'Dankzij onze successen mogen we meespelen met de grote jongens'

18 januari 2021 - Aanbodverantwoordelijke Wim Janssen volgt alle fictiereeksen op die Eén en Canvas (co)produceren, vanaf het pitchmoment tot de antennedatum. Wat komt daar allemaal bij kijken? “Fictie wordt door de internationalisering steeds duurder. Maar: de nieuwe omgeving brengt ook veel opportuniteiten met zich mee."

Wim Janssen, aanbodverantwoordelijke Eén en Canvas

Dag Wim. Jij bent aanbodverantwoordelijke bij Eén en Canvas. Wat houdt dat in?

Wim Janssen: Als aanbodverantwoordelijke volg ik alle fictiereeksen op die Eén en Canvas coproduceren, vanaf het pitchmoment tot antennedatum. Ik ben dus eigenlijk een soort projectleider binnen de VRT, tussen het net en het (interne) productiehuis.

Als tussenpersoon volg je alle ontwikkelingen op. Waar leg je de accenten in dat proces?

We letten op verschillende zaken. Eerst en vooral is er het inhoudelijke aspect. Samen met de adviseurs fictie waak ik erover dat de waarden van de VRT gerespecteerd worden en dat de reeks in de lijn van de verwachtingen ligt. Als VRT dragen we ons steentje bij op vlak van storytelling. Want kwaliteit hangt samen met een goed verhaal. Daarnaast is er ook een zakelijk aspect. Dat gaat dan vooral over de positie van de VRT binnen het fictieproject: welke uitzendrechten staan tegenover de financiële inbreng? Wanneer en hoelang mogen we de reeks uitzenden? Welke mogelijke inkomsten zal de VRT uit de reeks halen bij een mogelijke verkoop? Ten slotte komt er ook een stuk branding bij kijken. Hoe worden we als VRT meegenomen in de communicatie?

Als aanbodverantwoordelijke moet ik dus kortweg de positie van de VRT bepalen en bewaken, en de nodige afspraken maken om de reeks op de markt te brengen. Uiteraard doe ik dat niet alleen. Als ‘projectleider’ zorg ik ervoor dat de nodige partijen op het juiste moment aan tafel zitten. Gelukkig kan ik een beroep doen op heel wat verschillende VRT-diensten die met hun specifieke expertise het project mee vorm geven, zoals Merkbeleving, VRT CRW, Brand Extensions, Communicatie, Content Partnerships, Business Management… 

Eén en Canvas krijgen tot 150 fictievoorstellen per jaar binnen. Ketnet gaat omgekeerd te werk. Zij schrijven een briefing uit met verwachtingen, waar productiehuizen op kunnen ingaan. Is dat een bewuste keuze om niet met briefings te werken bij Eén en Canvas?

Ergens wel, omdat werken met briefings een totaal andere aanpak vereist. Let op, beiden hebben hun voor- en nadelen. Vanuit een briefing kan je heel gericht focussen op tijdsloten die je wilt invullen of elementen die je wilt aanraken in je reeks. Bij een pitch weet je daarentegen niet wat je te horen zal krijgen. Een pitch heeft dan wel weer het voordeel dat de ideeën spontaan vanuit de makers komen, waardoor je in het beste geval een extra laag krijgt. Je voelt meteen aan een pitch als het gaat om een verhaal dat de maker moét vertellen, omdat hij getriggerd is door iets wat hem raakt in de wereld. Dat is een soort motivatie of passie die de vertelling extra interessant maakt.

Albatros (Canvas, 2021)

Merk je dat meteen bij zo’n pitch, of er potentieel in een idee zit?

Potentieel is niet altijd gemakkelijk te vatten. We letten op verschillende elementen. Het belangrijkste is en blijft het verhaal. Story is key. Maar we kijken ook naar de makers die mee aan tafel zitten. Wie zijn ze? Wat drijft hen om dit verhaal te vertellen? Een ander element waar we rekening mee houden is de X-factor van het verhaal. Is dit iets wat raakt? Daarom doe ik pitchen ook graag live, omdat je met de makers kan praten. Je voelt meteen of een verhaal niet enkel uit het hoofd komt, maar ook uit het hart en de buik. In zulke gevallen is het minder moeilijk om mee te zoeken naar de juiste manieren om het verhaal te vertellen. Passie en X-factor zijn natuurlijk geen allesbepalende factoren voor succes, maar het helpt wel als een verhaal gevoeld wordt.

Zodra de beslissing is gemaakt om verder te gaan met een fictievoorstel, start de dialoog met de makers. Van bij het begin proberen we elkaar goed te begrijpen, want het gaat om iets creatiefs. Wat de ene in gedachten heeft, hoeft niet noodzakelijk het beeld van de ander te zijn. We proberen de verwachtingen concreet te maken om elkaar zo goed mogelijk te vinden. Dat is echt ontzettend belangrijk, want voor fictie zit je al snel drie tot vier jaar samen. In de loop van het proces komen er vaak ook nog partners bij, en dus extra stemmen om rekening mee te houden. Hoe beter we elkaar begrijpen, hoe beter dat proces gaat. Binnen de verschillende verwachtingen en doelstellingen moet er ook veel vertrouwen en openheid zijn en moet je dit samen echt willen maken. 

Waarom werkt de VRT samen met andere partners om fictie te maken?

