Hoe komen Vlaamse fictiereeksen tot op jouw scherm?

18 januari 2021 - Jaarlijks brengt de VRT zo’n zevental nieuwe
fictiereeksen van eigen bodem op antenne. Aan die reeksen wordt vaak jarenlang gewerkt en gesleuteld, om er zeker van te zijn dat het publiek kwaliteit voorgeschoteld krijgt. De tijd tussen het idee op papier en het resultaat op het scherm kan oplopen tot wel vier jaar. Er moet dan ook heel wat gebeuren. Van productie over financiering tot distributie: hoe komen Vlaamse fictiereeksen tot stand? 

Black-out

Van een idee op papier tot productie

Elke fictiereeks begint met een straf idee op papier. Makers en productiehuizen benaderen de VRT en proberen hun idee tijdens een pitchmoment zo goed mogelijk voor te stellen aan de aanbodverantwoordelijke van de zender, in de hoop dat het net er voldoende potentieel in ziet om er een reeks van te maken. Ter illustratie: per jaar komen er bij Eén en Canvas zo’n 150 makers en productiehuizen hun idee pitchen. Gemiddeld krijgen slechts drie à vier ideeën een vervolgtraject. (Ketnet vormt een uitzondering op deze regel, aangezien Ketnet meestal briefings uitschrijft waar productiehuizen en makers op kunnen ingaan.)

Wim Janssen, aanbodverantwoordelijke Eén & Canvas: “Een goed idee steunt op een sterk verhaal, dat zal altijd primeren. Maar we kijken ook naar de makers die mee aan tafel zitten. Wat drijft hen om dit verhaal te vertellen? Soms is er die X-factor waar je niet omheen kan. Als een verhaal echt uit het hart en de buik komt, en niet enkel uit het hoofd, dan voel je dat meteen. Dat verhaal is doorleefd. Dan kunnen we samen met de makers op zoek naar manieren om dat verhaal ook effectief te vertellen.”

Als een verhaal echt uit het hart en de buik komt, en niet enkel uit het hoofd, dan voel je dat meteen."

Undercover 2 (Eén, 2020)

De ideeën waar de VRT potentieel in ziet, komen vervolgens in een ontwikkelingsfase terecht. De aanbodverantwoordelijke van het net en het productiehuis proberen de verwachtingen gelijk te stemmen. Aangezien er vaak drie tot vier jaar zit tussen het pitchmoment en de antennedatum is het belangrijk om met vertrouwen en in alle openheid te spreken over de verwachtingen en de visie. Zodra de VRT samen met het productiehuis en eventuele partners tot een akkoord komt over waar het fictieproject naartoe moet gaan, wordt de preproductie opgestart en begint het productiehuis met het maken van de reeks. 

De VRT is vanaf het pitchmoment tot de antennedatum betrokken bij het maken van de fictiereeks. De aanbodverantwoordelijke van het net waakt erover dat de waarden van de VRT worden gerespecteerd en dat het resultaat aansluit bij wat er was afgesproken. Hij zit mee aan tafel op inhoudelijk, financieel, productioneel en communicatief vlak en overlegt samen met het productiehuis en de partners over hoe een reeks in de markt kan worden gezet.

Wim Janssen: “Dubbele storytelling is voor de VRT erg belangrijk bij het maken van een fictiereeks. Dat houdt in dat een reeks méér is dan het verhaal dat je in eerste lijn waarneemt. Er moet ook een tweede lijn zijn. De reeks moet ethische vragen oproepen over de wereld waarin wij leven, of de unieke positie van de kijker tegenover de wereld in vraag stellen. Iets waarmee je je als kijker kan identificeren of net tegen afzetten.”

GR5 (Eén, 2020)

De aanbodverantwoordelijke buigt zich ook over de zakelijke kant van het verhaal en overlegt met de partners en het productiehuis over de financiering, de uitzendrechten, op welke platformen de reeks te zien zal zijn... Doorgaans geldt: hoe meer financiële inbreng, hoe groter het zeggenschap. De positie van de VRT binnen fictieprojecten is dus telkens gebonden aan het budget dat de omroep investeert.

De prijs van een sterke fictiereeks

Fictiereeksen zijn niet goedkoop. Het kost een pak geld om een idee op papier om te toveren tot een kwalitatieve reeks op antenne. En dat is door de jaren heen alleen maar duurder geworden. Waar de VRT en het productiehuis fictiereeksen vroeger nagenoeg helemaal zelf konden financieren, ligt dat tegenwoordig anders.

Wim Janssen: “Vroeger was de VRT een hele grote vis in een heel kleine vijver. Wij waren eigenlijk gewoonweg de vijver. Ondertussen zijn wij een klein visje in een gigantisch grote vijver geworden.”

Dat de prijs van fictiereeksen zo de lucht is ingeschoten, is voornamelijk te wijten aan de internationalisering. 

Fictie kent geen grenzen meer

  • Dankzij de komst van grote platformen en spelers als Netflix, Amazon, HBO en Disney komen Vlaamse kijkers in contact met buitenlandse reeksen die vaak met miljoenenbudgetten worden gemaakt, een exponentieel veelvoud van wat de VRT aan fictie kan besteden. Maar voor de kijker thuis maakt dat geen verschil. Het publiek krijgt hoogstaande en kwalitatieve fictiereeksen van over de hele wereld te zien, waardoor de verwachtingen over de fictiereeksen van eigen bodem stijgen.
  • Tegenwoordig worden er meer en meer buitenlandse reeksen in België opgenomen. Buitenlandse productiehuizen doen daarvoor een beroep op Belgische makers, technici en crewleden. Aangezien hun budgetten vaak hoger liggen, leidt dat ertoe dat die mensen beter betaald worden. Het gevolg daarvan is dat de lonen stijgen voor mensen in de mediasector, wat ook de kost van eigen fictie de hoogte in drijft.

