRT kom en de situatie vergelijk met vroeger, dan valt het op dat de gebruikte technologie totaal anders is. Kijk naar wat er allemaal op de markt is: de smartphone, YouTube, Facebook en sociale media… Het kantelpunt ligt rond 2005, 2006. Toen begonnen nieuwe en sociale media een belangrijke rol te spelen. De VRT heeft daar ook op ingespeeld. 

De manier waarop het aanbod naar de mediagebruiker wordt gebracht, is helemaal anders dan voor 2005. Dat bracht ook de nodige uitdagingen met zich mee. Zo werkt televisie met breedbeeld, maar hoe pas je daar de verticale beelden van smartphones op? Er ontstaat dan een hele markt met materialen die specifiek voor zulke zaken dienen.

Had u in 2005 het gevoel dat de VRT snel mee was in die evolutie naar nieuwe en sociale media?

Jan Cuypers: Ik denk dat de VRT een voortrekker was. De dienst technologie was daar intensief mee bezig. Zo organiseerde de VRT in die periode een symposium in Antwerpen, waarop nieuwe technologieën werden voorgesteld. Iets helemaal nieuws als YouTube werd daar onder andere besproken. 

Hoe is de VRT achter de schermen veranderd door de jaren heen?

Jan Cuypers: Er zitten minder mensen achter de knoppen Het aantal producties in huis is ook sterk afgenomen. De studiocapaciteit ligt lager. De samenwerking met externen en facilitaire bedrijven is dan weer toegenomen. 

Ook de technologie is enorm veranderd. Kijk maar naar de camera’s die tegenwoordig worden gebruikt. Vroeger waren dat zware toestellen, uitgerust met glazen beeldopneembuizen. Nu zijn dat halfgeleiderchips. Sommige camera’s zijn haast veredelde fototoestellen. Daar heeft er zich echt een revolutie voorgedaan. Hetzelfde geldt voor de opnametechnologie. Vroeger gebruikten we grote beeldbanden, met echte banden en spoel. Vandaag werkt de VRT zuiver met digitale bestanden. Monteren en beelden doorsturen gaat vlotter dan ooit. Dus ja, er is echt een wereld van verschil met vroeger.

Jan Cuypers met projectteam voor vernieuwing Studio Toots. Een muziekstudio met een perfecte akoestiek.

Welke momenten zijn daarin bepalend geweest?

Jan Cuypers: Er zijn een aantal sleutelmomenten in de technologische evolutie van de VRT. De jaren ’80 bijvoorbeeld. De videocassette deed zijn intrede. Daardoor kon men camcorders maken, autonome toestellen die zowel beelden kunnen maken (CAMera) als opnemen (reCORDER). Na de videocassette kwamen digitale vormen van de cassettes, tot de cassettes zelf overbodig werden. Nu wordt alles op geheugenkaartjes of op computerschijven opgenomen. In de jaren ’90 was de overgang naar digitale productietechnieken voltooid. Vanaf dan werd sterk ingezet op breedbeeld en hogere resolutie. 

Ziet u voordelen in het analoog werken, of is het tegenwoordig beter?

Jan Cuypers: Ik denk dat het ongetwijfeld beter is geworden. Digitaal heeft meer voordelen dan analoog, op alle mogelijke vlakken. De kwaliteit van het digitale is beter, we kunnen op meer manieren monteren en meer wijzigingen aanbrengen. Digitaal is multi-outlet waardoor het signaal op verschillende manieren kan worden aangeboden. Ook de kostprijs is lager. Analoog materiaal is zeer duur, niet zo stabiel en weinig onderhoudsvriendelijk. Ik zie niets dan voordelen in het digitaal werken.

Hoe verliep die transitie van analoog naar digitaal voor de collega’s op de VRT?

Jan Cuypers: Voor sommigen was dat een moeizaam proces. Analoog was duidelijk en omlijnd. Dan duiken plots nieuwe, digitale technologieën op, nieuwe manieren van werken. Dat is allesbehalve evident. Denk bijvoorbeeld aan het werk van een monteur. In analoge tijden monteerde hij met grote machines of cassettes. Bij de overschakeling naar het digitale moest hij werken op basis van bestanden op de pc. Dat was iets totaal nieuws. Hoe ouder iemand is, hoe meer hij vasthoudt aan zijn gewoontes en hoe meer moeite hij ervaart om daarmee om te gaan. Er waren hier dus best wel wat collega’s die heimwee hadden naar de oude technologie. 

Wat merkte het publiek van die technologische evolutie, buiten de toegenomen (beeld)kwaliteit?