Fictie maken kost veel geld. Vroeger kon de VRT dat in haar eentje financieren, maar dat is verleden tijd. De markt is veranderd, fictie kent geen landsgrenzen meer. Mensen maken geen onderscheid tussen een buitenlandse reeks op Netflix die miljoenen per aflevering kost en fictiereeksen van bij ons. Ze verwachten dezelfde kwaliteit, zelfs al moeten wij het stellen met een fractie van die buitenlandse budgetten. Daarnaast worden er ook meer buitenlandse reeksen in België gemaakt, waarvoor producties een beroep doen op Belgische vaklui. Door hun grotere budgetten kunnen zij hogere lonen betalen, wat impact heeft op onze lokale markt.

Die evoluties hebben geleid tot het besef dat we moeten samenwerken, zowel op inhoudelijk, productioneel als financieel vlak, binnen en buiten ons territorium. Andere omroepen en platformen kunnen instappen in onze fictieprojecten en vice versa. De rol van de commissioning broadcaster is niet te onderschatten in dat samenwerkingsverband. Dat is diegene die het fictieproject trekt, andere partners mee aan boord haalt en de basisinvestering op tafel legt. Op basis van dat startbudget kan je vervolgens financiële steun vragen bij het VAF/Mediafonds of economische fondsen en Tax Shelter. De inbreng van de VRT als commissioning broadcaster bij reeksen als De twaalf en Beau Séjour is dus echt zeer belangrijk. Wij leggen het fundament waarop de financiële constructie wordt gebouwd die nodig is om de reeks te kunnen maken.

Tabula rasa (Eén, 2017)

De VRT als katalysator, om de machine in gang te zetten?

Klopt. Dat is exact wat het is. We noemen onszelf de katalysator die alles in gang zet. Zonder onze rol als commissioning broadcaster komt het budget om de reeks te maken niet van de grond.

Het medialandschap evolueert snel. Er komen alsmaar meer grote spelers bij. Ook het kijkgedrag en de verwachtingen van het publiek veranderen. Heeft dat impact op het maken van Vlaamse fictiereeksen?

Ja, zeker. Wij staan als publieke omroep niet buiten de markt. Fictiereeksen worden door die internationalisering duurder, maar onze budgetten zijn hetzelfde gebleven. Die evolutie is al een paar jaar bezig en gaat de laatste tijd een pak sneller. Elke dag moeten we op het puntje van onze stoel zitten en ons aanpassen aan de ontwikkelingen.

Maar ik vind angst een slechte drijfveer. De nieuwe omgeving brengt ook veel opportuniteiten met zich mee. Al die nieuwe spelers en platformen betekenen ook nieuwe mogelijkheden en potentiële samenwerkingen. Het is dus essentieel om ervoor te zorgen dat we hen mee aan boord krijgen en dat we hen overtuigen van de verhalen die we vertellen. Het geeft ons ook de kans om in te stappen als coproducent in hun verhalen. Denk bijvoorbeeld aan reeksen als 1985 (RTBF), Undercover (Netflix), Baptiste (BBC) of Tabula Rasa (ZDF). Dat wij als VRT samen met zoveel verschillende binnenlandse (Streamz, Telenet, Proximus) en buitenlandse partners zulke mooie dingen kunnen maken, was vroeger ondenkbaar. Tegenwoordig kan dat wel, en dat is positief voor iedereen.

Baptiste (Eén, 2019) © VRT/BBC - 2019

Is Vlaamse fictie tegenwoordig een kwaliteitslabel?

Ik vind dat moeilijk om te zeggen. Internationaal hebben we ondertussen wel een voet tussen de deur. Door onze successen mogen we meespelen met de big boys. Maar we mogen geen dag op onze lauweren rusten. De competitie is enorm groot. We moeten blijven netwerken en unieke verhalen vertellen. Onze positie handhaven is een dagelijkse inspanning.

De huidige evolutie biedt wel veel mogelijkheden voor ons als publieke omroep. Kijk naar Netflix. Waar dat platform vroeger redeneerde als de grote, Amerikaanse studio’s, zet het nu veel meer in op lokale content en diversiteit in de verhalen. Kijkers willen immers meer dan ooit hun eigen omgeving zien en hun eigen taal horen. Investeren in authenticiteit levert meer kijkpotentieel op. Netflix begrijpt dat en stelt de VRT vaak de vraag om inhoudelijk mee een oogje in het zeil te houden. Want wie kan beter ‘de Vlaming’ opvolgen in verhalen dan Vlaamse makers? Als publieke omroep waken we mee over die identiteit.

Ik ben benieuwd hoe dat verder gaat evolueren en of spelers als Amazon zullen volgen. Ze hebben momenteel die omslag nog niet gemaakt, maar op een dag zullen ze beseffen dat ze authenticiteit en lokale verhalen nodig hebben om differentiatie en diversiteit te brengen, en een nieuw potentieel aan te boren.

Dossier: fictie
maandag 18 januari 2021
18 januari 2021

Meer over fictie

Ketnet-reeks Nachtwacht krijgt derde bioscoopfilm

Eén en Netflix werken aan nieuwe reeks Diamonds

'Dankzij onze successen mogen we meespelen met de grote jongens'

Ken je Anthony Nti, regisseur van De Shaq, al?

Zet 2021 goed in met deze tien om te zien

De Kinderfictie van Ketnet: met de ‘K’ van ‘kwaliteit’

Is ‘Vlaamse fictie’ een kwaliteitslabel in het buitenland?

Hoe komen Vlaamse fictiereeksen tot op jouw scherm?