Om toch kwalitatieve en sterke fictiereeksen van eigen bodem te kunnen blijven maken, werken de VRT en het productiehuis samen met verschillende partners.

Wim Janssen: “Meer dan ooit beseft iedereen dat we moeten samenwerken, zowel op inhoudelijk als financieel vlak, binnen en buiten België. Samenwerking is de sleutel om te kunnen blijven doen wat we doen.”

Financiële samenwerkingen kunnen verschillende vormen aannemen

  • Coproducties opstarten met binnen- en buitenlandse omroepen of platformen zoals Streamz, RTBF, NPO (Nederland) of Netflix.
  • Steun van verschillende fondsen zoals het VAF/Mediafonds, Creative Europe.
  • Steun van economische fondsen als Screen Brussels, Screen Flanders of Wallimage.
  • Een beroep doen op de Belgische Tax Shelter, een systeem waarbij bedrijven kunnen investeren in fictie in ruil voor een belastingvoordeel.
  • Steun via de investeringsplicht van telecomdistributeurs die in Vlaanderen content naar de kijker brengen. In ruil daarvoor moeten ze jaarlijks per abonnee een bepaalde som geld investeren in de fictiesector.

De financiering van fictiereeksen bestaat dus uit een constructie van verschillende onderdelen. Essentieel in dit verhaal is de initiële bijdrage bij aanvang van de ‘commissioning broadcaster’, de ‘trekker’ van het fictieproject. Je hebt namelijk een basisinvestering nodig om een beroep te kunnen doen op Tax Shelter of steun van VAF/Mediafonds. Met de bijdrage van de basisinvesteerder kan je een budget opbouwen om de fictiereeks te maken.

Wim Janssen: “De inbreng van de VRT – wanneer de VRT de ‘commissioning broadcaster’ is – is dus ontzettend belangrijk. De omroep werkt in dat geval als fundamentlegger waarop die financiële constructie gebouwd kan worden met andere bouwstenen. Zo fungeert de VRT eigenlijk als katalysator die de hele machine in gang te zet en ervoor zorgt dat de fictiereeks gemaakt kan worden.”

Black-out (Eén, 2020) © VRT

De VRT treedt op als ‘commissioning broadcaster’ bij eigen reeksen, zoals Black-out, Undercover (in samenwerking met Netflix) of De Twaalf. Maar dat hoeft niet altijd het geval te zijn. De VRT kan ook instappen in fictieprojecten die getrokken worden door andere omroepen of platformen. In ruil voor een financiële inbreng, verwerft de VRT dan een pakket uitzendrechten.

Wim Janssen: “De grootte van ons aandeelhouderschap bepaalt hoelang en op welke platformen we de reeks zullen mogen uitzenden. Maar er is ook een stuk branding aan verbonden. We koppelen onze naam aan de reeks, we staan mee in de begin- en eindgeneriek, we staan op de affiche… Door mee te stappen in fictieprojecten, zet je jezelf op de kaart. Je geeft een signaal aan de kijker dat dit het soort verhaal is waarvoor je kiest. En als de reeks dan verkocht wordt, dan krijgen we een deel van de inkomsten. Over al die elementen wordt onderhandeld, afhankelijk van onze positie in het project.”

Ongeacht de grootte van het aandeelhouderschap staat de VRT er wel op dat ze inhoudelijk mee aan tafel kan zitten wanneer ze investeert in een fictieproject.

Wim Janssen: “We willen echt een hand hebben in wat er wordt gebracht. Natuurlijk weten we ook dat we nooit het laatste woord hebben als we als aandeelhouder maar 1% van het budget bijdragen. Dan is het kwestie van de budgetten anders en slim te verdelen. Zo kunnen we als VRT vandaag meer projecten doen met internationale allure dan vroeger. ‘Als de dijken breken’ is daar een goed voorbeeld van.”

Als de dijken breken (Eén, 2016)

Content tot bij de kijker

De rol van de distributeurs als Proximus en Telenet is in het hele fictieverhaal niet te onderschatten. Zij zorgen er in eerste instantie voor dat alle programma’s tot bij de kijkers worden gebracht, via de tv- en internetabonnementen. Zonder de distributeurs zouden de Vlaamse fictiereeksen van de VRT door niemand gezien worden.

Daarnaast hebben ze een wettelijke investeringsplicht in fictie. Per abonnee moeten ze een bepaalde som geld betalen, die vervolgens wordt geïnvesteerd in de fictiesector. Deze investeringsplicht is in Vlaanderen een belasting waar geen uitzendrechten tegenover staan, die de fictiesector een extra duwtje in de rug geeft. Willen Proximus en Telenet graag uitzendrechten verwerven, dan kunnen ze - net als andere omroepen en platformen - als investeerders in fictieprojecten instappen.

Lees ook

Dossier: fictie
maandag 18 januari 2021
18 januari 2021

Meer over fictie

Ketnet-reeks Nachtwacht krijgt derde bioscoopfilm

Eén en Netflix werken aan nieuwe reeks Diamonds

'Dankzij onze successen mogen we meespelen met de grote jongens'

Ken je Anthony Nti, regisseur van De Shaq, al?

Zet 2021 goed in met deze tien om te zien

De Kinderfictie van Ketnet: met de ‘K’ van ‘kwaliteit’

Is ‘Vlaamse fictie’ een kwaliteitslabel in het buitenland?

Hoe komen Vlaamse fictiereeksen tot op jouw scherm?