Jan Cuypers: Dankzij het toegenomen gebruik van satellietverbindingen konden nieuwsitems sneller uitgezonden worden. Tot midden de jaren ’80 werd er voor nieuwsitems met film gewerkt, die dan ook ontwikkeld en gemonteerd moest worden. Dat duurde altijd een tijdje. 

Dankzij het toegenomen gebruik van satellietverbindingen konden nieuwsitems sneller worden uitgezonden. Het publiek kreeg dus niet enkel haarscherpe kwaliteit, maar werd ook sneller geïnformeerd. Vandaag wordt er voor ad hoc-verbindingen dan weer veel gebruik gemaakt van Skype of andere alternatieven. Dat is snel, maar wel met een kwaliteitsvermindering tot gevolg.

Was u betrokken bij de digitalisering van het archief?

Jan Cuypers: Ja. De VRT heeft ontzettend veel beeldmateriaal, waaronder ook actualiteitsbeelden op film uit de jaren ’50, ’60 en ’70. Tv-programma’s werden destijds vastgelegd op videobanden. Het probleem is dat je die dure videobanden kon hergebruiken, waardoor de originele inhoud overschreven werd. Zo is er veel materiaal verloren gegaan, zoals bleek bij het overlijden van Louis Neefs. De programma’s waarin Louis Neefs optrad, waren bijna allemaal gewist. Voorgoed weg.

Dat probleem stelde zich niet alleen bij de videobanden. Bij filmrollen bleek dat die konden aangetast worden door het azijnsyndroom, waardoor de film zichzelf oplost en de inhoud verdwijnt. Zo kwam het besef dat het ontzettend belangrijk is om al het beeldmateriaal zorgvuldig bij te houden en in de beste omstandigheden te bewaren. De archiefmedewerkers zijn vanaf dan zoveel mogelijk beginnen digitaliseren, om al dat originele materiaal te kunnen behouden.

Wat was uw rol in dat proces?

Jan Cuypers: Het beeldarchief viel destijds onder mijn diensten. Een probleem waarmee we geconfronteerd werden, was de digitalisatie en restauratie van de kleine filmrolletjes van journaalitems. Hoe pak je dat aan? Het bij elkaar voegen van geluid en beeld, het synchroon leggen van alle delen, het herdoen van de lassen waarmee de filmrolletjes aan elkaar waren geplakt… Voor dat repetitieve precisiewerkje konden we terecht bij beschutte werkplaatsen, de huidige maatwerkbedrijven. Zo konden we dat restauratiewerk combineren met een sociale opdracht. Nadien is dat opgevangen door het VIAA (het huidige meemoo, red.).

Beelden bewaren voor de eeuwigheid: is dat een rol die de VRT moet opnemen?

Jan Cuypers: We moeten in ieder geval ons eigen materiaal bewaren, zowel audio als video. In zekere zin is het audiovisuele archief op die manier de meest toekomstgerichte afdeling van de VRT.

Kijkt u met een zekere trots terug op alles wat u gerealiseerd hebt en de rol die u binnen de VRT gespeeld hebt?

Jan Cuypers: Ja, we hebben toch een en ander kunnen verwezenlijken, ondanks het feit dat de VRT niet de rijkste omroep was. Er werd steevast beknibbeld op de dotatie van de VRT. Vonden we alternatieve financiering, dan werd die ook beperkt. En toch hebben we mooie dingen gedaan. De nieuwe start van de VRT in 1996 bijvoorbeeld. Dat zijn pluimen die ik niet op mijn hoed steek, maar op de hoed van iedereen die daaraan heeft meegewerkt. Al hun inspanningen hebben ervoor gezorgd dat de VRT er staat en dat we niet verdwenen zijn.

De VRT focust tegenwoordig sterk op domeinen als cultuur, informatie en educatie. Nam de VRT die maatschappelijke rol ook vroeger al op?

Jan Cuypers: Die focus is er altijd geweest, op een gegeven moment misschien zelfs iets te veel. Voor de Tweede Wereldoorlog waren er bijvoorbeeld veel radioprogramma’s die gericht waren op het opvoeden van de mensen, op volksverheffing. Ook televisie is op dat elan voortgegaan, met bijvoorbeeld Hier spreekt men Nederlands. In veel programma’s zaten opvoedkundige, sociale en culturele elementen. 

Jan Cuypers in gesprek met Koning Albert II

Is die maatschappelijke rol belangrijk voor u?

