Is ‘Vlaamse fictie’ een kwaliteitslabel in het buitenland?

18 januari 2021 - Vlaamse fictie doet het goed in het buitenland. Verschillende fictiereeksen van eigen bodem worden verkocht aan andere omroepen, zijn te zien op Netflix of kunnen op internationale erkenning rekenen van grote namen als Stephen King of Ricky Gervais.  

Black-out

Achter dat succes schuilt een sterke strategie die steunt op de unieke identiteit van Vlaamse fictie en internationale samenwerking.

Vroeger werd het fictielandschap gedomineerd door de grote Amerikaanse studio’s. Vlaamse fictiereeksen werden gretig bekeken in Vlaanderen, maar botsten verder op de landsgrenzen of haalden het hoogstens tot in Nederland. Maar vandaag kent fictie geen landsgrenzen meer. Maar vandaag kent fictie geen grenzen meer. Er komen steeds meer platformen bij. Naast Netflix zijn er globale spelers als Amazon, Disney+, HBO en Max, en lokale platformen als Viaplay in Scandinavië, Salto in Frankrijk en sinds kort Streamz in Vlaanderen. Het fictieaanbod neemt sterk toe en vindt ook in Vlaanderen heel wat kijkers.

Die evolutie heeft de VRT geïnspireerd om op zoek te gaan naar het DNA van haar fictiereeksen en na te denken over de vraag: “Waar zijn we sterk in?” Waarop moet de VRT inzetten om met haar fictiereeksen relevant te kunnen zijn op het internationale toneel? Hoe kunnen we samenwerken met de sector? Die denkoefening heeft geleid tot een vernieuwde fictiestrategie in 2017. Samen met de productiehuizen zet de VRT in op samenwerkingen met internationale partners, om zo kwalitatieve en authentieke fictiereeksen te maken met sterke verhalen en een internationaal potentieel. Dat die strategie al z’n vruchten heeft geworpen, blijkt uit de successen van reeksen als Tabula Rasa, Undercover, Beau Séjour en De Twaalf.  

Authentieke storytellers maken het verschil

Het succes van Vlaamse fictiereeksen in het buitenland heeft in eerste instantie te maken met de unieke manier waarop Vlaamse makers verhalen vertellen:

Elly Vervloet, expert internationale coproducties fictie: “We vertellen verhalen die emotioneel beklijven. Onze verhalen zijn karaktergedreven en vallen op door een gedurfde en scherpe storytelling. Surrealisme zit vervat in ons DNA. Onze makers kleuren graag buiten de lijntjes, ze spelen graag met verschillende genres. Zo durven we humor toe te voegen aan moeilijke thema’s zoals in ‘Gevoel voor Tumor’ of in crimireeksen zoals ‘Undercover’. Dat maakt ons uniek in het buitenland.”

Elly Vervloet © VRT - Geert Van Hoeymissen

Surrealisme zit vervat in ons DNA. Onze makers kleuren graag buiten de lijntjes, ze spelen graag met verschillende genres.

Die karaktertrekken typeren Vlaamse fictiereeksen. Op inhoudelijk vlak streeft de VRT ernaar om reeksen te maken die maatschappelijke of universele thema’s aanraken. Onderwerpen die vragen oproepen over onze manier van leven, wie wij zijn als mens of over de samenleving. Dat overkoepelende thema wordt vervolgens verankerd in een lokale setting.

Een goed voorbeeld is Beau Séjour. Net zoals de eerste reeks, combineert het tweede seizoen een universeel thema met lokale elementen, zoals het West-Vlaamse dialect, de Belgische kust, de visserij en de Belgische Marine. Zo’n reeks heeft heel wat internationaal potentieel omwille van het universele dat iedereen kan aanspreken, een whodunit gecombineerd met dat surrealistisch en gedurfde kantje dat zo eigen is aan Vlaamse fictie. Door dat verhaal te wortelen in een lokale setting kan de VRT samen met het productiehuis de Vlaamse cultuur en authenticiteit exporteren en tonen aan het buitenland. En dat wordt gesmaakt.

Elly Vervloet:Een andere taal is mede dankzij de komst van globale spelers als Netflix geen barrière meer, zeker niet bij jongeren. Een buitenlandse reeks in de originele taal wordt meer en meer als kleur gezien en geeft het geheel iets authentieks. Publieke omroepen stappen daarom ook af van het dubben van de reeksen op hun videoplayer. Daar ben ik blij mee, want het is een verrijking om een reeks in het Fins of in het Hebreeuws te zien.”