Jan Cuypers: Ja, die maatschappelijke focus heeft me heel wat voldoening gegeven. Ik haalde sowieso al veel uit mijn werk. Daarbovenop kwam ik dan nog eens in contact met cultuur en andere maatschappelijke domeinen, met collega’s die zich bezighielden met andere zaken dan technologie en op mij rekenden om hun plannen te verwezenlijken… Dat betekende voor mij een verrijking die ik in een louter technische omgeving niet zou hebben ervaren.

Er lopen inderdaad niet enkel technici rond op de VRT.

Jan Cuypers: Klopt, dat voedt de ideeën omdat je zo een andere kijk op de zaken en manier van aanpakken te horen krijgt. Deelnemen aan vergaderingen met mensen met diverse profielen gaf inzicht in de manier van denken en werken bij anderen. Hoe kwamen ze ertoe om bepaalde stappen of beslissingen te nemen? Dat was vaak totaal verschillend van de manier van werken binnen de technische dienst.

Hoe kijkt u naar de toekomst van de VRT?

De populariteit van streamingsdiensten verhoogt de externe druk op de VRT als content provider en stelt de manier waarop de VRT de consument bereikt in vraag. Het is een uitdaging om daarop in te spelen en de eigenheid van de VRT te behouden."

Jan Cuypers: Er ligt nu weer heel wat druk op de VRT, maar dat is altijd wel zo geweest. Het omroepcentrum van de VRT is ondertussen langer in gebruik dan het Flagey-gebouw ooit is geweest, dus dat is echt wel een oud gebouw. Het nieuwe gebouw wordt op plan alsmaar kleiner, vanwege de druk op financiën. De nieuwe VRT zal dus sowieso een kleinere VRT zijn. Ze zal de mediagebruiker ook op nieuwe manieren moeten bereiken. Een paar maanden geleden heeft Telenet de verdeling van analoge radio afgeschaft. Televisie zal volgens mij dezelfde weg opgaan. Er zijn steeds minder mensen die via kabel of de klassieke manier naar tv kijken. De populariteit van Netflix en andere streamingdiensten schiet de hoogte in, ook dankzij de coronacrisis. Dat verhoogt de externe druk op de VRT als content provider en stelt de manier waarop de VRT de consument bereikt in vraag. Het is een uitdaging om daarop in te spelen en de eigenheid van de VRT te behouden.

Staat die uitdaging op hetzelfde niveau als in 1989, toen VTM ontstond?

Ik denk dat de uitdaging vandaag groter is. Ze is internationaler. "

Jan Cuypers: Ik denk dat de uitdaging vandaag groter is. Ze is internationaler. De VRT heeft er mee voor gezorgd dat de lat voor VTM relatief hoog werd gelegd. Dat heeft toch een zekere kwalitatieve meerwaarde gecreëerd voor de commerciële omroepen. De VRT heeft daar dus ook een rol gespeeld, maar of dat in de toekomst zo gaat blijven, weet ik niet. Het medialandschap is zeer verdeeld. We doen een groot beroep op sociale media voor informatie. De VRT is nog steeds vooral een klassiek medium dat misschien meer en meer op het achterplan komt. Zeker wat jongeren betreft. Het antwoord van de VRT is momenteel: “If you can’t beat them, join them.” Hopelijk is dat het juiste. 

 

Reactie van Marijke Celis, manager digitaal productiecentrum

De VRT is een sterk mediabedrijf, wat betekent dat we ons ook richten op een sterk digitaal aanbod. We moeten absoluut het veranderend mediagebruik volgen."

Marijke Celis, Manager bij het Digitaal Productiecentrum

“De technologische ontwikkeling heeft in de laatste tien jaar voor een explosie gezorgd aan mogelijkheden in mediaconsumptie en -productie. Om relevant te blijven voor alle doelgroepen zet de VRT ook volop in op nieuwe digitale toepassingen. De openbare omroep legt zich toe op technologie en innovatie, zowel met vernieuwende contentformats als met innovatieve digitale producten en distributie. Ze heeft een sterke digitale focus, om ook binnen dit domein aan alle verwachtingen van de mediagebruikers te voldoen. Daarnaast werkt de VRT actief aan de uitbouw van de Vlaamse mediasector van morgen door in te zetten op innoverende projecten.” zegt Marijke Celis, Manager bij het Digitaal Productiecentrum.

“De VRT is een sterk mediabedrijf, wat betekent dat we ons ook richten op een sterk digitaal aanbod. We moeten absoluut het veranderend mediagebruik volgen. We zetten ons  daarom in om waardevolle digitale ervaringen te creëren voor alle VRT-merken. Dat doen we door formats , content en digitale producten aan te bieden. Onze mediagebruikers staan steeds voorop wanneer we nieuwigheden bedenken en toepassen. Zo creëren we een digitaal aanbod met meerwaarde.” 

“Met digitale producten als de VRT NWS- en Sporza-app, het online videoplatform VRT NU of de radio-apps bereikt de VRT dagelijks een groot deel van de Vlaamse mediagebruikers. Via ons digitaal aanbod kunnen we nog meer met ons publiek connecteren en interageren, en gaan we voor een brede verspreiding van de VRT-content.”

 

Historisch overzicht van de ontwikkeling van audio-en videotechnologie

De evolutie van audio- en videotechnologie verloopt zowel met schokken als door gewone evolutie. Zo zagen we een enorme vooruitgang in de manier waarop content kan ontvangen worden. Lang was er het analoge tijdperk, met midden en korte golfuitzendingen tot FM. Van zwart-wit- over kleur- tot HD-televisie. En in de jaren 1990 start het digitale tijdperk, waardoor de mogelijkheden quasi oneindig worden.

De voorlopers van radio- en televisietechnologie

In 1885 krijgt Paul Nipkow een patent voor zijn nipkowschijf. Het is de eerste aanzet tot televisie, net voor Heinrich Hertz in 1887 ontdekt hoe je radiogolven kan opwekken en ontvangen.

De Italiaanse natuurkundige en uitvinder Guglielmo Marconi experimenteert verder met die radiogolven. Daarvoor bouwt hij zelf een zender en een ontvanger. Dat leidt in 1896 tot de uitvinding van de draadloze telegrafie. Zo kunnen morseberichten via radiogolven verstuurd worden. Marconi wordt beschouwd als de vader van de radio. Hoewel… De ontvanger die hij gebruikt is gebaseerd op de oscillator van Nikola Tesla.

Op 12 december 1901 slaagt Marconi erin om een morsesignaal over de Atlantische Oceaan te sturen. Daarmee bewijst hij dat radiogolven zich over de horizon voortplanten.

Van morseberichten naar echte radio is natuurlijk nog een hele stap. De uitvinding van de radiobuis (diode), de versterkerbuis (triode) en de koolmicrofoon die geluid in elektrische signalen omzet, maakt echte radio-uitzendingen mogelijk. Het eerste programma met woord én muziek gaat al in 1906 in Massachusetts in de Verenigde Staten in de ether. 

Echte radio

Op 28 maart 1914 gaat vanuit Laken de eerste ‘echte’ radiouitzending vanop Belgische bodem in de ether. Acht weken lang worden er elke zaterdagavond paleisconcerten uitgezonden. Zo voldoen ze aan de radiocriteria: ze worden vooraf aangekondigd, zijn niet bedoeld voor één persoon of een afgesloten groep, hebben een duidelijke inhoud en zijn niet eenmalig maar vormen een deel van een reeks. De paleisconcerten zijn daarmee de eerste radio-uitzendingen in Europa, al worden ze bij de invasie van de Duitsers in augustus 1914 al stopgezet. De zendinstallatie wordt zelfs opgeblazen.

Tijdens de Eerste Wereldoorlog ontwikkelt de radiotechnologie zich verder maar nu vooral voor militaire doeleinden: T.S.F. of draadloze radioposten duiken op in de loopgraven en achter het front. Het doel is de vijand af te luisteren en te communiceren met de eigen troepen. 

Op 23 november 1923 start dan Radio Belgique, een initiatief van radiofabrikant SBR. En na een aantal experimenten gaat op 4 december 1926 in Antwerpen de eerste Vlaamse radio in de ether: Radio Antwerpen ON4ED beter gekend als ‘Radio ‘t Kerkse’.

De eerste buitenlandse radioreportage ter wereld wordt op 24 juli 1927 vanuit België uitgezonden. Die dag wordt de Menenpoort in Ieper plechtig ingehuldigd. De piepjonge BBC zendt de plechtigheid met toespraken van Koning Albert I en Brits maarschalk Plumer rechtstreeks uit. Voor de gelegenheid wordt in de telefooncentrale van Ieper een speciaal ontworpen toestel geïnstalleerd om storingen op de telefoonlijnen te bestrijden. Van Ieper gaat het langs de RTT-lijnen naar Oostende, en zo de onderzeese kabel op. Vanaf de Engelse kust loopt het langs verbindingen van de Britse Post Office naar de BBC-studio’s.