Samenwerking is het sleutelwoord

Fictiereeksen maken kost geld. Véél geld. De fictiebudgetten zijn door de jaren heen ontzettend gestegen, maar de beschikbare budgetten zijn niet gevolgd. Dat stelde de VRT voor een uitdaging: hoe kan de publieke omroep samen met de productiehuizen op lange termijn kwalitatieve fictie blijven maken, nu ze niet langer in staat zijn om fictie alleen te financieren? Het antwoord kwam in de vorm van internationale samenwerking met andere omroepen en platformen.

Elly Vervloet: “Vroeger konden we fictie zo goed als alleen financieren, samen met het productiehuis, maar dat is verleden tijd. Het landschap waarin we concurreren, is volledig veranderd. Als VRT moeten we met onze Vlaamse reeksen opboksen tegen ‘Game of Thrones’ of ‘The Crown’. Onze budgetten zijn niet te vergelijken met die van HBO of Netflix. Daarom hebben we internationale partnerships nodig en zetten we coproducties op met buitenlandse, voornamelijk Europese partners.”

Coproducties met buitenlandse omroepen of platformen hebben dus in eerste instantie te maken met de financiering van fictiereeksen. In ruil voor een financiële bijdrage krijgen de partners een pakket uitzendrechten. Maar er is meer. Aan een coproductie is ook een belangrijk inhoudelijk en imago-aspect verbonden. Als coproducent verwerf je namelijk het recht om inhoudelijk mee aan tafel te zitten. Dat is voor de VRT cruciaal:

Elly Vervloet: “Zelfs als wij als kleinere partner instappen in een coproductie, is het voor ons belangrijk dat het verhaal herkenbaar is voor onze kijkers. We maken in eerste instantie immers fictie voor ons eigen publiek. Bij coproducties waken we erover dat het thema, de verhaallijn of een personage herkenbaar is voor de Vlaamse kijker. Het minimum wat we willen, is dat een van onze acteurs een rol heeft in de reeks. Anders zien we weinig redenen om te coproduceren en kunnen we de reeks nadien beter gewoon aankopen.”

De inhoudelijke input van de partner moet wel altijd passen bij het originele verhaal. Het verhaal primeert. Er zullen nooit zomaar extra personages worden gecreëerd, puur om een coproductie tot stand te kunnen laten komen.

Elly Vervloet: “Coproducties moeten organisch tot stand kunnen komen. We vertrekken altijd vanuit het verhaal. Compromissen maken in het verhaal om financiële constructies of samenwerkingen te doen slagen, werkt niet. Kijkers merken zulke kunstmatige ingrepen meteen op. Als je vertrekt vanuit de constructie en niet vanuit het verhaal, dan krijg je Europudding. Een mikmak van Europese landen en personages. Kijkers herkennen zich daar niet in. Met zo’n verhaal voel je weinig connectie, en dat proberen we echt te vermijden.”

Daarnaast hangt er ook een zekere prestige vast aan het coproduceren van een succesvolle reeks. Als partner verbind je namelijk je naam aan de reeks en word je meegenomen in de communicatie. Dat heeft een positieve invloed op het imago van de partner in binnen- en buitenland. 

Europese partners eerst

Samenwerking is cruciaal om kwalitatieve fictiereeksen te kunnen blijven maken. Niet enkel tussen de VRT en het productiehuis dat de reeks maakt, maar ook daarbuiten. De VRT probeert in eerste instantie samenwerkingen op te zetten met Europese publieke omroepen binnen het EBU-netwerk (European Broadcasting Union, red.). Samenwerken met andere partners en platformen als Netflix blijft een valide optie, maar het is belangrijk om op Europees vlak de krachten te bundelen en elkaar de kans te geven om elkaars fictiereeksen uit te zenden.

Elly Vervloet: “Door Europees de handen in elkaar te slaan, proberen we een antwoord te bieden op de machtige, globale spelers en relevant te blijven in dit snel veranderende medialandschap. Dat kan door bijvoorbeeld samen kwaliteitsfictie te coproduceren of ervoor te zorgen dat Europese omroepen de kans krijgen om in een vroeg stadium fictie aan te kopen.”  