NIR-INR

Op 1 februari 1931 gaat de eerste proefuitzending van het Nationaal Instituut voor de Radio-omroep (NIR) in de ether. Het NIR huurt daarvoor de zender van Radio Belgique en NV Radio omroep in Veltem. In 1932 koopt ze deze zender definitief aan. De Vlaamse zender zendt uit op 338 meter.

Het unitaire NIR-INR (Nationaal Instituut voor Radio-Omroep/Institut National de Radiodiffusion) start met gemiddeld 5 uur radiouitzendingen per dag, zowel op de Nederlandstalige als op de Franstalige frequentie. Omgerekend betekent dat 140 uur uitzending per taalrol elke vier weken. Er wordt alleen ‘s avonds tussen 17 en 22.15 uur uitgezonden.

Op 17 februari 1934 overlijdt koning Albert I. NIR en INR zenden tot 23 februari verschillende speciale uitzendingen uit met zogenaamde kettingreportages, zoals de overbrenging van het stoffelijk overschot, de begrafenis en de eedaflegging. De uitzendingen worden geheel of gedeeltelijk  overgenomen door verschillende Europese zenders en de Amerikaanse netwerken NBC en CBS. Via de korte golf zijn er ook ook in Kongo, de Franse koloniën en het Britse gemenebest te beluisteren. Naar schatting 100 miljoen luisteraars kunnen zo de NIR-uitzendingen volgen.

Audio-opnames

Staalbandbandopnemer

De eerste jaren zijn de uitzendingen allemaal rechtstreeks. In juni 1934 koopt het NIR zijn eerste opnamesysteem op staalband aan. Vanaf 27 maart 1935 volgen dan de eerste opnamen op plaat.

Audio Reportages/captaties

Op 19 april 1935 wordt er een eerste captatie van een voetbalwedstrijd gedaan: de interland België-Nederland. Op 4 september 1935 is ook de begrafenis van koningin Astrid gecapteerd. Voor de live uitzending worden 42 ingenieurs en technici ingezet en wordt er gebruik gemaakt van 35 micro’s, 1.500 meter kabel, 30 telefoonlijnen en 23 versterkers.

Op 6 juni 1936 wordt een reportagewagen met een opnamesysteem op staalband in gebruik genomen. Dat maakt opnames op captatie mogelijk,  waardoor bv concerten niet alleen rechtstreeks maar ook op een later tijdstip kunnen uitgezonden worden.

Na de oorlog

Gedenkplaat voor Samoyede

September 1944: door de inspanningen van de Belgische verzetsgroep Samoyède kunnen de uitzendingen na de bevrijding snel hernomen worden. Dat ondanks het feit dat de Duitse bezetter en hun zender Brussel zoveel mogelijk installaties proberen te vernietigen. Samoyède was de codenaam voor het ondergrondse netwerk van radiomedewerkers die de heropstart van de Belgische radio na de bevrijding moest voorbereiden. Door hun inzet is de Belgische Nationale Radio-Omroep (BNRO) het station dat het snelst ook weer in de ether komt, na de bevrijding.

FM

Opening zendstation Waver-Overijse

In 1947 maakt het NIR voor het eerst gebruik van de 'Frequentie Modulatie'-techniek. FM is veel minder gevoelig voor storingen en levert hifigeluid, maar is heel experimenteel en er zijn nog nagenoeg geen FM-ontvangers. 

Op 17 oktober 1952 opent in aanwezigheid van koning Boudewijn het zenderpark Waver-Overijse. Het zendstation is ontworpen voor de nationale en internationale radio-uitzendingen van de openbare omroep. Het zendsysteem gebruikt nog de techniek van amplitudemodulatie (AM). 

Vlaamse televisie

Op 31 oktober 1953 start de Vlaamse televisie. Hier gaat een eerste ‘lijnenstrijd’ aan vooraf, dat eindigt in een Belgisch compromis: een dubbele standaard. 

De BRT (Belgische Radio en Televisie) zendt in navolging van Nederland en Duitsland uit met 625 lijnen, de RTB (Radio Télévision Belge) in navolging van Frankrijk met 819 lijnen. Later zal een soortgelijk compromis nodig zijn voor de kleurentelevisiestandaarden: Pal en Secam.

Op 14 april 1956 wordt in Chicago het eerste beeldbandtoestel voorgesteld. Dit veroorzaakt een schok in de manier waarop video wordt geproduceerd. Tot dan is er alleen de rechtstreekse uitzending, die alleen via de zogenaamde kinescoop eventueel op pellicule kon worden bewaard.