Sinds januari 2020 is Elly Vervloet naast Expert internationale coproducties fictie bij de VRT ook Coördinator Drama bij de EBU. Samen met de EBU-leden houdt ze zich bezig met de intensifiëring van de Europese samenwerking op vlak van fictie. Die samenwerking kent verschillende vormen:

  • Een coproductienetwerk maakt het mogelijk dat fictieprojecten in vroege ontwikkeling worden gepitcht aan de Europese partners. De partners krijgen zo de eerste kans om te coproduceren of een vooraankoop te doen.
  • Ook op vlak van kennis en expertise werken de EBU-leden nauw samen.
  • Er wordt ook gestreefd naar regionale samenwerking, geïnspireerd op de Nordic 12. Dat is een samenwerkingsverband tussen Noorwegen, Denemarken, Finland, IJsland en Zweden. Zij maken en coproduceren jaarlijks samen twaalf reeksen. De EBU-leden willen nagaan of er binnen de EBU regio’s zijn die dichter bij elkaar kunnen kruipen om samen te werken op structurele basis.

Stimulans voor de sector

De internationale samenwerking heeft niet enkel positieve gevolgen voor de VRT en het productiehuis, maar ook voor de fictiesector en het medialandschap in Vlaanderen.

Elly Vervloet: “Door het succes in het buitenland staan we op de kaart. Dat is belangrijk voor onze culturele uitstraling en het imago van Vlaanderen in de wereld. Het geeft ook een creatieve en economische boost aan de makers en de productiesector. Het feit dat we reeksen met zo’n hoge kwaliteit kunnen maken en verkocht krijgen, levert inkomsten op die we opnieuw kunnen investeren. Dat succes straalt af op de sector, want het stimuleert andere spelers en levert frisse ideeën op. We voelen dat we moeten blijven experimenteren en innoveren om relevant te blijven.”

Vlaamse fictie als internationaal kwaliteitslabel

Vlaamse fictie heeft zich op enkele jaren tijd internationaal weten te profileren. De VRT is een volwaardige partner geworden waarnaar wordt geluisterd.

Elly Vervloet: “We merken dat bijvoorbeeld Netflix het belangrijk vindt dat de VRT mee aan tafel zit en waakt over de productie van de reeksen waarin we partner zijn. Ze weten dat wij als coproducent projecten intensief en kwalitatief begeleiden, van conceptontwikkeling tot antennedatum. De rol die de VRT daarin speelt, is niet te onderschatten.”

De vele inspanningen en investeringen in de Vlaamse fictiesector werpen hun vruchten af. Langzamerhand kan de VRT stellen dat ‘Vlaamse fictie’ een kwaliteitslabel begint te worden in het buitenland.

Elly Vervloet: “Als ik zie hoe internationale spelers naar ons kijken, dan durf ik dat wel te zeggen. Twee jaar geleden waren we bijna onbestaand op internationale festivals. In 2020 zat ik in verschillende panelgesprekken en jury’s bij meerdere festivals. We worden echt geprezen voor onze durf en aanpak. Internationaal hebben we onze plek verworven. Dus ja, ik denk wel dat we mogen spreken van een kwaliteitslabel.”

Het blijft nu vooral zaak om die verworven positie op het internationale toneel te handhaven.

Wim Janssen, aanbodverantwoordelijke Eén & Canvas: “Deze nieuwe omgeving brengt veel opportuniteiten met zich mee. Vandaag kunnen we dingen doen die een paar jaar terug onmogelijk waren. We moeten er nu enkel voor zorgen dat we die buitenlandse partners aan boord kunnen houden en hen blijven overtuigen van wat we doen. We moeten dus sterke verhalen blijven vertellen, op onze eigen, unieke manier, om onze positie te behouden.”

Dossier: fictie
maandag 18 januari 2021
18 januari 2021

Meer over fictie

Ketnet-reeks Nachtwacht krijgt derde bioscoopfilm

Eén en Netflix werken aan nieuwe reeks Diamonds

'Dankzij onze successen mogen we meespelen met de grote jongens'

Ken je Anthony Nti, regisseur van De Shaq, al?

Zet 2021 goed in met deze tien om te zien

De Kinderfictie van Ketnet: met de ‘K’ van ‘kwaliteit’

Is ‘Vlaamse fictie’ een kwaliteitslabel in het buitenland?

Hoe komen Vlaamse fictiereeksen tot op jouw scherm?