De eerste Eurovisie uitzending –  van het internationale televisienetwerk van de European Broadcasting Union – komt er op 6 juni 1954, met het verslag van een bloemencorso vanuit het Zwitserse Montreux. Een jaar eerder – op 2 juni 1953 – was er al een eerste proef had van het Eurovisienetwerk ter gelegenheid van de kroning van Elisabeth II in Groot-Brittannië. In ons land heeft niemand de uitzending kunnen volgen, omdat de televisie hier nog niet bestond. Het meest bekende Eurovisie-evenement – het Eurovisiesongfestival – gaat voor het eerst in de ether op 24 mei 1956.

Kleinere toestellen

Opname Penelope waarbij Nagra wordt gebruikt

In 1958 lanceert de Zwitserse firma Nagra zijn legendarische draagbare audiorecorders, die veelvuldig gebruikt worden door journalisten. Hoewel menig journalist en geluidstechnicus er een rug- of schouderblessure aan overhoudt, blijft het een keerpunt in de audioproductie die plots veel mobieler wordt. Ook de ontvangers worden mobieler en vanaf 1959 komen de auto- en transistorradio op de markt.

Op 1 oktober 1961 wordt definitief gestart met het derde net BRT 3, waardoor de differentiëring van de radioprogramma’s een feit wordt. Dit “culturele net” zal vooral ernstige muziekprogramma’s en woorduitzendingen voor zijn rekening nemen. In 1961 begint de BRT ook met FM-uitzendingen: niet alleen voor het tweede net met zijn gewestelijke programma’s, maar ook voor dat nieuwe derde net. In 1967 start Radio 3 als eerste net met uitzendingen in stereo.

Op 21 juli 1969 zien de Vlamingen niet alleen Eddy Merckx de Tour de France winnen, maar zitten ze ook de hele nacht aan het televisietoestel gekluisterd om de eerste maanlanding live te volgen.

Kleurentelevisie

Het omroepcentrum in aanbouw

In 1971 start de BRT met kleurentelevisie. Dat wil ook zeggen dat de volledige technische infrastructuur vernieuwd moet worden. Begin jaren 1970 wordt het nieuwe Omroepcentrum aan de Reyerslaan dan ook geleidelijk aan in gebruik genomen. Buiten de nieuwsstudio omvat het gebouw ook twee middelgrote en één grote studio, waardoor het eigen programma-aanbod sterk kan worden uitgebreid. Dat is niks te vroeg, want door de snelle bekabeling van Vlaanderen wordt de concurrentie van de populaire ontspanningsprogramma’s op de Nederlandse publieke omroep een heus probleem, dat te laat wordt onderkend.

De VRT toren

De bouw van de toren is een technisch huzarenstukje en sleept verschillende jaren aan. Over de centrale schacht moet immers een loodzware koepel naar boven worden opgetrokken. Dat gebeurt op maandag 19 mei 1980, met een snelheid van 1,39 meter per uur. De schotel weegt maar liefst vier miljoen kilo. Het duurt vijf volle dagen om het gevaarte met een diameter van 34 meter op zijn plaats te krijgen, maar liefst 73 meter boven de grond.

Teletekst

Op 8 mei 1980 start de BRT met een experiment: BRT-Teletekst. Onder de vleugels van toenmalig hoofdredacteur Lucien Boussé wordt een jaar later officieel gestart met het ‘nieuwe medium’ Teletekst. Een 7-koppige redactie verzorgt dagelijks tussen de 50 en de 100 pagina’s geschreven tekst op televisie. In 1985 breidt dat aanbod zelfs gevoelig uit naar 800 pagina’s.

Ruim drie decennia later, in 2016, wordt deze dienstverlening beëindigd. Pagina 888 van Teletekst zorgt nog wel voor de ondertiteling van Nederlandstalige programma’s.

In 1983 waait een zendmast van 315 meter hoog om in Waver. Mensen die geloven in complottheorieën kunnen daar misschien meer in zien: een teken dat de het analoge tijdperk ten einde komt. 

Het digitale tijdperk

Vanaf de jaren 1990 start de totale digitalisering van de productie- en uitzendketen. En dat heeft gevolgen voor de hele organisatie. In 2007 krijgt de VRT een reorganisatie zonder voorgaande om dit verder te ondersteunen.

Op 1 januari 1989 start de BRT met RDS. Het Radio Data Systeem stuurt onhoorbare digitale informatie mee met een radiosignaal. In dit RDS-signaal zitten bijvoorbeeld de naam van het station, de frequenties en het soort programma. Hierdoor kan je toestel automatisch overschakelen naar de sterkste zender in de buurt. De radio kan zo ook voor verkeersinfo zorgen.

De eerste BRTN-website wordt gelanceerd op 27 april 1995 en is die van Radio Vlaanderen Internationaal: RVi.be. Een paar dagen later – op 1 mei 1995 – volgt de eerste versie van StuBru.be. De eerste websites zijn heel eenvoudig van opzet. Ze geven basisinformatie over het programma-aanbod van de respectievelijke zenders. Sindsdien is het online-aanbod van de VRT sterk uitgebreid. Elk net heeft vandaag zijn eigen website, app en tal van andere toepassingen. 

 

Ook in 1995 wordt gestart met de DAB-norm (Digital Audio Broadcast): de eerste norm voor digitale radio-uitzendingen, waarmee een storingsvrije ontvangst ontstaat. In 2006 wordt overgeschakeld op de DAB+-norm. Hiermee komt ook meer ruimte vrij. Het FM-spectrum zit immers vol. Vanaf 2003 komen er extra digitale streams: één met klassiek muziek, één met hits en één met nieuws. 

In 2002 nemen honderd gezinnen uit Schoten en omgeving het hele jaar deel aan een proefproject van de VRT. De omroep test er onder de noemer ‘De 100 van Schoten’ de invoering van digitale televisie.

In 2004 presenteert de VRT haar eerste radiospeler via het internet. Hierdoor wordt on demand radio mogelijk. Radio luisteren via het internet wordt steeds populairder en de VRT gaat nog een stap verder met de mogelijkheid tot downloaden of abonneren op een podcast.

Op dinsdag 30 mei 2006 organiseert de VRT het congres ‘Media Morgen’. Nationale en internationale sprekers uit de media- en technologiewereld buigen er zich over de rol van de openbare omroep in de digitale toekomst. Het traditionele debat over de digitalisering van het medialandschap wordt verdiept en verbreed.

 

In 2007 ondergaat de VRT een grote reorganisatie. De muren tussen de vroegere directies Radio en TV worden gesloopt. Een nieuwe crossmediale organisatie komt in de plaats

Op 3 november 2008 worden de analoge televisie-uitzendingen via antenne stopgezet en vervangen door de digitale norm DVB-T. Op 1 december 2018  zullen ook deze uitzendinden stoppen. 

In december 2008 wordt het VRT-zenderpark verkocht aan het Noorse bedrijf Norkring. De opbrengsten worden gebruikt om het radio- en televisiearchief te digitaliseren.

Op 31 januari 2008 wordt de Facebookpagina van Studio Brussel aangemaakt. Het is de start van de aanwezigheid van de VRT op sociale media. Sindsdien gebruiken de VRT-merken verschillende sociale media als uitzendplatform, zoals Facebook, Twitter, Instagram, YouTube, Spotify en Tik Tok.

Media Fast Forward

Op 17 december 2012 wordt de eerste ‘Media Fast Forward’ geörganiseerd, een jaarlijks inspiratie- en netwerkfestival dat professionals, ondernemers, creatievelingen, onderzoekers en beleidsmakers samenbrengt om na te denken over de digitale uitdagingen. In de opeenvolgende jaren zal dit nog verder uitgroeien. In 2020 is er een coronavrije editie die zich naast technologie ook op cultuur focust.

VRT NU en streaming video

Op 30 januari 2017 start VRT NU, het online platform waarop alle programma’s van de publieke omroep bekeken en herbekeken kunnen worden. 

Eerder wordt Stievie, de app om uitgesteld televisie te kijken op tablet of smartphone, in 2013 beschikbaar voor iedereen. Een testpubliek van 10.000 Vlamingen experimenteerde eerder al met de applicatie. VRT, VMMa en SBS Belgium, de 3 initiatiefnemende mediabedrijven, zijn tevreden over de testresultaten. De gratis versie zal in 2020 verdwijnen. Op 14 september 2020 lanceren Telenet en DPG Media immers de Vlaamse streamingsdienst Streamz. Ook VRT levert content.

Digitale radio

Uit onderzoek blijkt dat Vlamingen in 2018 al meer dan een vijfde van de tijd via digitale kanalen naar de radio luisteren, vooral via internet. Experts verwachten dat het digitale aandeel de komende jaren nog sterk zal toenemen en vermoedelijk in 2022 al meer dan de helft zal bedragen. Pas als de helft van het geluisterd volume effectief digitaal is, zal de Vlaamse overheid samen met de radiozenders een stappenplan uitwerken om de FM-uitzendingen te stoppen. 

Daarnaast zijn de VRT radiozenders ook te beluisteren via digitale tv, via de websites van de merken of via de apps.

 

Zandbak

Sandbox is de ‘zandbak’ van de VRT en zet vanaf 2015 samenwerkingen op tussen de omroep en jonge, innoverende ondernemingen en kmo’s. Via VRT Sandbox doet de VRT die partners nationaal en internationaal groeien. Omgekeerd haalt de publieke omroep ook technologische vernieuwingen en content-innovatie van buiten naar binnen, om te vervellen tot de VRT van de toekomst. Zo is er het live-IP experiment: een concepttest, waarbij live programma’s met internettechnologie vanop afstand geregisseerd kunnen worden. Als het project succesvol is, betekent dit een enorme efficiëntiesprong bij de productie van televisie op locatie.

In februari 2018 start de Europese Sandbox Hub. Onder leiding van de VRT bouwen 15 internationale media-organisaties nu elk een eigen Sandbox-werking uit die start-ups de kans geeft om internationaal door te groeien.

Experimenten met radiotechnologie

Op 18 april 2018 zendt Radio 2 Limburg haar programma Start je dag live uit vanuit een varende luchtballon. 

Vanaf februari 2019 zijn er experimenten met een nieuwe generatie radiostudio. De VRT zendt al langer radio uit vanop locatie. Wat het programma Bij Vlaeminck innovatief maakt, is dat het een soort ‘afstandsbediening’ heeft waarmee de presentator de huidige radiostudio in Brussel kan bedienen vanuit Gentbrugge. Met die ‘afstandsbediening’ die systeemingenieurs van de VRT hebben gebouwd, kunnen radiomakers met een minimum aan materiaal een volledige studio op afstand overnemen vanop eender welke locatie. Deze ervaring zal in 2020 bijzonder nuttig blijken als de globale COVID-19-pandemie uitbreekt.

Innovatie op lange termijn

Brochure met titel 'innovate together" © Geert Van Hoeymissen

VRT Innovatie voert onderzoeksprojecten van 2 tot 3 jaar uit over de creatie, management, distributie en consumptie van media content. Het interdisciplinaire team bestaat uit meer dan 20 onderzoekers met een expertise in de verschillende facetten van mediaproductie en management.

In deze projecten werkt VRT samen met Vlaamse en Europese partners: academische organisaties (IMEC, VUB), omroepen (BBC, IRT, RAI) en adviesgroepen. De voornaamste subsidiebronnen omvatten het Horizon 2020 programma, het Vlaams Agentschap Innoveren en Ondernemen en het Google Digital News Initiative.

Tijdlijn: Hoogtepunten in de technologische ontwikkeling

1896: uitvinding draadloze telegrafie

1914 (28 maart): eerste ‘echte’ radiouitzending vanop Belgische bodem 

1931 (1 februari): eerste uitzending van het NIR

1934-1935: opnamesystemen op staalband en plaat

1936 (6 juni): ingebruikname eerste reportagewagen met opnamesysteem

1947: eerste testen met FM

1952 (17 oktober): opening van zenderpark Waver-Overijse

1953 (31 oktober): start Vlaamse televisie

1956 (14 april): wereldpremière van eerste beeldbandtoestel

1958: lancering draagbaar opnametoestel

1961: start FM-uitzendingen

1967: start radiouitzendingen in stereo

1971: start kleurentelevisie

1980 (8 mei): start Teletekst

1989 (1 januari): start RDS

1995 (27 april): eerste BRTN-website rvi.be

1995: start DAB

2002: "De 100 van Schoten"-experiment met digitale televisie

2008 (31 januari): eerste VRT-aanwezigheid op sociale media

2008 (3 november): stopzetting van analoge televisieuitzendingen via de ether

2015: start VRT Sandbox

2015: eerste experimenten met Live-IP televisieuitzendingen

2017 (30 januari): start VRT NU

2019: experimenten met nieuwe generatie radiostudio

 

Meer weten?

Dossier: Innovatie
vrijdag 13 november 2020
13 november 2020

Meer over Innovatie

90 jaar publieke omroep: technologie en innovatie

Digitaal radio luisteren in Vlaanderen groeit sterk

Studio Brussel lanceert nieuwe app en muziekstream UNTZ

Hoe meng je cultuur met innovatie?

Wim Vermost opgenomen als lid bij SMPTE

VRT Sandbox: succesverhaal voor innovatie in Vlaanderen en Europa

Hoe staat het met de digitalisering van radio in Vlaanderen?

Ketnet maakt innovatieve fictiereeks met acteurs in bestaande bubbels